Maarten van den Berg van Stichting Hotel de Hoop
Vanuit het afvoerputje van Rotterdam naar de oase in Workum

Het pand van de voormalige rooms-katholieke Sint Ludgerusschool in Workum, daterend uit 1907 en in 1996 in gebruik genomen als galerie en studio van kunstenares Marian Kort, heeft sinds 2019 een transformatie ondergaan tot ‘Hotel de Hoop’. Maarten en Jannie van den Berg hebben met Elza, Pieter en hun dochter Florien Albracht er hun intrek ingenomen en hebben er een christelijke leefgemeenschap in gevestigd. Vanuit het ‘afvoerputje van Rotterdam’ kwamen ze terecht in de oase in Workum.

Stichting Hotel de Hoop biedt in het kader van ‘beschermd wonen’ plaats aan vier tot vijf 'meewoners'; mensen die in een dusdanig negatieve omgeving hebben gezeten, dat ze begeleiding nodig hebben om het leven weer ten volle aan te kunnen gaan. Die een plek nodig hebben waar ze zichzelf kunnen zijn en hun talenten kunnen ontwikkelen.

 

Buurvrouw in Rotterdam-Zuid

Maarten van den Berg: “Het idee is ontstaan tijdens de zes jaar dat wij in een achterstandswijk in Rotterdam-Zuid woonden, een stadsdeel zo groot als heel Eindhoven, waar alle indicatoren op rood staan, dus qua scholing, schulden, werkloosheid, taalachterstand, leefstijl, criminaliteit, et cetera. In de volksmond was ‘Zuid’ het afvoerputje van Rotterdam. Jannie heeft een opleiding ‘Social Work’ gedaan en probeerde als ‘Buurvrouw’ aan te sluiten bij het leven in de wijk. Een Buurvrouw wil de zelfredzaamheid van de bewoners bevorderen, de eenzaamheid verminderen en zorgen voor een klein beetje geluk. Ik probeerde haar daar, naast mijn werk, zo veel mogelijk in te ondersteunen. Ik heb vijf jaar gewerkt in de consultancy, bij Cap Gemini, voordat ik de overstap maakte naar het zorgdomein. Ik werd afdelingsmanager bij het Leger des Heils en heb dat twee jaar gedaan voordat we begonnen met de realisatie van onze droom: Hotel de Hoop."

 

Waarom een leefgemeenschap?

Maarten van den Berg: "De aanleiding daarvoor was een ‘mind shift’. We sloten aan bij het leven en de daarmee gepaard gaande problemen van de inwoners van de wijk, maar kwamen langzaam maar zeker tot het inzicht dat we de situatie ook konden omkeren. Mensen helpen door ze de structuur, rust en veiligheid te bieden van een leven waarin ze zichzelf kunnen zijn, waardoor ze weer een beetje vertrouwen kunnen krijgen in de medemens. Door mensen de ruimte te bieden om hun eigen talenten te ontwikkelen.  

Omdat we wilden laten zien - voor de 'meewoners' - dat er in een leefgemeenschap een bepaalde dynamiek kan ontstaan van liefde, van kameraadschap, van onderling respect, en we wilden dat het liefst samen met een ander stel doen. Immers, iedereen maakt in het dagelijks leven wel eens fouten, maar de kunst is om dat toe te geven en ze te herstellen op basis van wederzijds vertrouwen. En juist dat aspect ontbreekt heel vaak in het leven van mensen die, om wat voor reden dan ook, de weg in het leven kwijtraken." Dat 'ander stel' werden uiteindelijk Elza en Pieter Albracht, vijftigers van wie de vier zonen het nest al hadden verlaten en hun dochter Florien studeert in Groningen.

 

Affiniteit met Friesland

Er werd een zoektocht gestart op Funda naar een pand dat aan hun voorwaarden voldeed qua prijs, ruimte en ligging. Maarten: “Zowel Jannie als ik hebben vanuit onze jeugdvakanties in Friesland een affiniteit ontwikkeld voor deze waterrijke provincie, en bovendien passen de rust, de ruimte, de frisse lucht en de gezonde grond perfect in onze visie van een christelijke leefgemeenschap. We wilden genoeg ruimte om met twee of drie gezinnen de basis te vormen voor een leefgemeenschap, met daarnaast de mogelijkheid om een plaats te bieden aan vier tot vijf meewoners. En, omdat het duizen vierkante meter grote gebouw van oudsher al werd gebruikt als B&B, hebben we dat gehandhaafd. Omdat het goed past in ons concept en - niet onbelangrijk - wat extra inkomsten genereert voor de stichting. Dus de keuze was niet moeilijk toen we dit pand eenmaal ‘in de kijker’ kregen."

 

De ‘meewoners’

“Het eerste jaar werd vrijwel volledig besteed aan het aanpassen en verbouwen van het pand. "Daarbij hebben we dankbaar gebruik gemaakt van de expertise en creativiteit van de vorige eigenaresse, kunstenares en galeriehoudster, die erg veel oog voor detail had en borrelde van de creatieve oplossingen", bekent Maarten. "In augustus 2019 zijn we er komen wonen en na een uitgebreide verbouwing konden we in oktober van het daaropvolgende jaar twee à drie meewoners verwelkomen.

