Algemeen

COA-locatie Heeg sluit de deuren

Door: Richard de Jonge

HEEG - De noodopvanglocatie voor vluchtelingen in de Waterherberg in Heeg sluit op 1 mei 2025 de deuren. De opvang, die in 2021 werd geopend als tijdelijke oplossing, keert dan terug naar haar oorspronkelijke bestemming. 

DCIM\100MEDIA\DJI_0046.JPG
DCIM\100MEDIA\DJI_0046.JPG

De afgelopen jaren heeft Waterherberg It Beaken plek geboden aan statushouders die in afwachting waren van een woning in de gemeente waaraan ze gekoppeld zijn. Een tijdelijke opvang waar nu een einde aan komt. De COA-locatie in Heeg heeft een hoorbare en vooral positieve impact gemaakt in het watersportdorp. Inwoners van Heeg hebben laten doorschemeren het jammer te vinden dat de noodopvanglocatie uit Heeg verdwijnt. Naar aanleiding van de sluiting van de tijdelijke noodopvang praten we met een aantal betrokkenen over hun ervaringen.

Marlies IJsselmuiden en Jan IJben van De Waterherberg: 

“Het was een hele puzzel en de eerste week best spannend”

Dat statushouders zijn opgevangen in de Waterherberg is bijzonder, want op dezelfde locatie worden ook evenementen gehouden. En worden er groepsaccommodaties en glampingtenten aangeboden aan toeristen uit binnen- en buitenland. Opeens stonden er hekwerken op het schiereiland die moesten voorkomen dat jonge kinderen of ouderen die de zwemkunst niet machtig waren, te water raakten. “Het was een hele puzzel”, zegt manager Marlies IJsselmuiden, samen met haar man Jan IJben de directie van Waterherberg It Beaken. “We hebben geschoven met bedden, hebben een hotelschip voor de wal gelegd en nog wat aanpassingen gedaan, zodat we tijdens de zomer gewoon onze bedrijvigheid hebben kunnen doen. Twee stromen naast elkaar met de statushouders in de hutten, in de watervilla en in de vrouwenboot.” 

Samen voetballen

De Waterherberg is het voorbeeld van een locatie waar statushouders en toeristen naast elkaar leven. “Het was de eerste week best spannend”, gaat Marlies IJsselmuiden verder. “Hoe reageren vakantiegangers op de gasten en andersom? Het COA heeft 24 uur per dag bewaking, hoe gaat dat? Maar dat ging allemaal prima.” Volgens Jan IJben zijn de mensen die deze bijzondere combinatie toch niet zagen zitten op één hand te tellen. “Een enkeling vond het te confronterend in die zin van vakantievieren tussen mensen die aan het worstelen waren met hun toekomst. Maar voor de meeste toeristen die hier komen, was het een normaal straatbeeld. Die vonden het geen probleem. Dat kon je in de reviews ook mooi zien.” “En het integreerde, want ze voetbalden samen”, zegt Marlies. “Dan stond ik op afstand te kijken en kon ik daar erg van genieten.”

Aan alle kanten onder druk

Marlies: “We kijken er heel bijzonder op terug. Ik moest wel wennen, want ik had het nog nooit van zo dichtbij meegemaakt. Leerzaam, het staat heel ver af van het werk dat we normaal doen, met toeristen en mensen die boten komen huren. En je leert de organisatie COA kennen. Daar hoor en lees je veel over, maar daar denk ik nu toch heel wat genuanceerder over. Voor die mensen is het ook niet altijd gemakkelijk, die staan aan alle kanten onder druk.”

Vanaf mei is de Waterherberg weer een recreatiecentrum, compleet met nieuwe brasserie. Marlies: “Daar was behoefte aan in het dorp. Vanaf Hemelvaartsdag is de Waterherberg gedurende het hoogseizoen zeven dagen in de week open. Verder doen we hier nu ook bootverhuur van sloepen en open zeilboten. En hebben we een theater aan het water met in de winter elke maand en in het hoogseizoen bijna elke week een voorstelling.”


