grootbolsward-ijsselmeerkust

Christa Bruggenkamp: ‘Hoe een zakje je meel je leven drastisch kan veranderen’

In 2015 brengt Christa Bruggenkamp een bezoekje aan korenmolen De Onderneming in Witmarsum om een zakje meel te kopen. Ze komt er vandaan met niet alleen een zakje meel, maar - nog veel belangrijker – een besmetting met het ‘molenvirus’ waar het omikronvirus jaloers op zou zijn. Gefascineerd door ambachtelijk vakmanschap als zij is, wordt ze vrijwilliger op de molen, volgt de opleiding tot molenaar, experimenteert eindeloos met graansoorten, met brood bakken en maakt uiteindelijk haar droom waar: van korenmolen De Onderneming weer een échte onderneming maken.

Afbeelding

Elk weekend zijn de door Christa Bruggenkamp met veel passie en respect voor het ambacht gebakken broden op bestelling te koop. Gemaakt van steengemalen graan van oude graanrassen als Red Turkey Wheat uit Witmarsum of Lennox uit Pingjum, gebakken in de eigen bakkerij, als verlengstuk van de molen.

Fascinatie voor ambachtelijk vakmanschap

Die besmetting komt overigens niet uit de lucht vallen, want Christa heeft al sinds haar jeugd, die ze in Schraard doorbracht, een fascinatie voor ambachtelijk vakmanschap. Dat bezoekje aan molen De Onderneming fungeerde dus als het spreekwoordelijke zaadje dat bij haar een rijke voedingsbodem vond en uitgroeide tot een prachtige plant. Haar studie ‘Visual Art and Design Management’, aan de faculteit Kunst en Economie van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht sloot daar naadloos bij aan. Daarin ligt de focus op het vermarkten van kunst en cultuur. Het feit dat vrijwillig molenaar Lourens Sierkstra, na ruim veertig jaar molenaarschap van De Onderneming, op zoek was naar een potentiele opvolger voor zijn levenswerk, gekoppeld aan het ontembare enthousiasme van Christa, maakte het plaatje compleet.

Gecertificeerd molenaar 

Christa, inmiddels beter bekend als Mevrouw de Molenaar, woonde ten tijde van haar eerste bezoekje aan de karakteristieke molen, samen met haar partner Chris de Jong, timmerman van beroep, in een huis in Witmarsum dat ze samen van boven tot onder hadden verbouwd. Op de doordeweekse dagen stond haar studie in Utrecht centraal, maar in het weekend bracht ze een belangrijk deel van haar tijd door op de molen om het vak van molenaar in de vingers te krijgen. “Daarnaast volgde ik bij het ‘Gild Fryske Mounders’ de opleiding tot gecertificeerd molenaar”, valt ze in. “Mijn droom was om van korenmolen De Onderneming een plek te maken waar de meerwaarde van ‘het ambacht’ centraal staat. Zeg maar bezoekers de weg van steengemalen molenmeel tot ambachtelijk gebakken authentiek brood te laten beleven.”

Als een maatpak 

De koren- en pelmolen in Witmarsum verkeerde in topconditie, dankzij veertig jaar enthousiasme en ‘ellebogenstoom’ van molenaar Lourens Sierkstra en zijn vrijwilligersploeg. Sierkstra, inmiddels in de tachtig, was op zoek naar een opvolger, want hij wilde een ‘tandje terugschakelen’. Hij was sinds de zeventiger jaren intensief betrokken bij het reilen en zeilen van ‘De Onderneming’. “Dat vrijwilligerswerk op de molen voelde als een maatpak”, zegt Christa, “dus heb ik ervoor gekozen om als afstudeerscriptie een plan te schrijven om van De Onderneming ‘mijn’ onderneming te maken. Mede daardoor konden wij rekenen op de voorspraak en steun van Sierkstra als beoogde opvolgers. Wat daarin ook meespeelde was dat mijn man Chris timmerman is en dus een waardevolle bijdrage zou kunnen leveren in het onderhoud van de molen en de daarnaast gelegen woning. In 2016 werd dat beklonken. Wij konden van onze inmiddels volledig verbouwde woning verkassen naar het molenaarshuis. Best een ‘pittige’ beslissing, maar we hebben er nooit een seconde spijt van gehad. In 2019 deed ik mijn molenaarsexamen, zodat ondergetekende, Dick Sandberg en Wilco Zeemans de vrijwillige molenaars zijn op molen De Onderneming.”

‘Daar moet ik wat mee doen”

“Een van de dingen die mij waren opgevallen was dat het proces van malen voor buitenstaanders een wat mysterieus gebeuren was, dat zich achter de schermen afspeelde. De molen kreeg nauwelijks bezoekers. Ik dacht meteen: ‘Daar moet ik wat mee doen’. Tenslotte wordt het gemalen graan gebruikt voor bakkersproducten, producten dus die een verhaal vertellen en een wagonlading historie ‘aan hun kont’ hebben. In een vrije ruimte van het molenaarshuis werd een werkbank geplaatst, een koelkast en een oven en mijn minibakkerij was een feit. Ik had voor mijzelf een collage gemaakt van mooie producten: rustieke broden die je op vakantie in Frankrijk en Italië vaak tegenkomt. Dat inspireerde mij. Maar het bakken, daar had ik geen kaas van gegeten. In bakkerstermen: dat was heel andere koek.”

