Het stadsdraaiorgel van Bolsward zoekt orgeldraaiers: Wie houdt Omke Romke draaiende?
‘Omke Romke’ is een begrip in Bolsward en omstreken. Tenminste, voor mensen van een zekere leeftijd. Omke Romke is de naam van het stadsdraaiorgel dat al decennialang het centrum van Bolsward opfleurt en daarnaast aanwezig is bij feesten en partijen. Sicco Veenstra en Jan de Beer vertellen er vol trots en passie over, maar er zijn ook zorgen. Want zonder orgeldraaiers zwijgt Omke Romke. De twee mannen roepen belangstellenden dan ook op om zich te melden als orgeldraaier, want anders valt Omke Romke op termijn misschien stil.

Eens in de veertien dagen, als het weer het toelaat, staat het stadsdraaiorgel van Bolsward op het Marktplein, tegenover Hotel De Wijnberg. Bekende muziek uit de jaren zeventig en tachtig klinkt dan door het centrum, afgewisseld met modernere nummers zoals ‘De Engelbewaarder’. Wie het hoort, weet: daar staat Omke Romke. Het draaiorgel is al zo’n negentig jaar verbonden met Bolsward, en is meer dan een muziekinstrument. Het is levend erfgoed, en voor veel senioren een herinnering op wielen.
Van Spaanse Dame tot Omke Romke
“Vroeger danste de Boalserter Skotsploech (folkloristische dansgroep - red.) elke week in klederdracht bij het stadhuis. Daar was Omke Romke ook altijd bij”, vertelt Sicco Veenstra enthousiast. “Ook bij kermissen in Bolsward en dorpsfeesten in de omgeving was het draaiorgel present. Voor wie dát heeft meegemaakt, is Omke Romke nog altijd een begrip.” Veenstra is bestuurslid van de stichting Stadsdraaiorgel Bolsward, eigenaar van Omke Romke. Jan de Beer is sinds vier jaar een van de orgeldraaiers van Omke Romke.
Het Bolswarder stadsdraaiorgel dateert uit 1912. Oorspronkelijk verscheen het draaiorgel onder de naam ‘Spaanse Dame’ in de straten van Amsterdam. In de jaren dertig werd het gekocht door de Hendrick Nannes- en Catrijn Epesstichting en kwam het naar Bolsward. De Hendrick Nannes- en Catrijn Epesstichting, voortgekomen uit een eeuwenoud testament, hield zich in vroeger jaren bezig met armenzorg en levert tegenwoordig een bijdrage aan de algemene sociale, maatschappelijke en culturele zorg in Bolsward in de ruimste zin van het woord. In de tijd voor de Tweede Wereldoorlog draaide het orgel dagelijks; arme mensen in de stad mochten er mee de wijken in om geld te verdienen. Na de Tweede Wereldoorlog belandde het orgel via Amsterdam in Oudemirdum. In 1959 keerde het, met financiële steun van het Weeshuis en het Sint Anthony Gasthuis, terug naar Bolsward.
“De naam ‘Spaanse Dame’ sprak de Bolswarders niet aan”, weet Jan de Beer. “Zij noemden het orgel ‘Omke Romke’, naar mr. Romke de Waard, als blijk van waardering voor diens inzet voor het behoud van draaiorgels en carillons. In de orgelwereld zelf vond men de naam ‘Omke Romke’ een belediging, maar tegenwoordig staan beide namen op het orgel.”
Zij noemden het orgel ‘Omke Romke’, naar mr. Romke de Waard, als blijk van waardering voor diens inzet voor het behoud van draaiorgels en carillons.
Hoe komt it mei Omke Romke?
Toen de gemeente Bolsward in 2011 ophield te bestaan en opging in de gemeente Súdwest-Fryslân, rees de vraag: ‘Hoe komt it mei Omke Romke?’ Gemeenteambtenaar Wytze Franzen, jarenlang orgeldraaier en beheerder van het orgel, en bestuurslid van de Hendrick Nannes- en Catrijn Epesstichting, stelde voor om het onder te brengen bij drie Bolswarder liefdesstichtingen. Het Weeshuis, het Sint Anthony Gasthuis en de Hendrick Nannes- en Catrijn Epesstichting, organisaties die zich inzetten voor ouderenzorg, cultuur en jeugdzorg. Zij kochten het orgel vervolgens voor een euro van de gemeente. Vanuit elke stichting nam een bestuurslid plaats in het bestuur van de nieuwe opgerichte stichting Stadsdraaiorgel Bolsward, die sindsdien eigenaar is van het Bolswarder stadsdraaiorgel.
