De Hoop van Workum

Met grote passen beent Juntien Reiners door zijn nieuwe timmerschuur naast de schutsluis in Workum. Zijn gezicht staat op onweer. Een van de ‘krullenjongens’ moet het ontgelden en krijgt een ongenadige draai om zijn oren, waarna hij zijn pruim een paar meter verderop tussen de houtkrullen spuwt.  ‘Zachte heelmeesters maken stinkende wonden’ is het adagium van de Workumer werfbaas. De eeltige knuisten, formaat kolenschoppen, zijn daar de stille getuigen van. 

We schrijven het jaar 1696, twee jaar nadat Juntien Reiners toestemming van het Workumer stadsbestuur heeft gekregen om aan de Rippertspoel naast de Workumer schutsluis een scheepstimmerwerf te vestigen. Het woord ‘scheepstimmerwerf’ is aanvankelijk nogal overtrokken voor het schamele hutje dat op die plaats is opgetrokken, maar blijkbaar voorziet Reiners in een behoefte, want het jaar daarop wordt er een bescheiden timmerschuur bijgebouwd. Na Reiners zullen nog vele werfbazen de scepter zwaaien over de werf in Workum.

Ulbe Zwolsman

In 1784, bijna een eeuw na het eerste hutje van Reiners, wordt de timmerschuur gebouwd, zoals die er anno nu nog staat en in 1860 volgt een mooi groot woonhuis. Maar de scheepsbouw van zeegaande schepen - ‘booming business’ in de eeuwen daarvoor – raakt in verval. De nieuwe timmerloods komt eigenlijk te laat. In de 19e eeuw is de werf nog wel in bedrijf, maar hoopgevend is het allemaal niet. Aan het einde van die 19e eeuw, in 1890, koopt Ulbe Zwolsman de werf. Zwolsman bouwt voornamelijk houten vissersschepen voor de Texelse en WIeringer vissers op de Waddenzee. De schepen - blazers, boeiers, tjalken en ‘Workumer aken’ - komen van Scheepswerf ‘De Hoop’, zoals Zwolsman zijn werf vanaf nu noemt.

Staal en ijzer vervangen houten ‘klassiekers’

“Waarschijnlijk is de nu bijna 330 jaar oude werf de oudste scheepstimmerwerf in Nederland die nog in bedrijf is”, meent Gerben Groenhof uit Sneek, bestuurslid van de stichting Zwolsmans Scheepstimmerwerf te Workum. “Vandaar ook dat deze werf het predicaat ‘rijksmonument’ kreeg.”

Toch, de teloorgang van ‘De Hoop’ in de twintigste eeuw zorgt ervoor dat Workum zijn scheepswerf bijna kwijtraakt. Met de komst van gemotoriseerde, ijzeren vissersschepen en schepen van staal verdwijnen de houten ‘klassiekers’ langzaam maar zeker naar de achtergrond. In de jaren rond de Eerste Wereldoorlog bouwt Zwolsman nog wel een paar coasters – de eerste coasters in Friesland - maar daarna is het snel gedaan met de scheepsbouw in Workum. Met ook nog eens de afsluiting van de Zuiderzee in het vooruitzicht verkoopt Ulbe Zwolsman In 1921 de coasterwerf en trekt zich terug op ‘De Hoop’. 

Met de muziek mee

Bovendien is zoon Evert, in 1910 geboren in het grote huis naast de werf, niet geschikt als scheepsbouwer, al houdt hij ontzaglijk veel van schepen. Evert wordt muzikant en geniet van de mooie dingen in het leven. Hij zal altijd - eerst bij zijn ouders en later in zijn eentje - in het grote huis bij de werf blijven wonen. Evert verkoopt de werf ook niet en laat bij zijn dood in 1974 een vervallen werf en huis achter in Workum. Maar de oude Zwolsman - in Workum noemen ze hem ‘de Lord’ wegens zijn leefwijze - weet dat het goed komt. Hij heeft een verre achterneef en de oude werf, het grote huis, alles wordt gerestaureerd en in volle glorie hersteld, weet hij. Als museum, misschien ooit wel weer als werf, hoopt hij. 

