Cover verhaal: Bert Altenburg bestuurt al 41 jaar de Fietselfstedentocht

Het simpele feit dat Bert Altenburg uit Bolsward al meer dan veertig jaar in het bestuur van de Fietselfstedentocht zit is een rechtvaardiging om met hem in gesprek te gaan. Niet alleen over zijn activiteiten als bestuurslid, maar ook over zijn innige connectie met zijn geliefde stad Bolsward, zijn gedrevenheid als ondernemer, al 34 jaar in Sneek. Een portret van de mens achter bestuurder en zakenman Bert Altenburg. Zijn drive: met elkaar iets oppakken voor Bolsward.

“Goh… wie is Bert Altenburg?”, herhaalt de Bolswarder onze bijna alles omvattende vraag wie Bert Altenburg is. We bevinden ons in zijn kantoor achter zijn kledingwinkel aan het Leeuwenburg in Sneek. Bert brandt los en vertelt over zijn Bolswarder familie.

 

Schapenstront op het voetbalveld

“Bert Altenburg werd geboren op 3 januari 1957 in Bolsward. Zoon van Jan Altenburg en Agatha Homminga. Groot gezin van negen kinderen, waarvan ik de jongste en de beste was. Tussen mij en mijn broers en zussen zit steeds zo’n drie jaar leeftijdsverschil. Geboren en getogen in Bolsward. Mijn vader was voorzitter van de voetbalclub, van R.E.S. dus. We waren rooms-katholiek. ‘s Zondags, de wedstrijddag, ging ik met mijn vader naar het voetbalterrein om daar eerst de stront van de schapen die er graasden te verwijderen. Die schapen zorgden voor een inkomstenbron van de voetbalclub, waar ze als lammetjes opgefokt werden. Als ze goed in de vacht zaten werden de beesten verkocht en was de opbrengst voor R.E.S.”

 

"Is dat gras nyt wat te hooch foar dij?"

Zelf speelde de jongste Altenburgtelg slechts eenmaal in het vlaggenschip van het roemruchte R.E.S., waarbij de letters R.E.S. staan voor Rjucht En Sljucht, geheel in de traditie van de Bolswarder dichter Gysbert Japiks. Die wedstrijd was tegen de rk geloofsgenoten van W.Z.S. uit Sneek.

“Kwam Harrie Lok bij mij en hij vroeg: ‘Is ut gras nyt te hooch foar dij? Nou ja, ik was en bin ok mar één meter 68”, lacht Bert.  Voetballen in de zaal ging de behendige Altenburg blijkbaar beter af. Hij schopte het zelfs tot de Friese selectie. Omdat C.A.B, ook uit Bolsward, wél op hoog ‘futsal’ niveau speelde, maakte de zaalvoetballer de overstap naar die vereniging. Dat lag wel een beetje gevoelig in huize Altenburg. Maar omdat R.E.S. niet wilde promoveren en C.A.B. wel, verklaarde dat de opvallende keuze. Bert speelde vervolgens drie jaar in de interregionale klasse met uit elke noordelijke provincie drie teams. Later keerde hij weer terug op het vertrouwde rooms-katholieke nest en organiseerde hij festiviteiten voor R.E.S. Van het ene kwam het andere en Bert Altenburg rolde in verschillende bestuursfuncties.

 

Jonge ondernemer

Terug naar de jeugd van Bert. “Mijn vader was, duur woord, procuratiehouder bij de firma Lunter, een groothandel in manufacturen in Bolsward. Wol, garen, broeken, het kleinvak. Moeder was huisvrouw. We waren goed katholiek. Ik weet nog dat mijn ouders veertig jaar getrouwd waren. Toen moesten we ’s morgens met elkaar naar de kerk. De bruiloft van vroeger werd nog eens even over gedaan. Daarna naar het Motel, koffiedrinken en borrelen. Vervolgens diner en ’s avonds feest bij Bram in Het Park. Kwamen driehonderd mensen. Ja, zo ging dat in een goede roomse familie. De familie was en is bekend in Bolsward. Iedereen kende de Altenburgers.”

De jonge Bert is een ondernemend jongetje en hij weet dat meteen weer te illustreren met voorbeelden hoe hij zich als zodanig manifesteerde.  “Ik zat in Sneek op de detailhandelsvakschool. Moesten we op ons sporttenue - zwarte broek en geel shirt - een nummer hebben. Ik mocht die nummers regelen en daar begon ik een handeltje in. Met vuurwerk precies zo. Heb ik jaren gedan. Machtig! Handelen en organiseren vond en vind ik gewoon leuk om te doen. Ik weet mij nog een voetbalfeest te herinneren waarbij we voor het eerst de betaling regelden met consumptiemunten. Die had ik geleend van het dorpshuis uit Hommerts, waar mijn schoonvader in het bestuur van het Oan It Far zat. Dat was tijdens het zestigjarig jubileum van R.E.S.”