![]()
Bolswarder stadsdraaiorgel - Fotografie Jelly Mellema
Zoutopslag
“Ik kwam namens het Sint Anthony Gasthuis in het bestuur”, blikt Sicco Veenstra terug. “Het orgel stond toen in de zoutopslag van de gemeente. Tot die tijd was er een gebrek aan kennis, en waren ze allang blij dat er onderdak was voor het orgel, maar zout en vocht tastten zink, leer, hout en spijkers aan. Daardoor was het orgel helemaal verrot en moest compleet gerestaureerd worden. De restauratie in 2022 kostte bijna 64.000 euro. Wytze en ik hebben subsidie geregeld en de drie stichtingen hebben een loods gekocht, waar Omke Romke nu mooi droog kan staan.”
Wytze Franzen (1947-2025)
De naam van Wytze Franzen valt vaak tijdens het gesprek. De geboren en getogen Bolswarder deed veel vrijwilligerswerk, onder andere voor de Fietselfstedentocht, en was met het orgel bij talloze evenementen aanwezig. Franzen was jarenlang het gezicht van Omke Romke. Begin december 2025 overleed hij op 78-jarige leeftijd. “Bij zijn uitvaart in de Sint Franciscusbasiliek stond Omke Romke prominent voor de ingang, als een stil eerbetoon”, vertelt Sicco Veenstra. “Wytzes vrouw en drie dochters wilden dat ook heel graag. We hebben niet gedraaid, want dat vonden we niet passend. Het stille orgel maakte misschien nog wel meer indruk dan wanneer het had gespeeld.”
Bij zijn uitvaart in de Sint Franciscusbasiliek stond Omke Romke prominent voor de ingang, als een stil eerbetoon
“Kan het wat zachter?”
Jan de Beer is sinds vier jaar een van de orgeldraaiers van Bolsward. Toen hij en zijn vrouw tien jaar geleden weer in Bolsward kwamen wonen, vroeg Wytze Franzen of hij orgeldraaier wilde worden. Inmiddels is ook De Beer een vertrouwd gezicht op het Marktplein. Om de week rijdt hij het orgel naar het plein, tegenover Hotel De Wijnberg. Soms staat hij op de brug bij De Ossekop, en dat levert weleens grappige situaties op, vertelt hij. “Een enkele keer vragen mensen of het volume zachter kan. Dan doe ik alsof ik het volume lager zet met mijn telefoon, maar dat kan niet.” Lachend: “Er is maar één volume.” Wat dat volume betreft, doet Veenstra ook nog een duit in het zakje. “Een keer gaven ze een tientje en vroegen of Omke Romke verderop kon gaan staan. Tja, de muziek is best wel hard, als iemand voor je woning of winkel staat te draaien.”
Maar veel mensen, vooral ouderen, vinden de muziek van het draaiorgel vooral heel gezellig. En wat De Beer vooral waardeert, is het contact met mensen. “Ze komen naar me toe en maken een praatje. ‘Wat heb je weer leuke muziek’, zeggen ze dan. Dat maakt het leuk om te doen. Kinderen vinden het vaak prachtig hoe het boek werkt, met die gaatjes. Dan leg ik uit hoe de lucht door de pijpen gaat en hoe die gaatjes bepalen welke tonen er klinken. Dat vinden ze heel interessant.” De oudere jeugd heeft er niks mee, merkt De Beer. “Ik ga nieuwe boeken bestellen met wat modernere muziek; wie weet helpt dat.”