Vrijwilliger taallessen Derk Visser: 

“Voor mij persoonlijk is het echt van meerwaarde geweest”

Sinds vorig jaar januari is Derk Visser een van de vrijwilligers die taallessen geeft. “Ik was met pensioen en keek om me heen om maatschappelijk relevant werk te doen wat van meerwaarde is. Toen zag ik in de dorpskrant een oproep staan. Het is erg leuk om te doen. Waardevol ook en heel divers. Er bestaat rond asielzoekers en statushouders toch vaak een negatief beeld. Een stereotype beeld, en door dit werk leer je mensen kennen en merk je dat we niet zo veel van elkaar verschillen. Behalve dat deze mensen uit hele schrijnende situaties komen en een fijnere plek zoeken. Voor mij persoonlijk is het echt van meerwaarde geweest.”

Aanrader

“Ik heb altijd een genuanceerd beeld gehad van mensen die hun toevlucht zoeken in een veilig land en dat is bevestigd doordat je ze leert kennen. Het is echt een aanrader voor mensen die er over denken om vrijwilligerswerk op te pakken. Het is goed om de connectie aan te gaan en te merken dat we allemaal mensen zijn. Het zijn vaak bescheiden mensen, maar je merkt wel dat er connectie ontstaat als je ze helpt, ze begeleidt in het eigen maken van de taal. Ik ben er niet om te weten wat ze allemaal hebben meegemaakt, maar het wordt wel duidelijk dat mensen echt gevlucht zijn en een veilig onderkomen zoeken. Ik vind het belangrijk om de mensen die hier naartoe vluchten een warm welkom te geven.”

Casemanager Elizabeth Tjerkstra: 

“Statushouders hebben veel kopzorgen”

Elizabeth Tjerkstra is casemanager bij het COA en in die hoedanigheid kijkt ze bijvoorbeeld naar het recht op opvang en in het geval van Heeg stimuleert ze de inburgering. Stimuleren om naar Nederlandse les te gaan en kennis te maken met de Nederlandse maatschappij. “Ze leren hoe men leeft in Nederland; wat belangrijk is om te weten op het gebied van wonen, zorg, verzekeringen en het onderwijssysteem. Maar ook hele praktische zaken, zoals: wat moet je doen om een baan te krijgen? En hoe je een goed cv opstelt. We bereiden ze voor om de volgende stap te kunnen maken.” 

Lange, intensieve procedure

“Het volgen van Nederlandse les is voor veel mensen best moeilijk, omdat ze al een hele lange asielprocedure achter de rug hebben. Voordat ze een verblijfsvergunning hebben zijn ze al anderhalf tot twee jaar in Nederland. Soms vragen ze gezinshereniging aan en ook dat is een lange en intensieve procedure die wel twee jaar kan duren. Dat bij elkaar geeft veel kopzorgen. Daarbij komt vaak dat ze met meerdere mensen op een kleine kamer zitten, waardoor ze zich lastig kunnen concentreren.”

Hecht team

“Ik heb het centrum zien veranderen van eerst een échte noodopvang met weinig mogelijkheden naar waar het steeds beter georganiseerd werd. We hebben echt een heel leuk en hecht team in Heeg. We doen eigenlijk alles samen. Dat betekent ook dat we over onze functies heen stappen en we allemaal bereid zijn andere dingen te doen. We vullen elkaar aan, helpen elkaar en dat is heel prettig werken. En ook de groep bewoners die er nu zit, kan het erg goed met elkaar vinden. Er is weinig gedoe en dat is erg fijn.”