 

Van winkel naar winkel

Na de middelbare schooltijd ging Bert aan het werk bij kledingzaak Wim Houwen in Leeuwarden, als jongste bediende. Z’n vader had deze eerste job voor hem geregeld, net als daarvoor bij twee broers van Bert. Hij bleef er twee jaar om daarna naar Sporthuis Van der Feer in Bolsward te gaan. Bekend terrein, want als jongetje van tien jaar deed hij al hand-en-spandiensten in de winkel. Na die periode vond Bert werk bij de SK-Shop in Sneek, waar hij de liefde van z’n leven ontmoette: Lies Nauta, boerendochter uit Jutrijp. Een volgende stap was aan de slag bij de Broekwinkel in het centrum van de Waterpoortstad. Net als bij de eerdere banen duurde ook deze periode twee jaar. Terug in Bolsward werkte Bert vier jaren bij z’n broer ‘Kuufke’, in een winkel in spijkerbroeken.

 

Veertien klompjes bij de deur

Bert staat in zijn vogelvlucht van winkel naar winkel even stil bij zijn ontmoeting met Lies. “Toen ik voor het eerst op de boerderij kwam telde ik de ‘kowerútsjes’ en dacht ik: 'Dit mut mar deurgaan'. Later telde ik veertien klompjes bij de deur. Dat was wel even slikken. Grapke, hoar! Een heel warm gezin. Lies haar heit zat ook in allerhande besturen, net als mijn vader. Er waren wel overeenkomsten, bij de Nauta’s zaten we op zondagmorgen even aan een borreltje en dat was bij ons thuis net zo. Dat ze bij Lies hervormd waren en bij ons rooms-katholiek, maakte toen al niets meer uit. Mijn moeder zei: ‘Tiden hewwe tiden’. Ik was nog maar twintig jaar toen mijn vader op 67-jarige leeftijd overleed. Mijn moeder is 86 jaar geworden.”

Lies en Bert krijgen twee kinderen, zoon Bernd Egon, geboren in 1990, en dochter Esmée Elizabeth, die in 1993 ter wereld kwam en in 2006 overleed. Ze werd twaalf jaar. “Een zware tijd," zegt Bert, "maar we waren één team en deelden de zorg. Het heeft ons leven veranderd. Ik had de winkel en bestuursfuncties, een afleiding waarbij Lies mij alle vrijheid heeft gegeven. Zoon Bernd en schoondochter hebben een dochter, Merle Lize. We zijn nu beppe en opa, wat een rijkdom!”

 

Bestuur Fietselfstedentocht

Een organisatie waar Bert Altenburg al 41 jaar een bestuursfunctie bekleedt is de vereniging (tegenwoordig stichting) De Friese Elfsteden Rijwielentocht, in 1912 opgericht in Bolsward. De 110 jaar oude vereniging organiseert sinds 1912 de Fietselfstedentocht op tweede pinksterdag. Wat bezielt Bert Altenburg om zó lang in het bestuur van de Fietselfstedentocht te blijven zitten?

Ik ben een doener en ik pak graag dingen op. Ik heb de nodige vernieuwingen meegemaakt. Van de 110 jaar dat de Fietselfstedentocht bestaat zit ik er dus de helft van in het bestuur. Tja, en wat mijn drive is om het zo lang al vol te houden? Er zit gewoon een heel leuk team, waarbij gezelligheid voorop staat. Toen ik 41 jaar geleden begon was Meine de Wagt voorzitter. Hij had mijn vader kunnen zijn; toch mocht ik Meine tegen hem zeggen. Dat kon ik in het begin nog niet over mijn lippen krijgen. Oud-voorzitter Kroontje de Beer kwam op de vergadering en vroeg terwijl hij naar mij wees: ‘Wat mut dy snotaap hier?' Samen met De Beer en Goslinga vormde Meine de Wagt de KGB van het Elfstedenbestuur. De vergaderingen waren op dinsdagavond boven de lunchroom van Rukie Huisman. Prachtig.”

 

800 vrijwilligers

“Er waren 12.000 deelnemers en bij het 75-jarig jubileum mochten we van ruim 12.000 naar 15.000 fietsers. Dat is ook meteen de max, meer kan niet door het tijdbestek.  Met elkaar klauwen we heel wat dingen op. Er zit veel tijd in het bestuurswerk, maar welke hobby kost géén tijd? Dingen met elkaar in Bolsward organiseren, dat is prachtig. Dat is mijn drive nu al 41 jaar. Mijn vader was ook dertig jaar voorzitter van R.E.S. Ik vind het fijn om mensen blij te maken. Ik wil het liefst ook zoveel mogelijk mensen bij het evenement betrekken. Soms doet een ijscobon van Min-12 al wonderen, als waardering. We gaan als bestuur ook altijd even bij de posten langs om de mensen te bedanken. Nog eens: prachtig om te doen. Dat is onze kracht om 800 vrijwilligers te stimuleren. Zonder al die vrijwilligers zouden we nergens zijn. De Fietselfstedentocht is bovendien van groot economisch belang voor Bolsward. Zeker weten!”

 

Tekst: Henk van der Veer

Foto’s: Jelly Mellema