Albert Draaijer en de zeearenden van Koudum: Al negen jaar een passie voor de ‘vliegende deur’
Als je met Albert Draaijer uit Koudum afspreekt om een gesprek te hebben over zijn avonturen met zeearenden, dan nodigt hij je uit op de parkeerplaats vlak naast het aquaduct Galamadammen. Zo’n 350 meter vanaf het wilgenbos, waarin die zeearenden hun nest hebben gebouwd, even ten noorden van de Alde Karre, het laatste stukje water in de zuidwesthoek van de Fluessen. Daar zit hij op een vissersstoeltje achter een naar wat later blijkt geweldig intensief filmend apparaat.

Als we de parkeerplaats opdraaien zien we Albert Draaijer van top tot teen glimmen. Hij heeft de dag tevoren (12 april) ontdekt dat zijn vermoeden waar was: dat het zeearend-paar van Koudum drie kleine zeearenden aan het grootbrengen is. En hij mag dat nu luidop zeggen, ook al weet hij dat het daardoor de komende dagen heel druk zal worden op die parkeerplaats. Want er zijn in Nederland heel wat vogelaars met geweldige apparatuur en die willen allemaal ook zo’n filmpje maken. Het is de passie van de vogelaars en Albert Draaijer heeft die passie ook.
Albert Draaijer, 72 nu, werd geboren in Makkum. Zat bij overheidsdiensten als financieel expert, maar moest zich daaruit terugtrekken. Hij raakte namelijk overspannen van dat verantwoordelijke werk. En misschien is dat niet helemaal het goede woord, want hij probeerde vele keren weer op allerhande manieren aan het werk te gaan, maar hij werd daar niet gezonder van. Dus toen hij vijftig werd, is hij definitief voor alle werk afgekeurd. Ook dat is eigenlijk een foute constatering, want hij is niet afgekeurd voor het vrijwilligerswerk wat hij nu doet. “Al moat ik der wol om tinke, fansels.” Het verhaal wat hij vertelt over het Koudumer zeearend-paar is al spannend genoeg.
Joekels van beesten
Twintig jaar geleden begon Draaijer dat vrijwilligerswerk bij de Stichting Historysk Wurkferbân Gaasterlân. Dan ben je zomaar historicus. Hij heeft veel gedaan voor de historie van Mar en Klif. En hij heeft zich intussen rigoureus verdiept in de watersnoodramp die Fryslân trof in 1825. Hij houdt er ook wel lezingen over. Hij gaat verder wel eens een avondje naar de biljartclub, maar is veel buiten en gaat samen met zijn echtgenote fietsen en lopen. Albert Draaijer kent zijn omgeving dus als de beste.
Zo stond hij 2017 op de uitkijkplek bij de camping en jachthaven De Kuilart in Koudum. En daar trokken twee roofvogels zijn aandacht. “Nee, dat wienen gjin gewoane rôfffûgels; dit wienen joekels fan bisten.” Boekje erbij, het bleken zeearenden te zijn. Eigenlijk ontstond Draaijers passie daar meteen. “Want wat dienen se, se makken in nêst. In hiel grut nêst yn it boskje oan de oerkant fan De Kuilart.” Dat is wat een vreemde plaats voor een zeearend. Op die camping is het nooit stil, en de zeearend houdt van rust. Maar het kanaaltje van de Fluessen naar de Morra bij de Galamadammen is blijkbaar een goede buffer. Dat bleek, want negen jaar aaneen heeft het roofvogelpaar een groot aantal jonge zeearenden opgeleverd. Draaijer ontdekte ze dus als eerste en is nu min of meer de geestelijke vader van het Koudumer zeearend-stel.
![]()
Albert Draaijer - Fotografie Jelly Mellema
Dagenlang kijken: twee of drie?
Die nieuwsgierige man van toen heeft zich tegenwoordig getransformeerd tot een echte ‘vogelaar’. Dat zijn mensen die vogels spotten. In Draaijers geval zijn het roofvogels. Misschien omdat daarin het mannetje kleiner is dan het vrouwtje? Hij weet het niet. “Mar it waard wol myn passy.” En dan is het nu dus zijn drukke periode. Want, stipt, op 23 of 24 februari worden de eieren gelegd, nadat ze het enorme nest weer helemaal hebben gerenoveerd.
En eind maart komen de eieren dan uit. En dan komt Albert Draaijer elke dag naar zijn uitkijkplaats en volgt dan met verhoogde passie alles wat er in dat nest gebeurt. Zijn het er twee of drie jongelingen? Kijken en filmen. En als hij dan een filmpje heeft, waarop tegelijkertijd drie jonge zeearend-kopjes zijn te zien, dan glimt hij helemaal.
Mar it waard wol myn passy.
Vliegende deur
De zeearend wordt ook wel ‘vliegende deur’ genoemd. Als hij z’n vleugels spreidt is het geheel twee en een halve meter breed; ontzagwekkend. Lang was de zeearend een zeldzame wintergast, maar zo langzamerhand begint hij zich hier steeds meer thuis te voelen. Waarschijnlijk kan hij hier steeds meer voldoende voedsel ophalen. Er zijn nu hier zo’n vijftig broedparen, verspreid door heel Nederland.
