De wereld van Wybrich Plomp: “Ik heb overal van geleerd en ik lééf. Voluit!”
WARNS - Ze werd matroos, raakte de koers kwijt, vond zichzelf terug achter een camera. Wybrich Plomp (56) uit Warns, kwetsbaar én krachtig, fotografeert met haar hele ziel. Met name in de wereld van de slipjacht voelt zij zich thuis. “Het is alsof ik terug ben in een andere tijd. Daar hoor ik.” Een verhaal over vallen, doorgaan en zien, echt zien.

“Ad Plomp. Mijn vader. Wiskundeleraar. Misschien kennen mensen hem nog wel?” Het is een karakteristieke binnenkomer van Wybrich Plomp, dochter van de ‘rekenman’ van P.A. De Him in Sneek. “Hij is deze zomer 86 geworden. Mijn moeder leeft óók nog. Ika Onderstal. Sterke vrouw.” Wybrich zelf komt ter wereld in 1968, in Workum. Ze is het vierde kind in een gezin van vijf. “Ester is in Nieuw-Guinea geboren, Kirsten en Gerben in Maassluis. Hedwig en ik in Workum.” Maar een zorgeloze jeugd? Nee, dat was het niet.
Trossen los: leven op het water
“School vond ik moeilijk. Ik werd gepest. Ik was ‘anders’. Ik wilde tekenen, zag dingen bewegen, ik had oog voor wat anderen misschien niet zagen. Gelukkig waren er ook fijne leraren. Hille Faber, Jan Rodenhuis, Bennie Bouma. Hille Faber was bijzonder. Toen ik voor het eerst huilend zijn klas binnenkwam, zei hij: ‘Wybrich, dit is ook mijn eerste dag. Ik huil ook niet.’ En toen was het klaar. Dat onthoud je voor de rest van je leven.”
![]()
Tijdens het interview - Fotografie Jelly Mellema
Na de mavo volgt een korte tijd op de landbouwschool. “Maar dat was het niet.” Op haar zeventiende maakt ze een radicale keuze: ze wordt matroos. “Op de eenmasttjalk De Goede Verwachting uit Workum. Ik voer tot mijn 28ste. Over het IJsselmeer, de Waddenzee. Vrijheid.” Het lijkt een romantisch bestaan, maar aan boord wordt het leven ook ingewikkeld en best pootaan. Toch kijkt ze met liefde terug. “Ik heb veel geleerd. Over het weer, het water, mensen.” Tot haar lijf niet meer wil. “Ik had vage klachten. Pijn in mijn lijf. Geen energie. Jarenlang wist niemand wat er was. Uiteindelijk bleek het neuropathie. Ik neem geen vitamine B12 op. Mijn zenuwen gingen kapot.” Het varen stopt. Ze duikt onder bij haar moeder in de oude pastorie in Warns.
Stilte, pijn en het begin van inzicht
“Ik heb even achter in het schuurtje gewoond. En ik probeerde opnieuw te beginnen. Beveiligingswerk, een Melkertbaan. Maar dat was niks. Je moest alles en mocht niks.” Opnieuw raakt ze de grip op haar leven kwijt. “Ze keurden me af. Psychisch. Maar ik was niet gek. Gewoon ziek.” Ze komt bij het GGZ terecht. “Daar zagen ze gelukkig dat het niet tussen m’n oren zat. Zij stuurden me naar de reumatoloog. Toen kwam de waarheid boven.”
Als kind voelde ik me vaak buitengesloten (...) misschien ben ik wel een oude ziel
Tussen al die omzwervingen door is er altijd iets gebleven: beeld. “Ik tekende veel. Vooral dieren. Paarden, honden. Maar de foto’s die ik kreeg van mensen, die kon ik niet gebruiken. Dus dacht ik: dan maak ik de foto’s zelf wel.” Wybrich koopt haar eerste camera, dan een betere. “Steeds eentje erbij, een snellere. Uiteindelijk ben ik bij Canon gebleven. Dat merk ken ik.”
De camera als nieuw kompas
En dan komt het moment dat alles verandert: een slipjacht in Oudemirdum. “Ik had een Friese merrie, ging altijd mennen. Eén dag per jaar hoorde ik jankende honden, een hoorn, en dan kon ik niet naar buiten. Mijn paard werd gek.” Jan van Dorp vraagt haar foto’s te maken op zijn land tijdens de laatste stop van de jacht. “Dat deed ik. Het jaar erop reed ik een heel rondje mee. En toen vroeg ‘the master’, de man die de honden leidt, of ze mijn foto’s mochten gebruiken. Ze hadden een fotograaf, maar die werkte nog analoog. En er was een clubcamera die het vaak niet deed. Ik had het al snel beter voor elkaar.”
