Greetje Bakker uit Witmarsum: Zorg is voor en van iedereen

WITMARSUM - Veel inwoners van dit land weten over het algemeen niets van zorg. Ja, je betaalt de zorgverzekering en die wordt verdorie ook nog elk jaar duurder. Verder niks. 

Tot je zelf of een naaste naar de dokter moet. Of naar het ziekenhuis. Of het verzorgingsinstituut. Of nog erger. Dan leren we pas goed hoe die zorg in elkaar zit.

Het afgelopen jaar leerden we dat overigens allemaal een beetje beter. De corona sloeg toe. Ineens werden we allemaal bedreigd door dezelfde ziekte. Het virus bleek levensgevaarlijk te zijn. Toen hesen we de rode vlag en klapten we de al stukgewassen handen aan moes om die zorg te eren.
De zorg. Wat is dat? Of beter: wie is dat? Een paar jaar terug ging een taxichauffeuse uit Witmarsum ineens de zorg in. Dit is het verhaal van Greetje Bakker.

Greetje Bakker

Taxichauffeuse werd verzorgster, Wurkje mei in “lach en een traan”

Greetje Bakker (53) woont aan De Tunen in Witmarsum. Een leuk buurtje, een beetje aan de buitenkant van het dorp. Groot huis, mooie tuin. Er staan wat onderneminkjes naast het huis. Eentje ervan heeft haar man, Willem Wesselius, gehad toen hij in zonneschermen handelde. Er zitten nu andere ondernemingen in. Daarvoor was hij makelaar.

Nu is Willem taxichauffeur. Een erfenis van zijn vrouw Greetje. Die deed dat taxiwerk al haar hele leven. Greetje Bakker werd geboren in  Tsjommearum. Leren in Franeker was snel afgelopen. Ze kwam in de buitendienst van een stomerij. En reed het hele land door met het afhalen en terugbrengen van vuil en schoongemaakt goed. “Ik moast oeral hinne, alles opsykje, it wie aventuerlik. En ik woe alles witte, woe alles leare.”

Later, toen ze in Drachten woonde, werkte ze bij een taxidienst waarbij ze patiënten van en naar revalidatiecentrum Lyndensteyn in Beetsterzwaag moest vervoeren. Het was een voorbode. In Witmarsum kwam ze bij Van der Bles, het taxibedrijf uit Makkum en Sneek. “In fantastysk bedriuw.” Greetje Bakker deed het werk er met heel veel plezier. “En mei hert en siel.”  

Gevoel voor zorg

Taxi-rijden vanuit Witmarsum, het lijkt bijna vreemd. Er is daar geen vliegveld of station, waar een rij taxi’s klaar moet staan. Als je de website van het taxibedrijf Van der Bles opzoekt, vind je de verschillende vele vormen van noodzakelijk vervoer die bestaan. En Witmarsum heeft een paar instellingen waar ook dagbehandeling is voor mensen die zorg nodig hebben. Die moeten elke dag heen en weer worden gebracht.

“Ik moast alle dagen bygelyks nei Lollum en dan in man hjir hinne bringe. En de jûns moast hy wer nei hûs. It wie in hiel aardige man, ik koe hiel goed mei him.” Ze kijkt even wat emotioneel over tafel, want die man is intussen overleden. Greetje heeft gevoel bij mensen die zorg nodig hebben.  Dat viel de verzorging van ‘Wonen bij September’ in Witmarsum ook op. ‘Wonen bij September’ is een instelling met zo’n twintigtal kleinschalige instituten, overal in Nederland. Daar kunnen mensen met dementie of alzheimer onderdak vinden, als dat thuis niet meer mogelijk is.

Wonen bij September

Eén van die instituten is gevestigd in het oude gemeentehuis van Witmarsum, ooit de hoofdplaats van de gemeente Wonseradeel. Of zoals ‘Wonen bij September’ het noemt: “Een bijzonder en historisch gebouw. Verbouwd in 2016. Gelegen in een prachtige omgeving vlakbij de Friese natuur. Een plek waar liefde, aandacht en betrokkenheid voor de bewoners centraal staat. De bewoners werken in de tuin, elke dag wordt er vers gekookt en regelmatig gaan bewoners en begeleiders samen op pad; de ene keer voor een bezoek aan het dorpscentrum, dan weer een wandeling door die natuur.”

Sinds de verbouwing bestaat het oude gemeentehuis uit zeventien ruime appartementen met een woon-slaapkamer en een eigen badkamer. “It bin prachtige keamers”, zegt Greetje Bakker. Op de begane grond zijn de ook ruime gemeenschappelijke gezellige woonkamers. Er zit een open eetkeuken bij, met openslaande deuren naar de tuin en het terras. “Het is een bijzondere woonomgeving met een prachtige tuin, een veilig en geborgen thuis voor de bewoners”, zegt ‘Wonen bij September’, die in sommige gevallen ook de partners van de zorgbehoevenden mee laat verhuizen. Familieleden en partners kunnen ook logeren.