De eerste restauratie

Het scheelt maar weinig of dit unieke monument wordt na de dood van Evert Uzn. Zwolsman door de gemeente veranderd in een parkeerterrein, maar architect Reid de Jong, woonachtig in de voormalige Workumer vuurtoren, komt al snel met een restauratieplan voor ‘De Hoop’, daarbij gesteund door Sietse ten Hoeve, directeur van het Fries Scheepvaart Museum, de toenmalige Workumer burgemeester Jan Pastoor en diverse historici. Cruciaal in dit plan is de ruimhartige bijdrage van de vermogende ‘vastgoed-bons’ Reinder Zwolsman uit Den Haag, een van de nazaten van de werfbaas Ulbe Zwolsman en ‘de verre neef’ van Evert. 

Rijksmonument als struikelblok

Roelof van der Werff krijgt in 1976 de leiding over de grondig gerestaureerde werf De Hoop. Aanvankelijk is het de bedoeling om naast reparatie en restauratie van bestaande houten plat- en rondbodems ook nieuwe schepen te bouwen op de werf. “Maar die ambitie bleek een brug te ver”, volgens stichtingsbestuurder Gerben Groenhof. “Niemand laat in deze ‘plastic periode’ nog een nieuw klassiek houten schip bouwen. Dat is onbetaalbaar. De activiteiten bleven dus beperkt tot een specialisatie in reparatie en restauratie.” 

Roelof van der Werff neemt in 2002 afscheid van De Hoop, waarna achtereenvolgens Erick Mulder, Harold de Lange en Ivor van Klink hem opvolgen. Alle werfbazen krijgen te maken met het probleem dat een zekere mate van modernisering onvermijdelijk is om met de restauratie van klassieke schepen nog een fatsoenlijke boterham te kunnen verdienen. Helaas staat de status van rijksmonument modernisering niet toe waardoor de werfbazen en het stichtingsbestuur klem komen te zitten. 

Dikke jassen en mutsen op

Een voorbeeld: in mei 2022 staan er (toevallig) twee botters op de helling waaraan in de buitenlucht moet worden gewerkt. De schepen passen eenvoudigweg niet in de timmerloods. Alle werkzaamheden worden daarom in de buitenlucht uitgevoerd; in de zomer is dat geen probleem, maar helaas willen de bottereigenaren in de zomer graag met hun schepen varen. In de winter is er dan tijd voor reparaties en herstel. Dat betekent dat de werklieden ‘s winters met dikke jassen aan en mutsen op staan te vernikkelen van de kou. Zo is er jaren gewerkt, maar dat valt helaas niet meer vol te houden. Herstel en restauratie vindt overal elders plaats in grote loodsen waar het weer geen spelbreker is. 

Beheerder van doe-het-zelf werf

In de nieuwe modus operandi van het bestuur wordt er een beheerder aangesteld, uiteraard met kennis van zaken, die de werf en de blazerhaven aan de overkant van De Dolte in de gaten houdt. De faciliteiten van de werf komen beschikbaar voor mensen die zelf met hun houten bootje aan de slag willen en daarvoor een stukje van de loods huren. De beheerder neemt zijn intrek in het woonhuis van de werf dat in het kader van de huidige restauratie weer ‘bij de tijd’ wordt gebracht.

De tweede restauratie

Na de restauratie van vijftig jaar geleden is Zwolsmans Scheepstimmerwerf ‘De Hoop’ echt toe aan een grondige opknapbeurt, verklaart Groenhof. “Vooral het woonhuis was er slecht aan toe. Het was voor permanente bewoning niet meer geschikt.” De kosten van deze tweede totale restauratie worden in 2020 nog geschat op een half miljoen euro, maar dat bedrag is inmiddels door de enorm gestegen kosten van bouwmaterialen, energie en mankracht opgelopen tot zes en een halve ton. 

Groenhof: “We hebben het de afgelopen twee jaar dus erg druk gehad met fondsenwerving. Via diverse kanalen, waaronder de provincie Fryslân en de gemeente Súdwest-Fryslân is er gedurende de afgelopen twee jaar al vier en een halve ton bij elkaar ‘geharkt’ en we zijn enorm blij met de toezegging van een ton door het Fonds IselmarKust Sterk, kortweg Fiks. Dat fonds financiert uit de revenuen van Windpark Fryslân initiatieven die de kust van het IJsselmeer vitaler en toekomstbestendig moeten maken. We hebben er dan ook alle vertrouwen in dat de zes en een halve ton op tafel komt, maar die laatste loodjes wegen wel erg zwaar.” 

