INTERVIEW | ‘Het Friese geslacht Huizinga’, meer dan een familiekroniek: Een indringend beeld van een boerengezin uit het verleden
BLAUWHUIS - Petrus (‘Piet’) Meinderts Huizinga (1877-1958) was een halve eeuw boer op ‘De Kië’ bij Blauwhuis, officieel behorend bij Greonterp. Piet, opgegroeid in Poppingawier, trouwde met Johanna Sinnema uit Wergea en ze kregen twaalf kinderen: zes jongens en zes meiden. Piet Huizinga was niet alleen boer en vader, maar ook chroniqueur. Wat heet, hij schreef dagboeken vol over wat hij allemaal beleefde. Die dagboeken kwamen verspreid terecht bij z’n twaalf kinderen, die het geschreven familiebezit op hun beurt weer doorgaven aan de kleinkinderen van pake Piet.

Tijdens een neven- en nichtendag in september 2017 werd uit een van de dagboeken voorgelezen. Toen ontstond het idee om de dagboeken te bundelen tot een leesbare kroniek en werd er een ‘projectteam’ samengesteld door kleinzoon Berthoo Lammers uit Emmeloord, die het daadwerkelijk schrijven voor z’n rekening nam. Een andere kleinzoon, Pyt Bouwhuis uit Oppenhuizen, werd procesbewaarder en Liesbeth Weijs, een buurvrouw van Lammers, redigeerde de teksten.
Rijk geïllustreerde familiekroniek
Op dinsdag 17 september werd de prachtige, rijk met foto’s geïllustreerde familiekroniek ‘Het Friese geslacht Huizinga’ aangeboden aan wethouder Henk de Boer van de gemeente Súdwest-Fryslân. Het boek is voor iedereen beschikbaar, omdat het méér is dan alleen een familiekroniek.
![]()
Boerderij op Kie - Foto uit het boek
Vóór de boekpresentatie maakten wij een afspraak met het eerder genoemde drietal en kregen al inzage in het boek. Het leest als een tierelier en dat is de grote verdienste van auteur Berthoo Lammers. De kroniek is uiteraard van grote waarde voor de nazaten van Piet Huizinga, maar zéker ook van historische en maatschappelijke waarde voor iedereen die geïnteresseerd in de sociale geschiedenis van het Friesland.
Het werd voor mij een hele strijd, omdat ik de handen had thuis gehouden en de kapelaan zijn gang liet gaan. Ik vond het dieptreurig wat er gebeurd was
Het boek geeft een prachtig, maar soms ook wreed beeld van het leven in een boerengezin in de eerste helft van de vorige eeuw en de eeuw ervoor. Door het opnemen van foto’s ook een letterlijk beeld, verzameld door Pyt Bouwhuis bij de vele neven en nichten. Geen wonder dat het verschijnen van het boek na zeven jaar noeste arbeid pas kon verschijnen. Een enorme klus!
Door het kerkbestuur gedwongen...
Berthoo Lammers schetst in het kort de inhoud van het boek. “Het boek gaat over mijn pake en z’n familie. Vanaf 1866 wonen ze in Poppingawier tot 1891, waarna ze vertrekken naar Greonterp, naar De Kië. Daar hebben ze vijftig jaar op een boerderij gewoond en gewerkt, totdat ze door het kerkbestuur gedwongen werden om ‘de pleats’ te verlaten. Die halve eeuw agrarische geschiedenis, in armoede en rijkdom en alles wat zich in de omgeving van Blauwhuis afspeelde komt in deze kroniek terug. Ik heb dat getracht te vertalen aan de hand van de verhalen en gebeurtenissen die pake heeft geschreven. Hij schreef fonetisch Fries en Oudnederlands.”
Verhuizing per voet- en vaartocht
Heel bijzonder is het dat in het boek de 21 kilometer lange voet-en vaartocht die pake Piet met zijn ouders van Poppingawier naar De Kië maakte is vastgelegd. Die tocht is met het boek in de hand na te varen en te wandelen. Hoe levendig wil je lokale geschiedenis maken?! Die verhuizing vond overigens in mei 1891 plaats, in de nachtelijke uren.
![]()
Huizinga Kroniek
Het is ook een wreed boek, zeker door de ogen van lezers uit 2024. Helemaal als het gaat over de Rooms-Katholieke Kerk als instituut. Het fragment waarin wordt beschreven hoe de ‘lytsfeint’ Fokke de Vries door kapelaan Johannes Tepe tot bloedens toe wordt geslagen, omdat de jongen niet op de lering was verschenen is eigenlijk te gruwelijk voor woorden. Piet Huizinga deed het wel. Hij veroordeelde het instituut RK kerk, maar niet het geloof. Hij bleef trouw aan z’n persoonlijk geloof. Ook toen het parochiebestuur van de RK kerk uit Sneek, die de boerderij in bezit had, Huizinga letterlijk op straat zette. Een brief aan de bisschop mocht niet baten.
“Uitgezet als uitvaagsel”
Piet Huizinga verhuisde met zijn vrouw in mei 1940 naar een arbeidershuisje aan de Tynjedyk in in Leeuwarden, enige jaren later nog naar de Ludolf Bakhuizenstraat in de Friese hoofdstad, hun laatste verblijfplaats. Absoluut niet liefdevol behandeld door ‘de heren’ van de RK kerk, of in de woorden van Piet Huizinga zelf: “Uitgezet als uitvaagsel.”
‘Het Friese geslacht Huizinga’ door Berthoo Lammers is verkrijgbaar in de boekhandel, onder andere bij Boekhandel Van der Velde in Sneek.
Boekfragment
Citaat van Petrus Meinderts Huizinga
“Kapelaan Johannes Tepe mishandelde de kleine Fokke zo ernstig dat wij het een onverstandige daad vonden. Daar waren de vrouw en ik beiden getuigen van. We stonden erbij. Soms draaiden we ons om, omdat we er niet meer tegen konden. Omdat het een geestelijke was hield je de mond, maar als het een particulier was geweest, dan had het er voor die man niet best uitgezien, al schrijf ik het zelf. Ik kon toen destijds wel eentje offeren.”
“Die persoon zou ik eigenhandig uit de schuur hebben getrapt, en dat zou geen mooie aanblik zijn geweest. Het werd voor mij nadien een hele strijd omdat ik destijds niet had ingegrepen. Een strijd, omdat ik de handen had thuis gehouden en de kapelaan zijn gang liet gaan. Ik vond het dieptreurig wat er gebeurd was.”
“Later was ik toch blij dat ik mij stilgehouden heb en dat het een verstandige beslissing was geweest.”
Tekst Henk van der Veer
Foto’s uit de familiekroniek en Henk van der Veer