Taalvrijwilliger Karin van den Berg: 

“De taalles is niet het allerbelangrijkste, meer het gevoel er bij”

Karin van den Berg stond lang voor de klas, heeft na haar pensionering veel vrijwilligerswerk gedaan en toen er mensen werden gevraagd om in het taalcafé van het Hegemer azc te gaan werken, was één en één twee. “Een verrijking”, dat is het woord dat haar het eerst te binnen schiet als ze terugkijkt. “Ik heb groepjes gehad, mannen, vrouwen, oud, jong en ook individueel met verschillende niveaus. Van hoog opgeleid tot alfa’s die in hun eigen taal ook nog nooit hadden geschreven en gelezen. Dus elke keer was het improviseren, kijken waar de behoefte ligt en het vooral gezellig hebben met elkaar. Praten met handen en voeten. De meesten praatten maar een beetje Nederlands of helemaal niet. Veel gebarentaal en ik maak gebruik van tekeningen. Ik heb dan ook altijd een schrift bij me, maar ook reclamefolders van de supermarkt. Dat doet het altijd goed, want iedereen moet eten en dan kun je dingen aanwijzen.” Karin gebruikte veel verschillende manieren om ze de Nederlandse taal te leren. “Vertellen hoe je een appeltaart bakt, kinderliedjes zingen, het is maar net wat er naar voren komt. Ik heb ook wel eens een tas dameskleren meegenomen. Van ondergoed tot muts met daaraan kaartjes met de naam er op. Zo heb ik dat ook met kleuren gedaan. Een kaartje gekleurd en achterop de kleurnaam geschreven. Je moet het ter plekke verzinnen.”

Fijn als je gehoord wordt

“Ik heb met sommigen wel het gevoel dat ik ze verder heb geholpen, maar als ze helemaal niet kunnen lezen of schrijven wordt het wel moeilijk. Toch is alleen al het feit dat je er bent voor ze belangrijk. Je komt ze tegen in het dorp of in de winkel en als ze je zien, zijn ze blij. Je moet jezelf eens verplaatsen in hun situatie. Hoe zou je je voelen in een land waar je niet kan lezen wat er op borden staat en je met niemand een woord kan wisselen, behalve met mensen die je eigen taal spreken? Dan zou je het ook fijn vinden als je gehoord en gezien wordt. De taalles is niet eens het allerbelangrijkste; het is meer het gevoel erbij. Want ze zijn hier natuurlijk niet voor niets.”

Statushouder Ghazala Bhatti: 

“Het leuke was de interactie met Nederlanders waardoor ik de taal kon leren”

“Het is een prima locatie: veel water, bruggen; ik wandel graag in de natuur”, zegt bewoonster Ghazala Bhatti. “De mensen van het team en ook de beveiliging zijn erg hulpvaardig en coöperatief. Ze helpen met het oplossen van onze problemen en ze zijn erg vriendelijk. Het COA heeft veel recreatieve activiteiten voor ons georganiseerd. We zijn naar Walibi geweest, naar Amsterdam, naar ‘This is Holland’. En ze hebben wedstrijdjes opgezet, zoals fotografie. En ik won de tweede prijs”, lacht ze. Ze is ook naar Nederlandse les geweest in de bibliotheek van Sneek, volgde taallessen op het azc in Heeg en werkte voor het COA in het OLC, het Open Leer Centrum, in de gezondheidszorg en in de huishouding van een hotel. “Het leuke daarvan was de interactie met Nederlanders, waardoor ik de taal kon leren. Het personeel was erg aardig voor me. Dat zal ik nooit vergeten.”

In het land van oorsprong was ze wetenschapsleraar en stond ze voor de klas. “Dat zou ik hier ook willen doen. De diploma’s zijn vergelijkbaar. Tot ik hier werk in heb, zou ik kunnen werken in het hotel in de huishouding en als ik goed Nederlands spreek zou ik ook willen werken in bejaardenhuizen.” Over de op handen zijnde sluiting zegt ze teleurgesteld: “Ze zouden de locatie niet moeten sluiten. Alleen al vanuit economisch oogpunt. De meeste mensen uit het azc doen hun boodschappen bij de supermarkt in het dorp. Die zullen het merken en de busmaatschappij ook.”

Taaljuf Rieteke Douma: 

“Ik heb er echt van genoten”

Rieteke Douma, NT2 docent op de COA-locatie Heeg, is afkomstig uit het speciaal onderwijs en is van oorsprong orthopedagoog. “Ik wilde de laatste jaren van mijn werkzame leven graag iets minder in dossiers graven en meer met mensen werken. Lesgeven, daar ligt toch mijn hart. Dit is leuk, maar is tegelijk ook een uitdaging. Want het is een doelgroep, waar ik nog nooit mee te maken had gehad en ik moet zeggen, ik heb er echt van genoten de laatste tweeëneenhalf jaar. Het contact met de mensen en ook van het lesgeven an sich.” 

