Waterpoort kleurt groen voor kinderen die op een pleeggezin wachten

SNEEK-Wethouder Mark de Man van Súdwest-Fryslân, in aanwezigheid van Johan Krul, directeur bestuurder van Jeugdhulp Friesland, heeft vanavond de Waterpoort in groen licht gezet. “Om voor de kinderen die wachten op een pleeggezin het licht op groen te zetten, zijn meer pleegouders nodig”, aldus Krul.

Honderd pleegouders in SWF

“Pleegouders zijn heel belangrijk in het hele jeugdhulpveld, omdat wij daar vaak een beroep op doen. We willen eigenlijk dat kinderen thuis opgroeien. Toch is dat niet altijd mogelijk en het lukt in Friesland best goed om pleegouders te vinden. In Friesland maken 850 kinderen voor korte of langere tijd gebruik van pleegzorg dankzij de inzet van ongeveer 650 pleeggezinnen. Toch moeten we het blijvend onder de aandacht brengen. In de gemeente Súdwest-Fryslân zijn er ruim 100 pleegouders en dat is in Friesland gezien heel erg goed”, vertelde Krul.

Landelijke aftrap

In de actieweek zijn er - in samenwerking met gemeenten en ambassadeurs – verschillende activiteiten. In heel Nederland zijn verschillende markante plekken groen verlicht. In Friesland zijn dat dus de Waterpoort in Sneek en het hoofdkantoor van Jeugdhulp Friesland in Leeuwarden.

“Het is ontzettend waardevol dat er mensen zijn die een bijdrage leveren voor de opvang van pleegkinderen. Als wethouder jeugd van SWF wil ik dat uiteraard graag ondersteunen en daarmee zetten wij dit landmark in het groen”, speechte Man de Mark kort.

Yme Nota, pleegouder en ook werkzaam bij Jeugdhulp Friesland las daarna onder het schijnsel van het groene licht een vers voor van Ester Naomi Perquin, Dichter des Vaderlands:

Week van de pleegzorg

Ik kreeg een kind te leen en wilde ervoor zorgen. Maar het kind
smeet met bestek, met gore woorden. Het had geen lichaam
dat aan armen was gewend. Ik smeerde brood dat het
niet wilde eten, het huilde ’s nachts.

Ik kreeg een kind te leen. Het was nog niets vergeten. Soms schoot
een visje van een glimlach langs, een flard bestaan dat het
nooit had gekend. Niet echt. Het raakte voorzichtig
gewend, groeide in mijn vreemde kamers.
Zong een liedje. Liep niet weg.

Ik kreeg een kind te leen en wilde ervoor zorgen. Soms mocht ik
kusjes geven als het pijn had. Meestal niet. Dan zweeg het lang,
alsof het weg was. Soms vroeg het kind waar het zou blijven.
Het schopte ergens tegen, gooide glazen in
of maakte speelgoed stuk.

Ik kreeg een kind te leen. Het zou me zoveel geven
dat ik bijna omviel. En ik noemde dat: geluk.