Gerben Groenhof, bestuurder van de Stichting Zwolsmans Scheepstimmerwerf in Workum, wil de reddingsoperatie voor ‘De Hoop’ graag weer onder de aandacht brengen. “Particulieren en bedrijven die sympathie koesteren voor dit unieke stukje industrieel cultureel erfgoed in Workum zijn hierbij van harte uitgenodigd om deze sympathie financieel kracht bij te zetten. Alle beetjes zijn welkom.”

 

Gerben Groenhof:

“Historisch onderzoek kost veel tijd”

Gerben Groenhof, zelf woonachtig in Sneek, is al een jaar of vijftien bestuurslid van de stichting. Onder zijn redactie kwam in 1994 het uitgebreide boek ‘Van Fries Wijdtschip tot Workumer Aak’ tot stand, een bundel over de Workumer scheepsbouw. Dit ter gelegenheid van het 300-jarig bestaan van de werf. Daarnaast leverde hij talloze bijdragen aan historische publicaties over de scheepvaart, in onder andere het blad Tagrijn en het jaarboek van het Fries Scheepvaart Museum. 

Groenhof woonde van 1957 tot 1970 zelf in Workum. Tijdens zijn studie economische geschiedenis dook hij in de historie van de N.V. Friese Kofscheepsreederij, die van 1839 tot 1850 was gevestigd in Woudsend. Groenhof werd directeur van het Frysk Lânbou Museum in Exmorra, maar zijn belangstelling voor maritieme geschiedenis en de geschiedenis van Workum bleef. De historische verhalen van de Workumer apotheker Beetstra had hij in zijn jongensjaren al verslonden, nu kon hij zelf diens werk min of meer voortzetten. 

Oudste kaart uit 1560

Groenhof raadpleegde de oude stadsplattegronden met die van Jacob van Deventer uit 1560 als oudste. Hij ontdekte in het uitstekend geordende Workumer stadsarchief dat er 22 locaties waren waar ooit scheepstimmerwerven lagen. Zij bouwden niet allemaal kofschepen en/of smakken, die op de Oostzee voeren. De meeste werfeigenaren verdienden hun brood met reparaties en kleine nieuwbouw. Daarnaast waren er enkele grootondernemers, die met de handel in hout een houtzaagmolen en scheepswerf exploiteerden. 

‘Warkums Erfskip’

Lang geleden had hij als bestuurder van de oudheidkundige vereniging ‘Warkums Erfskip’ gemakkelijk toegang tot het geschreven verleden van Workum. De voortdurende raadpleging van het stadsarchief en het Ryksargyf in Leeuwarden heeft Groenhof op het spoor gebracht van veel leuke historische onderwerpen. Maar hij moet zich beperken, vindt hijzelf. “Historisch onderzoek kost veel tijd”, zegt hij. “Soms zit ik een middag in het archief en dan kom ik thuis met misschien vier gegevens die ik kan gebruiken, maar dat zit in het vak besloten.”

Ooit wil hij nog eens uitpluizen hoe het Workumer stadsbestuur was samengesteld en wie er de meeste invloed uitoefende. In de 17e eeuw zaten veel ondernemers op ‘de fluwelen kussens’; een eeuw later werd de plaatselijke politiek bepaald door beroepsbestuurders, zeg maar regenten. In dit opzicht verschilde de plaatselijke politiek niet zo veel van de landelijke ontwikkelingen. Groenhof: “Friese maritieme en bestuurlijke geschiedenis biedt de historicus veel stof tot interessante verhalen.”

Opvolging

Als liefhebber van de maritieme geschiedenis, met zijn roots in Workum, was het eigenlijk een vanzelfsprekendheid dat hij bestuurslid werd van Stichting Zwolsmans Scheepstimmerwerf. Maar aan die bestuursfunctie komt binnen afzienbare tijd een einde, laat Gerben Groenhof weten. Zijn houdbaarheidstermijn is naar eigen zeggen bereikt. “Het is tijd voor verse bloed en nieuw elan in deze organisatie.”

 

Tekst: Wim Walda

Foto’s: Edou Hofstra, Wim Walda, Gerben Groenhof