Altijd paraat staan
Net over de dijk, bij de oude haven, staat het houten KNRM-station. Door de open deur zie je een glimp van de rij pakken die klaar hangen. Allemaal geprepareerd op een haastig aantrekken. Haastig, maar niet te snel. “Je kunt niet buiten adem aan een reddingsactie beginnen”, vertelt Mark.

Mark woont sinds drie jaar in Hindeloopen. Hij heeft een bewogen tijd achter de rug. Van het runnen van meerdere bedrijven tot een ongeluk en een flinke burn-out. Mark, geboren in Rotterdam uit Friese ouders, groeide op in Groningen. Na zijn middelbare school leerde hij voor detailhandel. “Heel bewust richtte ik mij op de supermarktbranche, food en non-food, mooi breed. Maar na mijn opleiding heb ik er nooit iets mee gedaan. Ik kwam in de mechanisatie terecht.” Jarenlang verkocht hij tuin- en parkmachines en later ging hij over tot het verkopen van autowasstraten door heel Nederland.
Roer om In 2006 besloot hij voor zichzelf te gaan beginnen in de verkoop van materialen ten behoeve van autoreiniging, daarna startte hij een autowasstraat met een compagnon en richtte hij ook nog een hoveniersbedrijf op. Met deze drie bedrijven naast elkaar kon hij een compleet ontzorgingspakket aanbieden. Met 14 man personeel in dienst en mooie opdrachtgevers, liep het best goed. Tot een snowboard ongeluk in 2011 roet in het eten gooide. Mark viel hard op zijn hoofd. Van zijn helm was niets meer over, wat hem feitelijk zijn leven redde. Vrij snel na het ongeluk was Mark weer op de bedrijfsvloer te vinden. Te snel, zo bleek. Zijn klachten hielden lang aan en het werk ging zo niet meer. In 2012 trok hij de stekker eruit.
Hij koos ervoor om ander werk te doen, maar in 2015 kreeg hij een flinke burn-out, die hij dankzij hypnotherapie snel weer te boven was. “Ik vond het zo bijzonder mooi dat ik dat ook wilde leren. Opleiding gedaan en ik ben lifecoach geworden.” Een behoorlijk verandering voor de man die jarenlang in de verkoop zat. “Ik heb nu twee praktijken, in Niekerk en in Hindeloopen.” Onder hypnose helpt Mark mensen van allerhande klachten af, van rookverslaving tot burn-outs. Nadat Mark zijn relatie enkele jaren geleden beëindigde is hij naar Hindeloopen verhuisd. Het stadje dat ooit zijn hart had veroverd.
Bij de KNRM Hij woonde er een week, toen hij na het klussen in huis ’s avonds een rondje over de dijk wandelde. Het was oefenavond bij de KNRM. Hij wilde vragen of een vroegere vriend er nog bij zat, zoals hij zich herinnerde. Die was er niet meer, maar toen Mark eenmaal binnen stond, wist hij het: hij wilde ook bij de KRNM.
Het was een warm bad, hoewel Mark nog maar net in Hindeloopen woonde en niemand kende, klikte het meteen. “Ik wilde graag wat terugdoen voor de maatschappij. Rust brengen is mijn vak en daarmee kan ik helpen.” Er volgde een opleidingstraject. Om opstapper te worden heb je vaarbewijs I en II nodig, Marcom B (navigatie), marifoonpapieren EHBO-plus en reanimatie en als afsluiting volgt een praktijkweek te water in Schotland.
Altijd paraat staan De KNRM Hindeloopen is een van de drukste stations. Het station heeft twee reddingsboten en op dit moment 25 bemanningsleden, waarvan er vier schipper zijn. Omdat de aanrijtijd maximaal 11 minuten is, komt iedereen uit de nabije omgeving. “Er zitten veel disciplines bij. Van vrachtwagenchauffeur tot veearts en dus zelfs een hypnotherapeut”, lacht Mark. Hij vertelt trots over de bemanning en de hechtheid van het team.
