WORKUM Het is niet onze gewoonte om een Face to Face-interview te hebben met een van onze eigen medewerkers. Toch maken we voor deze keer een uitzondering. Anna Boersma is met haar 63 jaar namelijk onze nieuwste redacteur bij GrootBolsward-IJsselmeerkust, en dat zonder enige ervaring op journalistiek gebied. Afgelopen najaar kwam ze ineens in beeld; ze gaf aan dat ze óók wel eens een artikel wilde schrijven voor dit blad. Dat ze ook wel eens mensen wilde interviewen. Met name ‘gewone mensen’. “Heb je al eerder ergens wat voor geschreven, zodat ik wat van je kan lezen”, had ik haar als eindredacteur gevraagd bij onze kennismaking. “Nee,” zei ze, “ik heb het nog nooit eerder gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.”
Een opmerkelijk antwoord voor een aankomend redacteur, die anderen moet interviewen voor bijvoorbeeld een Face to Face-artikel. Nieuwsgierig vroeg ik verder. Te beginnen met: “Wie is Anna Boersma?; en waarom wil je zo graag schrijven?” Het antwoord op de tweede vraag was even open als oprecht: “Ik hou van mensen.” Enkele maanden later spreek ik haar wéér. Ze heeft intussen – bij wijze van proef – drie artikelen voor ons blad geschreven. “Super om dit te leren. Zo bijzonder”, glundert Anna. “Ik krijg er ontzettend veel zin in om te schrijven, te schrijven en nog eens te schrijven. Dit geeft energie.” Om ook de eerste vraag te beantwoorden – “wie is Anna Boersma?” – groeit ons gesprek uit tot een heus Face to Face interview.
Talent zonder opleiding
Ik heb voor dit interview met Anna afgesproken in de kerstvakantie. Of beter gezegd: aan het begin ervan, voorafgaande aan de kerstborrel van GrootMedia, de uitgever van dit blad. Terwijl de cafézaal waar de kerstborrel wordt gehouden langzaam volloopt, nemen we plaats aan een apart tafeltje, voorzien van kartonnen bekertjes koffie.
“Je wilt dat ik me aan de lezers voorstel?”, vraagt Anna, als ik mijn schrijfblok en een pen tevoorschijn haal. “Ja,” zeg ik, ‘het wordt tijd voor een Face to Face met jóú. Ik heb nu drie totaal verschillende verhalen van jou gelezen, in drie totaal verschillende schrijfstijlen. Wie van de drie is de echte Anna Boersma, of ben je ze alle drie?” Ze moet lachen en laat op haar mobieltje een hele serie schilderijen zien die ze de afgelopen periode heeft gemaakt. Verbaasd blader ik door de pagina’s op haar mobieltje. Er staat een prachtig geschilderd portret op, maar ook een kleurrijk zomers tafereel met bloemen, en ook abstracte werken met horizontale en verticale lijnen en daartussen gekleurde vlakken in bruintinten. Allemaal hebben ze een eigen stijl. Je zou niet zeggen dat ze door dezelfde hand zijn geschilderd. “Kijk,” zegt ze en ze wijst op een abstract recht lijnenspel met vlakken, “die heeft als titel ‘De wereld’ en stelt de chaos in de wereld voor.” “Heb je de kunstacademie gedaan?”, vraag ik. “Nee,” lacht ze, “dat woe ik wol hiel graach, mar dan moast ik nei Amsterdam en dat mocht net fan mem.”
![]()
Ook in het schilderen is Anna met andere woorden een autodidact, net als bij het schrijven. Haar schilderstalent is óók voortgekomen uit dat ene zinnetje: ‘Ik heb het nog nooit eerder gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.’ En er is nóg meer. “Beeldhouwen, dat wilde ik óók zo graag proberen. En ik houd erg veel van toneel en theater; ik ben een echt podiumdier. En als je tóch elke keer een hele avond kwijt bent met repeteren, dan heb ik ook maar het liefste de hoofdrol.” “Toneelschool gedaan?”, vraag ik voor de volledigheid, maar ik verwacht het antwoord al. “Nee, ik mocht niet naar de toneelschool van mem.”