Voor een enkeling houdt het niet op bij het lesgeven, weet Rieteke. “Het komt voor dat een vrijwilliger helpt een statushouder met het schilderen van zijn huis. Een ander gaat met hem naar de gemeente om dingen te regelen en naar een witgoedzaak om samen een wasmachine uit te zoeken. Er zijn ook taalvrijwilligers die de mensen bij hun thuis uitnodigen. Dan gebeurt het ook dat ze bewoners meenemen naar het Afsluitdijk Wadden Center, naar de Orchideeënhoeve of naar een museum.”

Een stukje veiligheid

Op de vraag of ze het gaat missen, nu de noodopvanglocatie gaat sluiten, antwoordt Rieteke Douma: “Als het hier sluit, sluit ik ook mijn werkzame leven af. Hoe dichter de datum nadert, hoe meer ik denk: ‘Dit ga ik missen’. Het is dubbel, want ik kijk ook uit naar meer vrije tijd, maar ik vind dit werk erg leuk om te doen. Ik ben hier elke dag met veel plezier naartoe gegaan en heb met plezier met de mensen gewerkt. Ik ben er trots op dat ik iets voor deze mensen betekend heb. En niet alleen in het aanleren van de Nederlandse taal, maar ik heb ze ook een stukje veiligheid geboden, plezier. Dat vind ik heel belangrijk, dat mensen zich op hun gemak voelen. Dat je ook lol hebt in de lessen, dat je kunt lachen met elkaar. Ze komen natuurlijk uit situaties waar het niet fijn is, waar ze zich niet veilig voelen. En dan hoop je dat ze hier wat tot rust komen, nieuwe contacten opdoen, zich thuis gaan voelen. En dat je ze wat op weg helpt.”

Wethouder Michel Rietman: 

“Hoge betrokkenheid van de inwoners van Heeg”

“Een opvanglocatie openen als gemeente brengt uitdagingen met zich mee,” zegt wethouder Michel Rietman, “maar ook kansen voor verbinding. Aan de ene kant heb je de zorgen vanuit de inwoners. Aan de andere wil je de bewoners van de COA-locatie omarmen. Het is prachtig om te zien hoe actief de inwoners van Heeg zijn geweest en hoe zij deze mensen een warm welkom hebben gegeven. Daar neem ik mijn hoed voor af en ben ik de inwoners van Heeg dankbaar voor.”

Dat kwam volgens Rietman ook naar voren toen werd aangegeven dat de locatie gaat sluiten. “De reacties uit Heeg spreken boekdelen: ‘Waarom stoppen? Het gaat juist zo goed!’ En: ‘We pakken dat sámen op en dat voelt fijn’. Dat laat zien hoe groot de betrokkenheid is, niet alleen in Heeg, maar in heel Súdwest-Fryslân.”

Samenwerking tussen ondernemers en bewoners noodopvang

Ook ondernemers hebben hun steentje bijgedragen door het aanbieden van stage- en of werkplekken. Rietman: “Mooi dat bewoners van de noodopvang zelf ook bijdragen en vrijwilligerswerk doen. Bijvoorbeeld tijdens Heechspanning, toen bewoners hapjes en drankjes verzorgden, gebaseerd op hun eigen culturele achtergrond en ze muziek maakten en dansten. Dit laat zien hoe waardevol samenwerking is. Inwoners, ondernemers en bewoners van de opvang hebben samen iets moois opgebouwd: een warm welkom en een hechte mienskip.”

Tekst Richard de Jonge
Foto’s Richard de Jonge, Ester Bouwsma-SWF een aangeleverd

Rieteke Douma
Michel Rietman
Derk Visser
Afbeelding
Elizabeth Tjerkstra
Karin van den Berg
Marlies en Jan