Klaas Hoekstra van schaakclub ODI uit Workum "Al 120 jaar ontspanning door inspanning"

WORKUM - We zijn in Workum bij Klaas Hoekstra van ODI. ODI is een afkorting die staat voor Ontspanning Door Inspanning. 

We hebben het hier niet over fysieke inspanning, zoals hardlopen of wielrennen, nee, we hebben het over geestelijke inspanning, het laten knetteren van de hersenen. Want dat is wat je op een schaakclub doet, slim en strategisch nadenken. Schaak is een tactisch spel, waarbij je vele zetten vooruit moet denken en je tegenstander goed moet inschatten om uiteindelijk de winst binnen te slepen. De schaakclub uit Workum is opgericht in 1900, dus nu 120 jaar oud. Het is één van de oudste clubs van Friesland.

In haar gloriedagen in de zeventiger en tachtiger jaren telde de club ruim 35 leden. Maar ja, dat was vóór de tijd van alle digitale verleidingen. Nu telt de club slechts tien leden. Maar die zijn wel alle tien elke maandagavond aanwezig in De Klameare in Workum. Dan is het clubavond en wordt er competitie gespeeld. Nu ligt alles stil door corona. Het speelplezier en de gezelligheid worden door iedereen gemist. We spreken met de voorzitter van ODI, Klaas Hoekstra.

Klaas Hoekstra is sinds 2000 voorzitter van de club. Hij is geboren in Makkum, maar vanaf zijn 3e een rasechte Workumer. Als jeugdlid heeft hij twee jaar geschaakt bij ODI, van zijn 14e tot zijn 16e. Daarna vertrok hij naar de slagersvakschool in Utrecht en vandaar naar de keurmeesteropleiding in Rotterdam. In ’91 streek hij weer neer in Workum en werd weer lid van de club.

Friese Schaakbond

Klaas Hoekstra: “Onze huidige leden variëren van 55 tot 83 jaar. Vroeger hadden we ook veel jeugdleden, maar toen was de wereld nog niet gedigitaliseerd. Onze beste speler, Pieter de Boer, ging op woensdagmiddagen de scholen langs om cursussen te geven. Konden de kinderen hun pionnendiploma halen. Maar met jeugd is het altijd moeilijk in de Zuidwesthoek. Je ziet dat ook bij sportclubs; na hun school trekken ze weg om ergens anders een opleiding te doen. Ik ben daar zelf ook een voorbeeld van.

Wij zijn uiteraard lid van de FSB, de Friese Schaakbond. De grotere clubs daarvan zitten in Leeuwarden, Heerenveen en Sneek. En in Steenwijk, dat speelt ook mee met de FSB. Onze buurclubs zijn Westergo uit Bolsward met twinitg tot 25 leden en Rijs uit Gaasterland met zo’n vijftien leden. Ook redelijk bescheiden clubs dus.”

Twee competities

“Je hebt twee competities: de interne competitie, waarbij de strijd gaat om wie er dat jaar de beste speler binnen de club is en de externe competitie, waarbij je met een vier- of achttal van je club tegen andere clubs speelt. Dat kan ‘uit’ of ‘thuis’ zijn. Ons ‘thuis’ is De Klamaere. Daar hebben we op maandagavond clubavond. Halverwege september starten we met de ledenvergadering. Op de maandag voor de veekeuring, dat is het ijkpunt in Workum, zeg maar wat bolletongersdei voor Bolsward is, gaan we los met de interne competitie. Dan spelen we door tot eind april. Tussendoor spelen we ook zeven à acht wedstrijden voor de externe competitie van de FSB.

Alle leden hebben een ‘rating’. Die rating drukt je speelsterkte uit. Hoe meer wedstrijden je wint, hoe hoger je rating. Naarmate je ouder wordt, gaat je rating naar beneden. Je prestaties worden gewoon minder. Het is net als met voetballen. Alleen schaken is een denksport, daar kun je het net iets langer verborgen houden. Maar het is onverbiddelijk, na je 45e, 50e worden je schaakprestaties minder. Dat zie je ook bij grootmeesters, die beleven hun topjaren tussen hun 25e en 35e. Wij zijn huis-tuin-en-keuken-schakers, maar daar geldt het even goed voor.”

Spelen voor plezier

“We komen nu met een viertal uit in de FSB-competitie. In onze topjaren hadden we twee achttallen. Zo’n achttal is prachtig. Dan zit je samen met de tegenstander met z’n zestienen aan tafel. De sterkste spelers op bord 1, de één na sterkste op bord 2, enzovoort. Dat is ook een kwalificatie: je bent een eerstebords-speler of een tweedebords of een derdebords. Het gaat er natuurlijk om dat je met je club op zo’n avond zo veel mogelijk partijen wint. Daar komt ook de rol van de teamcaptain om de hoek kijken. Die houdt in de gaten hoe het ervoor staat op alle borden. Als er bijvoorbeeld vijf borden op winst staan, dan kan nummer zes eventueel wel remise aanbieden. Maar staan er borden op verlies, dan kun je geen remise aanbieden, dan moet je proberen te winnen om de punten te pakken. 