De 25 man lijkt veel, maar natuurlijk is niet iedereen altijd beschikbaar. Toch, ook als je er niet bent gaat je pieper. “Het kan zijn dat je net thuiskomt en toch beschikbaar bent. Met een knop op de pieper kun je aangeven of je komt of niet. Want, zoals in mijn geval, als ik net een cliënt heb, dan kan ik er niet zomaar tussenuit.” Ook wordt direct aangegeven om wat voor melding het gaat, een prio 1 of een prio 2. Het eerste is ‘opperste paraatheid’. “Dan kan het gaan om echte nood zoals bijvoorbeeld iets medisch of brand, of een schip die dreigt op de klippen te lopen.”
Als de pieper gaat Bij Mark heerst pure rust als de pieper gaat. “We moeten zo snel mogelijk komen, maar niet rennen, niet te hard rijden. Veiligheid staat boven aan. Als je bekaf bent, hoe kun je dan goed handelen?”
Bij aankomst worden direct de pakken aangetrokken en een aantal maakt de boot klaar. In tussentijd heeft de schipper meer informatie verzameld en brieft hij de bemanning over de situatie. De taken worden verdeeld; het team is compleet op elkaar ingespeeld. De uitvaartijd is zo’n 12 minuten. “We varen met minimaal drie man uit en als er genoeg bemanningsleden zijn, dan varen we met een tweede boot uit.”
Soms als het niet nodig blijkt, keert de tweede boot om. “Het kan zomaar zijn, dat als we terugkomen – en zeker in de zomer- dat de pieper meteen weer gaat”, legt Mark uit. “We zijn 24/7 beschikbaar en hebben geen taks wat uren aangaat. Daarom moet je jezelf en elkaar in de gaten houden.” De bemanning zorgt dan ook goed voor elkaar. Ook degenen die aan wal blijven, helpen bijvoorbeeld bij terugkeer met het opruimen van de boot.
Rust Mark zinspeelt vaak op de rust die er heerst bij iedereen. Ook bij een ernstige melding. “Iedereen is kalm. De schipper bepaalt, daar luister je naar. Hij delegeert, en zegt bijvoorbeeld wat er klaargezet moet worden, zodat je op locatie direct in actie kunt.” Na een actie wordt er altijd geëvalueerd.
In het uniform stralen ze een bepaalde autoriteit uit. “Mensen laten vaak alles los zodra wij er zijn.” Toch slaan mensen welgemeende adviezen nog weleens in de wind. Boos worden ze amper, de KNRM’ers, eerder opluchting als alles goed is afgelopen. Een enkele keer is er wel frustratie. Mark noemt een voorbeeld van een overboord geslagen persoon, zonder zwemvest, die ze onderkoeld uit het water hebben gehaald en moesten overgedragen aan het ambulancepersoneel. De volgende dag ziet Mark diezelfde persoon de haven uitvaren, zonder zwemvest.
Altijd inzetbaar Altijd inzetbaar zijn naast je dagelijkse werk, is dat wel vol te houden? “Daarom zijn juist de oefenavonden zo belangrijk”, zegt Mark. “Je komt samen, je oefent, daarna zit je nog even na. Dan ben je ook een vriendenclub. Je moet op elkaar kunnen vertrouwen.” Maar ook de werkgevers zijn belangrijk, benadrukt Mark. “Als zij geen ruimte bieden, dan houdt het al op.”
Hoewel de KNRM nu met 25 bemanningsleden goed zit, is er altijd nieuwe aanwas nodig. Sommigen bereiken de leeftijdsgrens van 55 jaar, anderen kunnen het niet meer combineren met het werk en het gezin. “De jeugd (18+) is heel belangrijk voor ons. Wie geïnteresseerd is, is altijd welkom!”, besluit Mark.













