Face to Face: Dennis Canrinus ‘Klokkenmaker en brandweerman’

“Klokken die binnenkomen ‘in een mandje’. Dan heb ik het over brand- of valschade. Daar gaat mijn hart sneller van kloppen”, begint klokkenmaker Dennis Canrinus uit Oudehaske zijn verhaal. “De uitdaging om een dergelijk beschadigd exemplaar zo te restaureren dat hij er weer als nieuw uitziet en ik zeker weet dat die klok een prachtig tweede leven tegemoet gaat, dat geeft mij een heel goed gevoel. Niet in de laatste plaats door het gezicht van de klant, wanneer die zijn klok op komt halen en ik met een perfect gerestaureerd exemplaar uit de werkplaats kom. Dat is onbetaalbaar!” Wat ook ‘onbetaalbaar’ is, volgens Dennis: “Een uitruk van de brandweer, want ik ben met heel veel enthousiasme lid van de vrijwillige brandweer van De Fryske Marren.”

De 44-jarige Dennis Canrinus, geboren en getogen in Joure, en nu woonachtig in Oudehaske, samen met zijn partner en vier kinderen, is al twintig jaar lid van de vrijwillige brandweer. Hij is sinds bijna tien jaar eigenaar van De Jouster Klokkenmakerij.

 

Klooien aan brommers en motoren

Even met zevenmijlslaarzen door de jeugd van Dennis lopend: Dennis kwam 44 jaar geleden als jongste van het vijf kinderen tellende gezin Canrinus ter wereld in Joure en groeide daar ook op. Zijn vader, van oorsprong een Sneker, was werkzaam bij Douwe Egberts en zijn moeder was ‘moeder’ van beroep. Dennis had naar eigen zeggen “Een fantastische jeugd. We waren altijd buiten te vinden. Ik herinner mij dat ik veel bezig was met technische klusjes, klooien aan brommers en motoren. Eigenlijk wilde ik automonteur worden. We hadden het niet breed en leerden al jong dat we onze eigen boontjes moesten doppen. Wilde je wat, prima, dan werk je er maar voor.

 

Blaaskaak van 19

Ik heb de lts, richting metaal, in Heerenveen gedaan en daarna het mbo in Leeuwarden, waar ik de kneepjes van de fijnmechanica leerde. Ik was een doener en geen ‘leerder’, had een broertje dood aan theorie. Na diverse baantjes, waar ik mezelf niet tot mijn pensioen zag werken, kwam ik in 1996 via uitzendbureau Randstad een personeelsadvertentie tegen waarin de Jouster Klokkenmakerij een leerling klokkenmaker zocht. Ik ben nogal direct, dus heb ik Randstad overgeslagen en ben ik rechtstreeks bij het bedrijf van Arie van Hes en Elske van der Valk naar binnengestapt. Een blaaskaak van 19, geen ervaring in klokkentechniek, maar ‘gezegend’ met een grote dosis zelfvertrouwen. Dat vonden ze wel grappig, dus werd ik leerling klokkenmaker.

Dat ik met mijn motto ‘wat ik zie, dat kan ik’ de lat wat te hoog had gelegd werd mij al snel duidelijk, want ik moest als ‘krullenjongen’ vanaf nul beginnen. Mijn voordeel was wel dat ik technisch inzicht had en de machines om zelf onderdelen te kunnen maken blindelings kon bedienen. Om een lang verhaal kort te maken: ‘het klikte’ van beide kanten, zodat ik na twee maanden een vast contract kreeg.”

 

Er zitten rotzakjes tussen

Met de ziekte van eigenaar Arie van Hes brak er een eigenaardige periode aan. “Als personeel hebben we toen de honneurs waargenomen samen met zijn vrouw. Dat betekende een hele steile leercurve, een kwestie van leren door het gewoon te doen. De meeste klokken hebben inmiddels al geen geheimen meer voor mij, maar er zitten ‘rotzakjes’ tussen. Niet zelden gaat het dan om familiestukken die een wagonlading geschiedenis aan hun kont hebben. Is er iets stuk, dan weet ‘de buurman’ wel raad en ‘ome Kees’ is ook ‘oh zo handig’. Het vormt een extra uitdaging om zo’n klok weer helemaal terug te brengen naar zijn originele staat met een perfect werkend uurwerk. 

Op Discovery kom je prachtige programma’s tegen over het restaureren van erfgoed, alleen vertellen ze er niet bij dat daar een groot aantal uren mee gemoeid is en wordt er ook nooit over de prijs van de restauratie gesproken. Laat onverlet dat je daar aan het eind van de rit wel een enorm voldaan gevoel aan overhoudt.