We spelen nu met een viertal omdat alle clubs waartegen we spelen andere clubavonden hebben. Wij op maandag, maar Rijs bijvoorbeeld op vrijdag en Bolsward op dinsdag. Om dan steeds acht van de tien man te mobiliseren, dat wordt gewoon te veel. Als we op maandagavond ‘thuis’ spelen, spelen er dus vier tegen de bezoekende club en de andere zes spelen interne competitie. Wij spelen voor ons plezier, niet met de intentie om nog heel hoog te spelen.”

Zeven kwartier

“Vier of vijf keer per jaar gaan we naar een andere club om te spelen. Overigens is er dit jaar helemaal geen FSB-competitie door corona. In De Klamaere hebben we genoeg ruimte, dus onze interne competitie hebben we niet af hoeven gelasten. Maar nu ligt het ook bij ons stil door de lockdown. We spelen met een schaakklok. Elke speler krijgt zeven kwartier. Na die zeven kwartier valt je vlag. Je tegenstander heeft ook zeven kwartier. Dus binnen veertien kwartier is de partij sowieso voorbij, maar vaak is hij al eerder uitgespeeld. Wij beginnen om 19.30 uur met spelen en om 23.00 uur is iedereen wel uitgespeeld.

Schaak is een super-tactisch spel. Je moet goed opletten op de blik van je tegenstander. Zit die goed in z’n vel? Is-tie aan het bluffen? Probeert-ie je je uit je concentratie te halen door een kwartier lang na te denken over een zet? Je hebt snelle spelers en langzame spelers, aanvallende spelers, verdedigende spelers en spelers die op hun intuïtie afgaan, wat meestal verkeerd afloopt. De spelers van je eigen club ken je wel, maar bij een andere club vraag je je altijd af: ‘Wat voor speler heb ik tegenover me?’ Alles is tactiek. Je kunt vaak aan het gezicht van je tegenstander aflezen hoe-die d’r voor staat en of-tie denkt dat hij gaat winnen.

Schaken heeft ook met emotie te maken. Neem die partij om de wereldtitel tussen Fischer en Spasski in Reykjavik in 1972. Dat was wit tegen zwart. Amerika tegen Rusland. De wereld keek mee en hield zijn adem in. Nederland heeft één wereldkampioen gehad, Max Euwe. Jan Timman is ook een grote, die stond begin jaren 80 tweede op de wereldranglijst na Anatoli Karpov. Die Russen zijn natuurlijk altijd goed. Daar is het de denk- en volkssport nummer 1.”

Simultaan

“Vroeger speelden we in De Wijnberg. In die tijd mocht je nog roken tijdens het schaken. ’s Avonds om half tien stond de zaak dan al blauw van de rook. We hebben ook simultaan-toernooien gehad. Dan werd er een grootmeester uitgenodigd. Zo hebben we Jeroen Piket en Loek van Wely over de vloer gehad. Daar kwamen spelers vanuit heel Friesland op af. Dan speelde zo’n grootmeester tegen 35 à veertig tegenstanders. Elke keer als-tie langs kwam moest je een zet doen. Naarmate er meer mensen afvielen, kwam hij steeds sneller langs. Dat was razend spannend. Prachtige avonden. Vooral die Loek van Wely was goed. Dan zie je de kracht van een grootmeester, hoe snel die denkt. Hij had die avond geen enkele partij verloren, één remise tegen een jeugdspeler.

De meeste mensen leren schaken van hun vader. Ik ook. Ik kom uit een gezin van vijf kinderen, vijf jongens. Mijn vader zette dan vier borden op tafel en speelde dan simultaan tegen ons. De jongste deed niet mee. Ik ben de enige die nog in clubverband schaakt, maar dat wil helemaal niet zeggen dat ik van mijn broers win nu. Het is elke keer de slimste schaker die wint. Je moet ook niet bang zijn om een partij te verliezen. Zeker niet tegen een sterkere speler. Van een zwakkere speler verliezen doet wel een beetje pijn.”

Nieuwe leden welkom

“Hoe ik de toekomst zie? Veel clubs hebben te maken met teruglopende ledenaantallen. Alleen studentensteden hebben florerende clubs. Wij zijn gezelligheidsschakers, die uiteraard wel willen winnen, maar ook een potje bier willen drinken. We hebben afgesproken dat, als we onder de tien leden komen, er dan mee ophouden. Dat zou wel heel jammer zijn na 120 jaar. Daarom is elk nieuw lid meer dan welkom. Tegen iedereen die interesse heeft, zou ik willen zeggen: ‘Kom ‘ns langs op een maandagavond in De Klamaere of bel mij gerust op als je eerst meer wil weten: 0515 – 54 25 56.’”

Tekst en foto: Piebe Piebenga