Wij noemen ze ‘meewoners’ omdat ze tijdelijk bij ons verblijven en onderdeel zijn van de leefgemeenschap totdat ze zelf hun eigen pad weer vervolgen. Het betreft veelal mensen die om wat voor reden dan ook in een dusdanig negatieve omgeving terecht zijn gekomen, een andere omgeving nodig hebben om zichzelf te kunnen zijn en hun talenten te kunnen ontwikkelen."

 

Ongenuanceerde (voor)oordelen

“In de hulpverlening zijn daar allerlei stickertjes opgeplakt: ongehuwde moeders, slachtoffers van mensenhandel, daklozen, verslaafden, noem het maar op. Daar wordt door de buitenwereld overigens nogal ongenuanceerd over geoordeeld. ‘Je bent er toch zelf bij geweest’ is een veel gehoorde reactie. Of: ‘Je bent oud en wijs genoeg om te weten dat criminaliteit vroeg of laat verkeerd afloopt.’ Maar wanneer je gevangen zit in een milieu waarin dat als normaal wordt ervaren en je ‘respect’ van de ‘gang’ krijgt wanneer je met de beurs van een 'rijke patser' thuiskomt, of als ‘loverboy’ een argeloos meisje weet te strikken, is het niet moeilijk om te begrijpen dat bewoners van achterstandswijken bij hun geboorte al met 10-0 achterstaan."

Uiteindelijk blijft iedereen verantwoordelijk voor de keuzes die hij of zij in zijn of haar leven maakt, maar tegen de geschetste achtergrond van negativiteit is het goed daar iets genuanceerder over te denken, meent Maarten van den Berg.

 

Geregistreerde zorginstelling

“Wij zijn, net als bijvoorbeeld Limor, Zienn en het Leger des Heils, die ook vormen van beschermd wonen aanbieden, een geregistreerde zorginstelling en voldoen aan alle eisen daarvoor. Elza en Jannie zijn onze zorgprofessionals, maar daar proberen we zo weinig mogelijk de nadruk op te leggen, omdat we in onze leefgemeenschap hiërarchische verhoudingen proberen te vermijden. In tegenstelling tot veel andere zorginstellingen richten wij ons niet op grotere groepen mensen met dezelfde problematiek, maar op kleine groepjes met verschillende achtergronden. Maar met als grootste gemene deler: je komt uit een milieu dat destructief voor jezelf of voor anderen is. Wij zien die verschillende problematiek eerder als een voordeel dan als een nadeel, omdat onze meewoners zich in het dagelijkse leven aan elkaar op kunnen trekken, van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen helpen om hun negatieve zelfbeeld achter zich te laten, hun plek te vinden en uiteindelijk te re-integreren in de maatschappij.”

 

Fasegewijze aanpak H.O.O.P.

“Wij hebben daar een concept voor ontwikkeld met als trefwoorden: Hopen, Ontdekken, Openstellen en Positioneren, vier belangrijke begrippen waarvan de eerste letters het woord ‘HOOP’ vormen. Door deel te nemen aan het dagelijks levens van onze christelijke leefgemeenschap, proberen we bij onze meewoners hoop te creëren dat er licht aan het eind van de tunnel schijnt. We willen graag dat ze ontdekken dat er meer in het leven is dan de negatieve situatie waar ze uit komen, dus grenzen verleggen, een knop omzetten. En daar ook open voor durven te staan. En uiteindelijk... plannen maken hoe ze invulling willen geven aan het leven ná Hotel de Hoop.”

 

Geloof als cement

“Ons geloof vormt onze identiteit. Het is wie we zijn en hoe we naar andere mensen kijken. Bovendien is het de verbinding tussen de twee stellen die de vaste bewoners vormen van Hotel de Hoop. Ik zou niet weten hoe we zonder ons geloof als bindende factor met anderen zo intensief zouden kunnen samenleven en tegelijkertijd focus houden op de zaken waar het in het leven om draait. Het is het cement van ons ‘gebouw’.”

 

We gooien niet onze hele ziel en zaligheid op tafel

“Onze woonkamer en de tuin zijn de vaste ontmoetingsplekken. Dagelijks zijn er wat vaste ontmoetingsmomenten zoals bijvoorbeeld gezamenlijk koffiedrinken om half tien, waarbij gesprekken worden gevoerd over de meest uiteenlopende onderwerpen, zoals het leven en jouw plaats daarin, financiën, je eigen lichaam, relaties, school, werk en maatschappij. Iedereen die aan het gesprek deelneemt geeft daarbij iets van zichzelf weg. We stellen ons daarbij dus heel open en kwetsbaar op, dat geldt zowel voor de vaste bewoners als de meewoners, waarbij we overigens niet onze hele ziel en zaligheid op tafel gooien. Er blijven wat dingen over die puur privé zijn en zo hoort het ook.

Daarnaast maken de B&B activiteiten, vier comfortabele tweepersoonskamers in een pand waar de historie tegen de drempels klotst, een vast onderdeel van ons Hotel de Hoop. Op de benedenverdieping hebben we nog ruimte voor… dat weten we eigenlijk nog niet. Een plek die we in de toekomst samen met de buurt willen vormgeven. Muziek, creativiteit en wat we verder samen bedenken. Een manier om buiten naar binnen te halen en binnen naar buiten te brengen. De toekomst zal het leren.”

 

Tekst en foto's: Wim Walda