Altijd aan het denken
Anna Boersma wordt in 1961 geboren in Sneek, in het gereformeerd verpleeghuis. Dat bestaat anno nu niet meer als instituut, maar het gebouw aan de Wijde Noorderhorne is er nog wel. Sinds 1984 is de bibliotheek er gevestigd.
Thuis in Workum is ze het oudste kind in een gezin van vijf. Na haar schooltijd komt Anna in de zorg terecht; op haar achttiende vertrekt ze voor drie jaar naar Vlieland om er te werken. Daarna volgt de Thuiszorg in Koudum. Ze trouwt, krijgt kinderen en kleinkinderen, gaat scheiden en vindt weer een nieuwe liefde in haar leven. “Mijn nieuwe vriend heb ik al zes jaar. Met hem wil ik oud worden”, zegt ze. Anna werkt nog steeds met veel plezier in de zorg en woont de laatste jaren ook weer in Workum. In haar werk is ze wél heel direct, weet ze van zichzelf. “Ik ben betrouwbaar en eerlijk. En straight.” Ze schatert om haar eigen opmerkingen, want dankzij die directheid wil het hier en daar zo nu en dan ook nog wel eens botsen. “Dan krij ik in slach om de earen en tink ik: ‘Anna, dat wie in stomme set’.”
Anna mocht in haar jonge jaren dan wel niet naar Amsterdam van haar moeder en niet naar de toneelschool en de kunstacademie; later heeft ze de wereld wél verkend. Anna: “Ik ben gék op reizen en gék op mensen; ik heb al heel wat van de wereld gezien. Ik wil nog wel eens naar een warm land, naar de Kaapverdische Eilanden.” Ze houdt van de wereld, al schildert ze die wereld tegenwoordig als chaos. “Ik vind de wereld altijd leuk, maar naarmate ik ouder word, maak ik me ook steeds meer zorgen. Zorgen over de kinderen in deze wereld; ik ben altijd aan het denken over alles; ik lig er ’s nachts wakker van.”
Spanningsboog van een puber
Anna houdt van haar werk, maar ze zegt ook: “Werken is zonde van mijn tijd. Niet echt, natuurlijk, maar ik wil ook zoveel ándere dingen doen. Ik wil nog wel eens studeren. Cursussen volgen aan de toneelacademie. Of in een theatershow staan. Ik heb een splinternieuwe naaimachine gekocht. Ik heb er nog niks mee gedaan, maar dat komt nog wel.” Ze vertelt enthousiast over een tafelkleed waar ze jasjes van maakt. “It binne fan dy flagen. Mijn spanningsboog is die van een puber. Ik heb altijd de drang weer iets nieuws te willen leren.”
En door dat telkens iets nieuws willen leren komt nu het schrijven voor GrootBolsward-IJsselmeerkust op Anna haar pad. Het wordt een nieuw avontuur voor Anna en geen verhaal zal hetzelfde zijn qua stijl, waarschijnlijk. “Ik ben geen standaardmens”, zegt ze met een glimlach en haar ogen glinsteren. “Ik bin best in apart minske. Maar je leert door goed om je heen te kijken. En ook ‘gewone mensen’ hebben leuke verhalen. Elk minske hat in ferhaal en dat ferhaal wol ik nei boppe krije.”
Overigens is Anna’s motto ‘ik heb het nog nooit eerder gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’ níét van die ‘andere’ puber, Pippi Langkous, zoals veel mensen denken. Pippi Langkous heeft dat nooit gezegd; niet in de boeken van schrijfster Astrid Lindgren, en ook niet in de beroemde televisieserie en films met Inger Nilsson als Pippi Langkous. “Oh?,” reageert Anna, “en wie heeft het dan wél gezegd?” “Dat weten ze niet,” zeg ik, “maar Pippi heeft die uitspraak nooit gedaan.” “Dan heb ík het nu gezegd”, beslist Anna met een innemende lach op haar gezicht.
Beeld: Fotografie Jelly Mellema
Tekst: Henk de Vries







