HICHTUM - De 81-jarige Jan Kooistra uit Hichtum kun je allesbehalve ‘een grijze muis’ noemen. De oud-schilder is een kleurrijk persoon. Zijn vader noemde hem een losbol, maar zelf omschrijft hij zich als eigenzinnig: “Ik ben wie ik ben.” Zo botste hij tijdens zijn dienstplicht vaak met leidinggevenden. Dat resulteerde in liefst 163 strafdagen. Tegenwoordig klust de ‘pensionado’ veel bij zijn dochters en draagt hij bij voorkeur altijd zeer oude spijkerbroeken met lapjes erop.
Samen met zijn echtgenote Griet woont Jan Kooistra - geboren en getogen in Bolsward - al 57 jaar in een mooi, vrijstaand huis aan de Harnzer Feart in Hichtum. “Toen we verkering hadden, zei ik tegen Griet: ‘Ik wil wel trouwen, maar dan wil ik in die woning aan het water in Hichtum wonen’”, vertelt Kooistra. “Dat is gelukt. We kochten dit huis destijds voor 13.000 gulden. Zo’n prijs is tegenwoordig bijna niet meer voor te stellen.”
Zijn ouders hadden in Bolsward vroeger een schoenenzaak op de Jongemastraat 45. ”Ik voelde niks voor dat vak, maar mijn oudere broer Han draaide van jongsaf mee in het bedrijf en is later een orthopedisch centrum in Leeuwarden begonnen. Dat werd een groot succes. Han is daar rijk mee geworden. Ik zeg weleens gekscherend: ‘Hij heeft iedereen bij de poot gehad’”, lacht Kooistra. “Ik ging na de lagere school naar de ambachtsschool en daar had met name het schilderen mijn interesse. Zo ben ik in het vak gerold.”
Geloof
“Thuis waren we gereformeerd, maar ik had niet zoveel met het geloof. Toen ik op mijn vijftiende als leerlingschilder aan de slag wilde bij schildersbedrijf Ettema in Bolsward, deed mijn vader moeilijk: de eigenaar daarvan was katholiek en hij wilde liever dat ik bij een gereformeerde schilder in de stad ging werken: Conradi of Dijkstra. Ik vond dat belachelijk, was veel ruimdenkender en mijn tijd vooruit. Aan die verzuiling had ik totaal geen boodschap. Ik reageerde met de opmerking: ‘De man die hier gisteravond bij ons kwam te pedicuren, welk geloof heeft hij dan?’ Mijn vader antwoordde toen kortaf: ‘Daar praten we niet over’. Ik wist dat die man katholiek was. Zo heb ik mij niks van mijn vader aangetrokken en ben ik bij Ettema aan de slag gegaan.”
Kerk en kroeg
“Ik liep ’s winters als schilder graag op klompen, dat was lekker warm, maar mijn vader had de smoor in als ik daarmee de schoenenzaak binnen kwam lopen. Dat vond hij geen reclame. Zo botsten we regelmatig. We hadden een generatiekloof. Ik stortte mij graag in het uitgaansleven. In de ogen van mijn vader was ik een losbol. Hij wilde dat we op zondag altijd mee naar de kerk gingen. Ik was op een gegeven moment op een leeftijd dat ik liever in de kroeg zat. Zondagochtend ging ik dan met leeftijdsgenoten op het kerkbalkon zitten, terwijl mijn vader onder telkens omhoog keek of ik wel aanwezig was. Dan wuifde ik naar hem en zodra de dienst begon, verliet ik snel het gebouw om in het café te gaan biljarten”, lacht Kooistra.
Ik kan zeggen dat ik de moeilijkste en de makkelijkste Elfstedentocht heb geschaatst.
Elfstedentocht 1963
Het werken bij schildersbedrijf Ettema combineerde Jan Kooistra eerst met de schildersopleiding aan de avondschool. “Het diploma liep ik helaas mis wegens verzuim van school. Zodra het sterk ijs was, ging ik meteen schaatsen. Daardoor miste ik diverse lessen en mocht ik geen examen doen”, kijkt hij op deze tijd terug. Daarmee is meteen een van zijn grootste hobby’s genoemd: schaatsen op natuurijs. Zo nam hij in 1963 als 19-jarige deel aan de Elfstedentocht, de editie die de geschiedenis is ingegaan als de zwaarste ooit.
![]()
Van de 568 wedstrijdrijders wisten slechts 57 binnen de vereiste twee uur na de winnaar binnen te komen. Van de 9.294 toertochtrijders konden er aan het eind van de dag slechts 69 het Elfstedenkruisje in hun handen houden. Jan Kooistra eindigde bij de wedstrijdrijders knap als 53e en kwam over de finish met de nuchtere woorden: ‘Ik heb lekker geschaatst’. Hij viel onderweg slechts één keer. “Om de kou te weren, droeg ik een Friesch Dagblad onder mijn kleding. Na de finish zat er alleen nog de afdruk ‘Friesch Dagblad’ op mijn borst, de rest van de krant was compleet weg gezweten!” In 1985 was Kooistra er weer bij en reed op zijn gemak naar de finish in Leeuwarden. “Ik kan dus zeggen dat ik de moeilijkste en de makkelijkste Elfstedentocht heb geschaatst.”
