Pergola-landbouw bij Hiltsje en Marc Pritchard: je eigen moestuin op afstand

Door: Richard de Jonge 9 mei 2024, 18:15 Algemeen
Foto: Fotografie Jelly Mellema
Hiltsje en Marc
Hiltsje en Marc

MAKKUM - Stilzitten is wat lastig voor Hiltsje en Marc Pritchard. Na een lange tijd in het Caribisch gebied en een kort verblijf in Engeland, streken ze neer in de geboorteboerderij van Hiltsje onder de rook van Makkum en namen daar het jongvee-opvokbedrijf van haar ouders over. Mooi zat, zou je zeggen. Maar niet genoeg voor Hiltjse en Marc. Onder de naam ‘De Voedseltuin van Makkum’ legden de twee is een 3.500 vierkante meter grote moestuin aan, waar leden zelf hun groenten mogen oogsten.

Daarnaast houden ze regelmatig workshops, komt er in de nabije toekomst een biologische winkel, loopt er een vergunningsaanvraag voor twee trekkershutten, willen ze een gemeenschapsruimte voor de leden en standplaatsen voor tenten en bus-campers. Of het ‘boeren’ het eindstation is moet sterk worden betwijfeld, want de onrust blijft.

Paradijs
Om de boerderij ‘het paradijs’ te noemen gaat misschien wat ver. Daar waren ze in hun leven trouwens al eerder. Op de Britse Maagdeneilanden, op het eiland Jost van Dyke, waar ze een jaar hebben gewoond. Een eiland met rond de driehonderd inwoners en waar je nog helemaal in je uppie op het strand kan zitten. Met zestig runderen, acht schapen, tien kippen, zestien eenden en natuurlijk een Friese stabij komt de ark van Noach misschien dichter in de buurt.

Hoe dan ook, voor Hiltsje en Marc Pritchard en hun drie kinderen is de boerderij in Makkum een godsgeschenk dat ze uit een combinatie van idealisme en gastvrijheid graag delen met anderen. “Het zelf weer telen van groenten zoals we dat twee generaties terug deden, het zelf oogsten, genieten, kopje koffie drinken, kletsen in de tuin en het delen van een prachtige plek, dát plezier willen we ook andere mensen bieden”, zegt Hiltsje.

Op basis van vertrouwen
Begonnen met veertig zijn er nu rond de zeventig leden. Hiltsje: “Het is langzaam gegroeid vooral door mond-tot-mondreclame en dat is ook het leukst, want dan versterkt het ook de gemeenschap. De mensen kennen elkaar.”

Wij bepalen niet hoeveel broccoli of tomaten je mee mag nemen

De totale oppervlakte van de boerderij met het land is elf hectare; de tuin is 3.500 vierkante meter groot. In de wetenschap dat je ongeveer veertig vierkante meter per persoon nodig hebt, zou het ledenaantal nog kunnen groeien. Leden betalen begin van het jaar driehonderd euro. Van dit geld wordt aan de hand van een teelplan al in januari plant- en zaadgoed gekocht, maar ook bamboestokken en compost. Dat dit al in januari gebeurt is omdat het biologisch is. Oogsten kan vanaf mei tot begin januari, afhankelijk van de groente. Dat oogsten is naar behoefte. Je kunt dus niet je hele straat van groente voorzien.


“Wíj bepalen niet hoeveel broccoli of tomaten je mee mag nemen.” legt Hiltsje uit, “maar zeggen: ‘Dit is beschikbaar, neem mee wat je nodig hebt’. Op basis van vertrouwen, vanuit de gemeenschapsgedachte, dat je het met elkaar doet. We zijn open van zonsopkomst tot zonsondergang, alle dagen van de week. Ook als we er niet zijn. Ik denk dat daarom de mensen ook blij zijn en zich hier ook zo thuis voelen. En dat geeft ons ook een goed gevoel, want dan ben je toch weer een beetje aan het zorgen. En dat zit wel in ons.” Die leden komen trouwens vooral uit de buurt, want biologisch is ook dat je op de fiets komt en dat je je eigen tassen meeneemt.

Toe aan verandering
Avontuur en watersport bracht Hiltsje op de bonnefooi naar Sint Maarten. Daar ontmoette ze Marc die klaar was met Engeland en met zijn duikbrevet op zak een baan op dat eiland had geaccepteerd. Hiltsje werkte daar bij een bedrijf dat zeiltochten en -wedstrijden organiseerde met ex-America Cuppers zoals de US 86 en US 87 van Dennis Conner, de eerste Amerikaan die deze prestigieuze wedstrijd op zijn naam schreef, dit voor de kenners. Marc was duikinstructeur. Na een aantal jaren werd Sint. Maarten verruild voor Engeland, waar hun oudste zoon werd geboren. Na een terugkeer naar Sint Maarten en een verblijf op de Britse Maagdeneilanden, op Jost van Dyke, werd het tijd ‘om te settelen’, zoals Marc dat zegt. En zo kwamen ze zeven jaar geleden terecht op de geboortegrond van Hiltsje.