Zwaar

‘Wonen bij September’ had voor de corona dagbesteding, naast de zorg voor vaste bewoners. Daar moest ook bijvoorbeeld de man uit Lollum worden heengebracht. Het zorgpersoneel daar zag hoe taxichauffeuse Greetje Bakker met dergelijke patiënten omging. ”Kom by ús wurkjen, do kinst it hartstikke goed.” Greetje aarzelde lang. Zei in eerste instantie zelfs nee. Ze was in de 50, tevreden met haar werk, waarom zou ze veranderen? Later kwam de vraag terug, net in de periode dat ze vanwege wettelijke regelingen een half jaar als chauffeuse aan de kant moest. Ze nam tenslotte met een diepe zucht afscheid van het taxiwerk. De zorg in.   

En? Greetje Bakker gebruikt alle positieve bijvoeglijke naamwoorden die ervoor bestaan om aan te geven dat dit werk haar precies past. Toch was het in eerste instantie best zwaar. Ze werkte 32 uur per week. Deed mantelzorg. En studeerde voor het diploma IG/verzorgende. Haalde dat in anderhalf jaar. “Dat lei my wol. Doe tocht ik earst, miskien moat ik ek noch trochgean foar ferpleechkundige. It hoecht net, ik doch no it wurk wat ik moai fyn.” Directer contact met de bewoners.  

Lach en traan

Het lijkt net alsof dementie, maar vooral alzheimer, nu veel vaker voorkomt dan eertijds. Toen werd het echter onvoldoende herkend. Nu wel. “We witte no folle better wat we dwaan of litte moatte.”

Want dat is juist in deze zorgvorm de absolute vraag: “Hoe gean je mei de minsken om?” Niemand is gelijk. Sommigen beseffen hun ziekte niet. Anderen weten het wel, en voelen het bergafwaarts gaan. Iedereen heeft een eigen benadering nodig. “Je moat geduld ha. En wurkje mei in ‘lach en een traan’. De minsken binne faak iensum. Wy binne gjin famylje, mar stean wol hiel ticht by. Guon fertelle ús mear as de eigen famylje.” Greetje vertelt dat ze soms wel twee nachten bij een terminale bewoner heeft gezeten. “En soms wol de famylje wol dat we harren sels ôflizze.” Het zorgpersoneel is vaak eigener dan eigen.

De bewoners hebben overigens veel vrijheden. Bepalen zelf wanneer ze naar bed gaan. Er zijn geen regels. Mooi is ook, zegt Greetje, dat het een kleinschalig verzorgingstehuis is. “En nei de bewenners ta is it hiel moai dat wy gjin wite klean oan ha.”

Mooi beroep

Er is maar één manco. Die geldt natuurlijk voor de gehele gezondheidszorg. In Witmarsum werken te weinig mensen. Er moeten acht mensen in drie ploegen klaar staan om allemaal dingen met de bewoners te doen. Kom: “We dogge alles moai mei elkoar, it is hearlik wurkjen.“ Greetje Bakker vindt met name mooi dat je kunt instappen in elke leeftijd. “Wy ha se fan 18 oant 60 jier. O ja, wy wolle ek graach mannen ha. Wy ha no twa dat mei bêst wat mear wurde, dêr wurdt it krekt wat oars fan.”

Haar reclame is eigenlijk samen te varen met één zin: “It is sa’n moai berop, minsken ha it nedich; it giet net om it jild, it giet om de foldwaning dy’t je der fan krije.” Al raadt ze het iedereen aan, het blijft zo dat de één het wel kan en de ander niet.   

Dat zit hem in de zware impact van het werk. “It bin twa wrâlden.” Dat heeft Greetje Bakker de drie jaar dat ze het werk nu doet wel ervaren. Het werk voldoet prima, ze kan lekker op de fiets of lopend naar haar werk, maar soms als ze thuiskomt dan zet ze een potje koffie en gaat even rustig zitten. “Dan moat de holle wer leech.”

Slopend

Dat komt momenteel wat vaker voor. De corona is in de zorg slopend. Ook in de alzheimerzorg. De eenzaamheid van de bewoners gaat dubbelop. Het zorgpersoneel moet zeggen: ‘dit mag niet en dat kan niet’. De bewoners begrijpen het niet altijd. “Der wie immen dy’t  efkes foar it rút stie om nei mem te wuiven. Mar mem die de gerdinen ticht en sei: ‘At er der net yn komt, lit him dan mar opsoademiterje’.

Zoals Greetje Bakker al zei: “Soarch is ‘een lach en een traan’.”

Door: Eelke Lok