Militaire dienst
Jan Kooistra nam het tijdens zijn militaire dienstplicht niet zo nauw met de regels. “Zo lagen we in 1963, in de weken voor de Elfstedentocht toen het al hard vroor, in Zuidlaren in bivak in het open terrein. Zo’n twintig dagen. De kou deed je niets meer. Maar toen ik opdracht kreeg om ’s nachts bij twintig graden vorst wacht te lopen, zei ik tegen mijn kapitein: “Dat doe ik niet. Ja, maar als de vijand komt …”, reageerde hij. “Die komt niet als het zo koud is”, antwoordde ik.” Voor straf kreeg Kooistra veertien dagen verzwaard arrest. Door andere incidenten - zoals bijvoorbeeld te laat op de kazerne komen en met de brandslang andere dienstplichtigen nat spuiten - kwam hij gedurende zijn diensttijd op liefst 163 dagen als licht- en zwaargestrafte uit.
Door een van de straffen dreigde Kooistra zelfs zijn deelname aan de Elfstedentocht 1963 mis te lopen. “Ik had met een dronken kop iemands fiets in de sloot gegooid en moest daarom zeven dagen de cel in te Nieuwersluis, dat bekend stond als de bajes van Defensie.” Gelukkig mocht hij van zijn leidinggevenden deze straf later uitzitten en kon hij dus tóch aan de start in Leeuwarden verschijnen. Luitenant-generaal Van den Wall Bake, bevelhebber van het Nederlandse leger, nodigde Kooistra nadien uit op het hoofdkwartier in Den Haag, omdat hij de zware Elfstedentocht had weten te volbrengen en overhandigde hem hiervoor een bronzen legpenning.
Celstraf
Kooistra vertelt verder: “Ik dacht nog: “De straf in Nieuwersluis zal nu wel worden geseponeerd, maar dat ging mooi niet door.” Met Pinksteren werd hij alsnog een week opgesloten in de militaire gevangenis. Vanuit Zuidlaren bracht een – met een pistool gewapende – militair hem per trein naar Nieuwersluis. “Die gemiste vrije dagen haal ik wel weer in’, prentte ik mezelf in. “Bij mijn eerstvolgende verlof meldde ik mij meteen ziek bij de huisarts, onder het mom dat ik flinke hoofdpijn en mogelijk een hersenschudding had. Ik moest van hem rust nemen. Er kwam later een controlerend arts langs, die mij thuis in de pyjama aantrof. Nadat hij mij had gecheckt en weer was vertrokken, trok ik meteen mijn schilderskleren aan en heb ik vervolgens zes weken aan de kwast gestaan bij Ettema.”
Ik hoef niet zo nodig een nieuwe broek
Kooistra moet er nóg om lachen, maar zegt óók: “Ondanks de vele straffen heb ik een mooie diensttijd gehad. Daarna ging ik weer aan de slag bij Ettema.” Later stapte de Hichtumer over naar Westerdijk in Tzum. Met name daar ontpopte hij zich tot specialist in hout- en marmerimitaties en voerde hij veel mooie projecten uit. “In 2003 kon ik met vroegpensioen.”
Lapjesbroek
“Hoe Griet en ik samen de dagen doorkomen? Bijna alle tijd gaat op aan onze twee dochters, die respectievelijk in Workum en Wijckel op een boerderij wonen en paardengek zijn. Daar is altijd wel wat te doen en en dat is voor ons mooie ontspanning.” Een andere grote hobby van Kooistra is het muziekkorps in Burgwerd, waarin hij de es-bas bespeelt. “Zo hebben we vorig jaar nog opgetreden tijdens een Oktoberfest in Duitsland.”
Jan en Griet Kooistra zijn sociaal ingesteld. Hun deur staat altijd open voor anderen. Zo raakte in het verleden een geestelijk labiele man uit Bolsward - die inmiddels is overleden - een keertje bij hen aan de koffie en dat werd daarna bijna een wekelijks ritueel. Hij voelde zich thuis bij de Kooistra’s én gehoord. Ook de Bolswarder dominee Gerrit de Haan is een van de personen die graag even langs komt om bij te praten. Wat iedereen opvalt is dat Jan Kooistra altijd jaren oude spijkerbroeken draagt met allerlei (reparatie)lapjes erop. “Ik hoef niet zo nodig een nieuwe broek”, zegt hij. “Ja, ik krijg er regelmatig reacties op.” De eigenzinnige Hichtumer Jan Kooistra maken ze ‘de pis niet lauw’.
Sail Hichtum
Op het weiland naast hun huis organiseerden Jan en Griet Kooistra in het verleden meerdere malen ‘Sail Hichtum’. De naam doet vermoeden dat het hier een maritiem evenement betreft, maar dat is misleidend. Kooistra legt uit hoe dat allemaal is ontstaan.
Het begon in 2003 toen in De Kuilart in Koudum een reünie werd gehouden van de Elfstedentocht van 1963. Telegraaf-verslaggever Ron Couwenhoven leerde daar Kooistra kennen en kwam een keertje op bezoek in Hichtum. Jan Kooistra: “Hij vond dat ons weiland zich uitstekend leende voor een muziekfeest van het Kapiteinskoor uit Zaandam, dat door hemzelf was opgericht. Wij wilden daar wel in meegaan en zo ontstond vanaf 2003 ‘Sail Hichtum’, een eendaags feest in de openlucht met optredens van het Kapiteinskoor en andere muzikanten, met eten en drinken erbij. In het begin kwam hier een stel uit Balk en dat vroeg nietsvermoedend: ‘Waar zijn de boten?’ Haha! We organiseerden Sail Hichtum eenmaal in de twee jaar en trokken vaak honderden bezoekers. Dat was een onvergetelijke periode. Tegenwoordig genieten Griet en ik volop van onze oude dag.”
Beeld Jelly Mellema fotografie
Tekst Broer Feenstra