![]()
Jan de Beer - Fotografie Jelly Mellema
Evenementen en jubilea
Omke Romke is present bij tal van evenementen: de Avondvierdaagse, de Fietselfstedentocht, de intocht van Sinterklaas, kerst, en bij de jaarlijkse Oldtimerdei Nijlân. De nostalgische muziek past perfect bij de antieke auto’s en antieke tractoren. Daarnaast wordt het draaiorgel zo’n tien keer per jaar door particulieren gehuurd, bijvoorbeeld voor een vijftigjarig huwelijksfeest of een tachtigste verjaardag. “Vaak regelen de kinderen dat”, zegt Veenstra. “Omdat ze weten dat heit en mem dit zo mooi vinden. In coronatijd was het extra druk. Toen werd het orgel wel twintig keer per jaar geboekt. Ze draaiden bij zorgcentra zoals Huylckenstein en Bloemkamp. Dat was een van de weinige dingen die kon. De muziek betekende toen extra veel voor de bewoners.”
Wie o wie?
“Ik ben tien jaar betrokken bij Omke Romke”, vervolgt Sicco Veenstra. “Ik hield niet per se van orgelmuziek, maar het is een fenomeen in de stad en als ik hoor hoeveel het orgel voor mensen betekent, dat is prachtig. En toen Wytze op mijn zeventigste verjaardag naar Nijland kwam om te spelen, vond ik dat ook heel mooi. Nu Wytze is overleden, staan we voor een uitdaging, want we hebben te weinig orgeldraaiers.”
Wat moet je kunnen als orgeldraaier? Volgens Jan de Beer valt het mee. “Ik leer het je in een paar uur. Het belangrijkste is dat je de muziekboeken goed leert inleggen. Dat is een handigheidje. Ik heb altijd in de techniek gewerkt, maar je hoeft niet technisch te zijn. Wel heb je een rijbewijs nodig om het orgel te vervoeren, en je moet het leuk vinden om met mensen om te gaan, want je staat op een plein, mensen spreken je aan. Je bent een beetje het gezicht van het draaiorgel.” Sicco Veenstra benadrukt dat het geen dagtaak is. “Misschien twee uur per twee weken. Dat is te overzien. Ik denk dat het mooi is als een nieuwe draaier een warm gevoel heeft bij de traditie en als je iets hebt met de historie van Bolsward, want daar past Omke Romke helemaal bij. Om het in het Fries te zeggen: wa wol diel útmeitsje fan in ploechje dat dit leuk fynt en it gefoel hat: dit is fan ús, en wy soargje derfoar dat it yn stân holden wurdt.”
De hoop is dat nieuwe orgeldraaiers zich melden, want anders valt Omke Romke op termijn misschien stil. Wie o wie wordt orgeldraaier bij Omke Romke? En anders...? Het draaiorgel dan verkopen? Er is wel een enorme markt voor dit type orgel, maar verkopen is het láátste wat de mannen willen. Wie zich aangesproken voelt en wil helpen Omke Romke draaiend te houden, kan contact opnemen met het bestuur. Meer informatie staat op de website omkeromke.nl.
![]()
- Fotografie Jelly Mellema
Gebouwd in Parijs
Een draaiorgel is een mechanisch muziekinstrument dat vanaf de achttiende en vooral negentiende eeuw in het straatbeeld van Europese steden verscheen. Het werd gebouwd om muziek toegankelijk te maken voor iedereen; ook voor wie geen concertkaartje kon betalen. Door aan een slinger of wiel te draaien, wordt lucht door een systeem van balgen en pijpen geblazen. Een draaiorgel wordt niet rechtstreeks bespeeld, maar maakt geluid door een bewegend muziekpatroon die is aangebracht op een draaiende cilinder of rol met pennen. Hier beweegt geponst papier of een geponst kartonnen boek op. De gaatjes in het boek bepalen welke tonen door de orgelpijpen klinken. Met één draai aan de slinger klinkt zo een compleet orkest.
Het draaiorgel Omke Romke / Spaanse Dame uit 1912 is een 56 toets Limonaire orgel en is gebouwd in Parijs door de orgelbouwersfamilie Limonaire. Vóór de Eerste Wereldoorlog werden honderden orgels van dit type in Nederland geïmporteerd. Vanwege het harde orgelgeluid werden vrijwel alle Limonaire-orgels in Nederland in de jaren 20 en 30 verbouwd met een ander register. Er zijn nog maar enkele draaiorgels die de oude registers behouden hebben, waaronder Omke Romke / Spaanse Dame.
Tekst: Lutske Bonsma
Foto’s: Jelly Mellema



