Albert Draaijer heeft eigenlijk twee van die broedparen onder zijn hoede. Het tweetal in Koudum, of eigenlijk Galamadammen, maar natuurlijk ook het echtpaar dat in zijn geboorteplaats Makkum zit. Dat is schitterend te zien vanaf de overkant aan het Makkumer Diep.
Even wat wetenswaardigheden die Draaijer moeiteloos uit zijn mouw schudt: pas als een zeearend zo’n vijf jaar oud is, worden zijn staartveren helemaal wit en kan hij of zij op zoek naar een partner. Daar blijft hij of zij bij. De jeugd gaat na een paar maanden zijn eigen weg, die hoe langer hoe meer hier is. Het is overigens een familiegezind dier; soms komt de zeearend uit Burgum nog even bij heit en mem uit Koudum kijken. Met die grote krachtige vliegslagen lijkt er geen tempo in te zitten, maar dat is schijn. Groot als hij is, vliegt hij sneller dan je zou denken: tot zestig kilometer per uur.
Alde Karre
De zeearend van Koudum vangt in de Alde Karre, het aansluitende water, veel vis. En dat wordt zorgvuldig over de jonge zeearenden verdeeld. Draaijer heeft filmpjes waarbij de oude zeearend de vis uit elkaar pluist en dan in kleine stukjes aan de jongen voert. De voedingsperiode, bedoeld om de jonge zeearenden te leren hoe je aan voedsel komt en wat je allemaal met een vis of gans kunt doen als je die in het nest hebt, is de drukste periode voor heit en mem.
In het weiland tussen de parkeerplaats en het wilgenbos zitten kieviten. Die zijn helemaal niet bang voor die zeearend. Hun eieren en jongelingen zouden slechts mugjes in het ontbijt van de zeearend zijn, die van alles eet en daarmee succesvol meedoet om het teveel aan ganzen in de provincie weer wat terug te brengen. Zeearend-voedsel genoeg daar in en bij de Alde Karre.
Spannende verhalen
Als je bij Albert Draaijer bent, kun je meekijken naar de zeearend op zijn apparatuur, waarbij het lijkt alsof je naast het nest zit. Dan komen zijn verhalen los over het gedrag van de grootste roofvogels die we kennen. Met die ‘band’ met hun kroost en hoe onverstoorbaar en ook intelligent ze zich gedragen. Die spannende verhalen vertelt Draaijer op avonden voor natuurliefhebbers en allerhande andere groepen. “Ik hear noait minsken sizzen dat ik in o sa frjemde hobby ha; nee, elkenien fynt it moai.”
Hij laat op die avonden zijn filmpjes zien en vertelt daarbij spannende verhalen. Met als hoogtepunt het verhaal dat iemand een paar jaar geleden hoog in de wilg is geklommen was en waarschijnlijk een jonge zeearend uit het nest heeft gehaald. Die iemand deed dat met zeer professionele takelapparatuur. Draaijer: “Want ast yn Dubai op jacht giest, krijst help van een dressearde see-earn. Dêr gean se dan hinne.” Een collega-vogelaar maakte er een opname van, maar dacht dat de jonge zeearenden geringd zouden worden. “Mar de rôffûgel ringe bart net; it fersteurt it libben fan de see-earn,” De klimmer veroorzaakte dat de zeearend het nest verliet, maar gelukkig wel in hetzelfde bos een nieuw onderkomen maakte.
![]()
Camera van Albert Draaijer - Fotografie Jelly Mellema
Veiligheid
De veiligheid van een zeearend is dat er, afgezien van natuurlijke bescherming, zo’n 500 meter tussen hem en de mensheid zit. Dat regelt it Fryske Gea, dat het bos overnam. En, bijvoorbeeld, de gemeente vraagt de eigenaren van een daar in de buurt verkerend woonschip deze te verwijderen. Die mag daar sowieso niet bivakkeren, en zeker niet in het visgebied van de zeearend.
De zeearenden in de Alde Feanen bij Earnewâld zijn constant in beeld via een webcam en iedereen kan dat op de computer bekijken. Op YouTube (zeearenden Koudum en zeearenden Makkum) en Facebook (Koudum, of Natuur in Friesland, of Roofvogels in het wild) kan de Koudumer zeearend ook worden bekeken. En al staat er dat it Fryske Gea de filmpjes heeft gemaakt, ze komen toch vaak van Albert Draaijer, die een goede verhouding heeft met de natuurorganisatie.
Knipoogje
In de negen jaar dat hij nu van zijn hobby een passie heeft gemaakt is zijn aanpak ook professioneler geworden. En hij zegt wel, dat hij “der fansels net alle dagen sit”, maar dat is wel bijna zo, zeker in deze tijd van de opgroeiende zeearend-kinderen.
Dan is die parkeerplaats bij Galamdammen natuurlijk heel geschikt, want het loopt er dood, dus er wordt niet langs Draaijer en andere intensief kijkende en filmende vogelaars gereden. En de mensen die door het aquaduct rijden, weten van niks. Als ze zouden stoppen, zouden ze kunnen zien dat er twee zeearenden zijn die Albert Draaijer daar even een knipoogje komen geven. Na negen jaar houden ze van elkaar.
Tekst: Eelke Lok
Foto’s: Jelly Mellema
