 

Ambachtelijk werk en videobellen

Op 1 februari 2013 nam Dennis Canrinus de Jouster Klokkenmakerij over van Arie van Hes en Elske van der Valk. In het prachtige pand aan het Douwe Egbertsplein komen verleden en heden op een harmonieuze manier bij elkaar. Het rustgevende monotone getik van de selectie historische Friese klokken in de showroom wordt af en toe onderbroken door het geluid van een slaande klok. Twee ruimtes verder staat het machinepark voor het draaien van onderdelen en in haar domein op de bovenverdieping restaureert schilderes Lipkje Ferwerda de wijzerplaat van een antieke klok. Hier werken ambachtslieden op exact dezelfde manier als honderden jaren geleden. “Maar wel op een hedendaagse manier, met een machinepark voor maatwerkonderdelen, WhatsApp en videobellen”, vult Dennis lachend aan.

Het grootste deel van de circa tachtig klokken van de Jouster Klokkenmakerij bevindt zich in de werkplaats, waar ook het machinepark is gehuisvest voor het draaien, frezen en boren van de fijnmechanica. Naast Dennis, Lipkje en de partner van Dennis, die zich enkele uren per week bezighoudt met de administratie, werken er twee leerlingen, waarvan een al vanaf zijn twaalfde jaar. Zij hebben beiden de Zadkine Vakschool in Schoonhoven gedaan.

 

Geronseld voor de brandweer

Dennis vertelt verder, over zijn tweede ‘hobby’: “Maten van mij, vrijwilligers bij de brandweer van Joure, waren al langere tijd bezig om mij te ronselen. Biertje, biertje en nog eentje extra in de kroeg, Jouster Merke en dan kwam, daar kon je je horloge gelijk op zetten, de vraag: ‘Wannear komsto no by de brânwacht, Dennis?’ Ik vond zelf dat ik daar nog niet aan toe was, dus hield ik de boot af, maar daar dachten mijn maten falikant anders over. Al met al is het een forse investering voor ze geweest voor ik ‘om’ was.” Dennis vertelt het met pretlichtjes in zijn ogen. “Maar in 2001, tijdens de grote brand van Blokker, was het moment daar. Dus, op mijn gebruikelijke directe manier, binnengelopen bij de brandweerkazerne aan de Tolhûswei: ‘Hier ben ik’. Zo kwam ik 21 jaar geleden bij de vrijwillige brandweer van de inmiddels voormalige gemeente Haskerland. Werkend en woonachtig in Joure, dag en nacht beschikbaar; dus een ideale situatie. Met mijn toenmalige werkgever Van Hes had ik de afspraak ‘tijd voor tijd’. Dat betekende dat als mijn pieper ging en ik dus op moest draven voor de brandweer, ik die tijd later op mijn werk moest inhalen. Perfecte regeling dacht ik, maar in mijn eerste week bij de brandweer hadden we meteen zes uitrukken, minimaal vier uur per keer en overdag. Dat werd dus een aantal zaterdagen onbetaald overwerken, haha.”

 

‘Gas op de lolly’

“Tijdens de opleiding voor brandwacht werd ik naar voren geschoven als chauffeur. Best een heftige periode; overdag aan het werk, ’s avonds opleiding tot brandwacht en drie avonden per week voor het groot rijbewijs, wekelijks een oefenavond en ik had ook nog eens een partner. Dat was passen en meten, maar wel een fantastische tijd. 

Bij een uitruk krijgen wij alleen maar een berichtje op onze pieper met aanvankelijk hele summiere info. Bijvoorbeeld: ‘Brand woonhuis Dokter Wumkesstraat, prio 1’. Meer weten we op dat moment nog niet. Dus in de hoogste versnelling naar de kazerne, sirene en zwaailicht aan en ‘gas op die lolly’. Tijdens de rit naar de bestemming volgt dan van de alarmcentrale meestal gedetailleerde informatie over de situatie ter plaatse zoals bewoners, huisdieren enzovoorts.”

 

Stijf van de adrenaline

“Als chauffeur heb je best veel verantwoordelijkheden, want je kunt niet als een dolleman naar je bestemming ‘vegen’. Je moet altijd rekening houden met onverwachte situaties, zoals bijvoorbeeld een fietser of automobilist die in paniek raakt en iets onverwachts doet of iemand die net uit de kroeg komt en de ‘kijkglaasjes vol heeft’. Vandaar dat je als chauffeur tijdens elke uitruk dan ook stijf van de adrenaline staat. Achteraf blijkt het wel eens om een dier te water te gaan en dan krijgen we, met name wanneer dat midden in de nacht plaatsvindt, nog wel eens als commentaar: ‘Was dat nu nodig, met zo veel bombarie, piepende banden, zwaailicht en gillende sirenes, dwars door de stad heen ‘knallen’?’ Maar wij weten als we uitrukken nog niet waar het om gaat. Het kan om een kleinigheid gaan, maar ook om een auto die op zijn kop in het water ligt. Elke seconde telt dan. Bovendien is het verzekeringstechnisch verplicht om bij een uitruk zwaailicht en sirene te voeren.”

 

Samenvattend?

“Ik ben een gelukkig man, niets meer aan toe te voegen.”

 

Tekst: Wim Walda

Beeld: Johan Brouwer