Sinds 2011 is Wybrich Plomp de vaste fotograaf van de Koninklijke Nederlandse Slipjacht Vereniging. “Vier verenigingen zijn er in Nederland. Onze dames herken je aan de blauwe jas met grijze kraag. De mannen dragen rood.”
Eigen wereld
De slipjacht is niet zomaar een hobby voor Wybrich. “Het heeft me letterlijk uit de rolstoel gehaald. In huis zat ik in een rolstoel. Nu beweeg ik weer.” De sfeer, de stijl, de etiquette, Wybrich voelt zich thuis bij de slipjacht. “Ik was terug in de tijd. En dit was míjn tijd. Als kind voelde ik me vaak buitengesloten. Hier klopte het. Misschien ben ik wel een oude ziel.” Ze bewondert de precisie, de organisatie van de slipjacht. “De geur die de honden volgen is synthetisch. Drie oudere heren trekken met een doek door weilanden, sprenkelen die geur. Boeren geven toestemming, routes worden afgestemd. Alles klopt. Dertig honden, een dozijn ruiters, toeschouwers langs de kant. Prachtig.”
![]()
Fotografie Jelly Mellema
De kunst van het kijken
Wybrichs foto’s worden herkend. Online, maar ook op doek of als behang. “Soms weet ik niet eens waar ze terechtkomen. Dat is wel jammer. Maar ik ben er trots op.” Wat is een echte ‘Wybrich-foto’? “Sfeer. Verhaal. Ziel. Ik hou niet van perfecte plaatjes. Soms zit er een bewogen beeld tussen, maar daar speel ik dan mee. Dan wordt het iets echts.” Een van haar dierbaarste beelden? “Een oude jager die zijn hond bedankt. Z’n hand op die hondenneus. Die man komt niet meer in het veld, hij is ziek. Maar dat moment, dat was puur. Een lach en waterige ogen.” Er is ook pijn. Een keer wordt ze omvergelopen door een paard. “Ik lag tussen het prikkeldraad. De ruiter had me niet gezien, ging op het lint af. Alles brak af. Paaltjes, draden… Ik kwam er gekneusd uit. Geen filmpje, geen foto, maar ik zie het nog dagelijks.”
Vrijheid dankzij een iconische Renault 4
Toch blijft ze doorgaan. Van oktober tot april reist ze twee keer per week het land door. Haar vaste chauffeur en metgezel is buurman en goede vriend Johan Overzet. “Toen hij zijn auto moest verkopen, zei ik: ‘Wat als ik er een koop en jij rijdt mij op woensdagen en zaterdagen naar de slipjacht? Dan mag jij hem de rest van de week gebruiken.’” Dat blijkt een constructie die al vijftien jaar werkt. Ze laat een zwart-wit foto zien van een oude Renault 4 in Frankrijk, met een boer en z’n vrouw, voor Wybrich het ultieme gevoel van vrijheid. “Onderweg naar de markt of zoiets”, zegt Wybrich met een glimlach. Nu heeft ze zelf zo’n iconische rode Renault 4. “Ik word heerlijk rondgereden naar de jachtvelden in Drenthe, Twente of de Achterhoek. Dat geeft rust. En vertrouwen. Soms zeg ik: ‘Liever een kras in de auto dan geen foto’s! Ik word op goede plekken afgezet. Dan hoef ik niet te lopen.”
En de liefde, de prins op het witte paard?
Er verschijnt er een glimlach op haar gezicht. “Er is iemand… Maar hij weet het niet. Hij is verlegen. Ik ook. Dus ik laat hem nog even lopen. Hahaha. Hij leest misschien deze krant wel, dus ik zeg niks.”
Wat mogen mensen later van Wybrich Plomp onthouden?
“Lachen. Humor. Dat je niet perfect hoeft te zijn om iets moois te doen. En dat je altijd opnieuw kunt beginnen.” Ze pakt een brief van haar vader erbij. “Hij schreef: ;Je doet dit, je doet dat, je kúnt dit’. Toen besefte ik: ik kan wél wat. Geen diploma’s, maar veel geleerd.” Ze kijkt om zich heen. Katten, kippen, honden. De tuin. “Hier in Warns heb ik ruimte. Ik woon goedkoop. Kan dieren houden. Er is plek voor vier caravans achter het huis. Hier vermaak ik me.”
Aan jonge vrouwen, een boodschap
Als laatste: wat zou ze zeggen tegen jonge vrouwen die twijfelen? Ze denkt even na. “Dat je je eigen pad moet durven gaan. Als ik mezelf als veertienjarige iets mocht zeggen, dan was het: heb lef. En loop niet naast je schoenen. Ik heb nergens spijt van. Ik heb overal van geleerd. En ik lééf. Voluit!”
Tekst: Henk van der Veer
Foto’s: Jelly Mellema
![]()
Fotografie Jelly Mellema