Jippe Braaksma als steun en toeverlaat 

“Mijn steun en toeverlaat in dat proces was Jippe Braaksma, die ik tijdens een vergadering van het ‘Gild Fryske Mounders’ ontmoette. Jippe is zowel bakker als molenaar en heeft het vak met de paplepel binnengekregen. Hij groeide op als bakkerszoon in Oenkerk, dus om het vak in de vingers te krijgen heb ik daar in 2016 een periode stagegelopen. Dat klikte, zodat we contact hielden, enhij regelmatig de helpende hand uitstak en mij van advies voorzag.” 

Een wereld van verschil

Broodbakken met steengemalen meel of met fabrieksmatig geproduceerd meel, daar zit een wereld van verschil tussen, weet Christa. “Fabrieksmeel wordt in meerdere passages verwerkt. De korrel wordt helemaal uit elkaar getrokken en ze hebben tussentijds de mogelijkheid tot bijsturen om uniforme kwaliteit te krijgen. Molenmeel daarentegen wordt in één gang gemalen. Wat je er aan de bovenkant instopt komt er aan de onderkant uit. Weliswaar boordevol vitaminen en mineralen, maar er zijn altijd verschillen met de oogst van het jaar daarvoor. Dat vraagt om veel vakmanschap; je moet je deeg leren ‘lezen’. En dat is juist wat dit ambacht zo mooi maakt. We werken intensief samen met – Friese - akkerbouwers en kopen alleen hoogwaardig graan in, wat je in de smaak en geur van het eindproduct terugziet. Het mooie ervan is daarnaast dat de graanrassen die wij gebruiken een rijke historie hebben en dat aspect past naadloos in onze visie van ambachtelijk vakmanschap.”

Minibakkerij wordt professionele bakkerij

“In 2018 zijn we begonnen we met de verkoop van brood. Chris had de garage verbouwd tot bakkerij, omdat de inpandige minibakkerij uit zijn jasje was gegroeid. Op zicht, zodat de bedrijvigheid goed te volgen is voor passanten. Het ambachtelijke broodbakken en de heerlijke geur die dat verspreidt, maakte de mensen nieuwsgierig. De ouders van Jippe hadden inmiddels hun bakkerij verkocht en wij kregen het in Witmarsum steeds drukker, zodat daar een nieuwe uitdaging voor Jippe lag. 

Aanvankelijk bakten we twee soorten brood. Nu hebben we de beschikking over vijf ovens en is het assortiment verbreed en verdiept. We maken nu vier soorten brood, roggebrood, dat bekroond is door Fryslân Culinair en veel banket en taarten. De bakkerij is alleen op vrijdag en zaterdag geopend voor de verkoop en dan is het een drukte van belang. We werken zo veel mogelijk op bestelling want verspilling past niet in onze visie van ambachtelijkheid. In het toeristenseizoen maken we wat extra want het is vervelend om mensen die op de bonnefooi langs komen teleur te stellen.”

Agenda barst uit zijn voegen

De agenda van Mevrouw de Molenaar barst bijkans uit zijn voegen, want naast malen, bakken, inkoop, verkoop, administratie en overleg met akkerbouwers, ziet ze ook nog kans om workshops voor particulieren te organiseren en bedrijfsarrangementen. “Soms is het best een puzzel om een balans tussen zakelijk en privé te vinden”, reageert ze. “Tenslotte verdient mijn achttien maanden oude dochter Sophie ook een forse portie aandacht, maar ik heb gelukkig erg veel plezier in de dingen die ik doe, het voelt niet als werk.” 

Voortuitdromen

“Ja, hoog op mijn verlanglijstje staat de ontwikkeling van een educatief project voor kinderen. Over brood valt veel te vertellen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen in de vorm van een leuke gastles, gecombineerd met een bezoek aan de molen, zodat er een stukje bewustwording optreedt.”   

  

Kader: Molen de Onderneming

Aan de rand van het dorp Witmarsum, staat de in 1850 gebouwde koren- en pelmolen ‘De Onderneming’. 

Sinds 1895 is deze molen in bezit van de familie Stoffels. Tijdens de Tweede Wereldoorlog draaide De Onderneming bijzonder goed. Na de oorlog echter daalde de omzet en dat had zijn weerslag op het onderhoud van de molen, die in verval raakte. Heimen Stoffels schrijft een brandbrief aan het Ministerie van CRM, waarin hij vraagt de molen af te breken uit veiligheidsoverwegingen.

Hij kreeg nul op rekest; de molen mocht vanwege haar unieke locatie niet worden afgebroken en werd verkocht aan de gemeente, waarna in 1970 een uitvoerige restauratie in gang werd gezet. In 1973 werd de molenaarswoning naast de molen afgebroken en in 1982 herbouwd. In de daaropvolgende jaren heeft vrijwillig molenaar Lourens Sierkstra het pelwerk hersteld en deels gereconstrueerd. De molen is weer maalvaardig. In 2010 wordt de molen eigendom van de Stichting tot behoud van monumenten in de gemeente Súdwest-Fryslân. 

Tekst en foto’s: Wim Walda