Het leven is als een boek, maar je bent niet altijd zelf de hoofdrolspeler

Hiltsje: “Marc was manager en ik was consultant bij KPMG. We waren alle twee wel toe aan een verandering in onze carrière. We zagen daar ouders met hun kinderen als een soort taxi over het eiland racen. In Nederland kunnen ze op de fiets naar school, bijvoorbeeld. Maar misschien is het ook een stukje nostalgie, terug naar onze jeugd. Niet alleen maar strand, maar ook voetbal, bos, behoefte aan meer vrijheid voor de kinderen hier. En dichter bij familie en vrienden.”

“Niet veel interesse in de boerderij”
Zij en ook haar broer en zus werd door haar ouders bijgebracht vooral te gaan studeren en de wijde wereld in te trekken als de mogelijkheid zich voor zou doen. “We zijn uitgevlogen en hadden eigenlijk alle drie niet echt heel veel interesse in de boerderij. Leuk, maar niet als toekomst. Toen we op Sint Maarten erover nadachten om terug te gaan naar Nederland, opperde mijn vader dat we dan mooi op de boerderij konden gaan wonen. Daar zijn we over na gaan denken. Het is een prima plek en je hoeft er niet per se weer te gaan melken. We zijn begonnen, kijken of we het leuk zouden vinden en over een jaar kijken of het beviel. Mijn vader had altijd logeerkoeien; koeien van de buren die hier stonden. Dat heeft Marc overgenomen. En dan ga je nadenken over wat je nog meer zou kunnen doen. Op Sint Maarten hebben we veel met toeristen gewerkt, met gasten, dus dat zit wel een beetje in ons bloed.”

Bijdrage leveren aan het gesprek
“Dat werken met toeristen heb ik de eerste tijd vooral gemist”, neemt Marc over. “We dachten aan een camping, appartementen in de boerderij; toen kwam corona en zijn we zelf groenten gaan verbouwen. Via via kwamen we in gesprek met Wim Canton, die op zoek was naar land voor een voedselgemeenschap. Ik heb hem gevraagd wat wíj zouden kunnen doen in deze regio. Hij is de initiatiefnemer en zo zijn we begonnen. Uit een soort idealisme, het sociale component van de boerderij: duurzaamheid, gezond eten, biologisch. En we willen ook graag een bijdrage leveren aan het gesprek: wat eten we en hoe eten we?”


Biologische winkel
Hiltsje: “We hebben ook een paar keer per jaar een lunch of een barbecue, waar je als gemeenschap bij elkaar bent en eet van de tuin. Dat je laat zien dat je ook anders kan eten en op een andere manier groenten klaar kan maken. Dat doe ik nu nog zelf, maar we bieden ook workshops aan, waarbij we goed kijken naar ons eigen netwerk, naar onze leden. Welke kennis wil je delen? We hebben workshops over koken, tomaten kweken of sauzen maken. We faciliteren voornamelijk en laten de leden vooral zelf kennis delen. De volgende stap is een biologisch winkeltje waar mensen niet alleen groenten kunnen halen, maar ook andere biologische producten.”

Niet voor altijd
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het echtpaar Pritchard niet fulltime boer is. Hiltsje is vier dagen in de week teamleider van de opleiding ‘associate degree leisure and events management’ in Leeuwarden en in Emmen. Marc is parttime boer, tot ’s één uur middags. Daarna is hij vooral vader van hun drie kinderen.

Hiltsje: “Hier is alles geregeld. Dat onverwachte, dat je in het Caribisch gebied hebt, heb je hier niet. Dat blijf ik wel missen.” En dan, cryptisch: “Dit is niet voor altijd. Het leven is als een boek met hoofdstukken, maar je bent niet altijd zelf de hoofdrolspeler.” Ze legt uit: “Dat zijn nu wat meer de kinderen, waar school belangrijk is, sport. De onrust blijft, dat heb je als je in het buitenland hebt gewoond. We hebben een campertje waarmee we af en toe door Europa trekken, maar ik vraag me af waar we over vijftien jaar zitten.” “Op een boot”, beantwoordt Marc de vraag. “De wijde wereld in.”


Gemeenschapslandbouw
Gemeenschapslandbouw of community-supported agriculture (CSA), in Nederland ook wel pergola-landbouw genoemd, is een vorm van samenwerking tussen burgers en lokale landbouwers. Burgers betalen jaarlijks een bijdrage om de productiekosten van het landbouwbedrijf te kunnen dekken. In ruil krijgen ze een deel van de opbrengst.

Foto: Fotografie Jelly Mellema
Tekst: Richard de Jonge
Afbeelding
Marc verzorgt de logeerkoeien
Afbeelding
Afbeelding
lente ui
vers van het land