INTERVIEW | Volleybalster en kaatster Sjanet Wijnia: “Ik bin eins wol wat streberich”
WOMMELS - Sjanet Wijnia, volleybalster en kaatster uit Wommels, kan haar sportbeleving in een paar woorden vastleggen: “Trochsette en noait ferlieze.” Dat zijn de woorden die iedere (top)sporter vanzelfsprekend óók gebruikt. Sjanet Wijnia gaat nog een stapje verder. Ze kijkt in de spiegel en ziet bij zichzelf wat je nog meer nodig hebt om de hoogste prestaties te bereiken. Ze is kritisch op zichzelf. Sterker: “Ik bin eins wol wat streberich.”

Sjanet Wijnia is geboren in Wommels en daar woont ze nog. Ze kreeg van haar ouders een sportopvoeding mee. Heit Jappie was zeventien jaar lang een topspits in het voetbalelftal van SDS. En hij kaatste natuurlijk, want dat doet iedereen in Wommels. Hij richtte een eigen kaatsschool op. En nog steeds zie je hem aan de gang met dochter Sjanet, die zo’n vijf, zes jaar was toen ze voor het eerst kaatste. Daar is ze nooit meer mee opgehouden.
Top-sportjaar
Een van haar beste vriendinnen, Martzen, nam Sjanet, die turnde, eens mee naar volleybal. Hé, dat was óók leuk. Ze deed het een jaartje bij de Greidhoeke-club COVOS, dat in Easterein speelt, waarna ze twaalf jaar geleden overstak naar de volleybaldames van Sneek. En daar bij Friso Sneek speelt ze nu al weer enige jaren in het eerste damesteam. Dat werd afgelopen jaar de kampioen van Nederland. En ze won bovendien de dames PC in Weidum. Een top-sportjaar voor Sjanet Wijnia.
![]()
Volleybalster Sjanet Wijnia - Foto: Lieuwe Bosch
Wrakke knie
En tóch voelt ze zich niet helemaal lekker. Ze heeft een ‘wrakke’ knie. Er is een stuk in de buitenkant van een van haar knieën waar geen kraakbeen meer zit. Dat is dus bot op bot, dat schuurt. “Ik fiel it altyd.” Ze kan bijvoorbeeld in de supermarkt niet op de hurken zitten om iets uit het onderste vak te halen. Ze moet zich in haar gewone leven al aanpassen, dus zeker in de sport. Met name in het volleybal. Ze speelde een jaar (2023) in het tweede team van Friso Sneek om te oefenen als libero. Sjanet moest haar positie als passer-loper, die ze in Friso eerder altijd had, opgeven, omdat met name het neerkomen na de sprong te pijnlijk was. Ze rouleert nu steeds in het team als libero in het achterveld. Dat is anders en heeft haar veel inspanning gekost.
Eins wol ik ek wer skië, mar dan moat ik wol wat oan de knibbel dwaan
Ze kunnen niet met zekerheid zeggen of een operatie kan slagen. En dan ben je sowieso een jaar kwijt. Sjanet Wijnia kijkt berekenend: “It is optheden net it meast geskikte momint.” Want ze heeft twee dagen ervoor een Europa Cup wedstrijd gespeeld en gewonnen en nu lonken er nog een paar mooi wedstrijden. Ze vindt de Europa Cup mooi omdat je dan tegenstanders treft waar je weinig van weet. En dat is dan het avontuur, wat haar wel aanstaat.
‘Makkie’
Van de tegenstander van afgelopen woensdag wisten ze helemaal niets. Er waren geen beelden van Fleyr Tórshavn van de Faeröer eilanden. Het bleek een makkie. Dat is overigens een term die de buitenwacht mag gebruiken, Sjanet wil dat niet. Ze weet dat volleybal vaak een wankel evenwicht is. Zo verloor Friso Sneek de opening van het seizoen met een wedstrijd tegen de bekerwinnaar Apollo. “We wienen net goed by de les, dêr moat we fan leare.” De uitwedstrijd op de Faeröer is een extra gebakje, daarna Europees naar Thetis Athene. En in de competitie wraak nemen op Apollo.
Tijd
Twee sporten op topniveau doen kost veel tijd. Een volleybalwedstrijd duurt twee uren, een kaatswedstrijd een hele dag. Zeker voor een topper als Sjanet Wijnia. Ze komt meestal in de finale. Zeker als ze met haar vaste maten Louise Krol en Gerde Lycklama à Nijeholt kaatst. Ook in de ‘troch elkoar lotters’-partijen gebeurt het overigens vaak. En dubbel zwaar voor Sjanet, die in het veld een dubbelrol heeft: perk en tweede opslag.
Foar sport moat je in soad dwaan. En in soad litte
Ze heeft overigens de afgelopen zomer iets minder gekaatst. Combinatie met volleybal was nog wel eens lastig. En ze heeft vakantie genomen en genoten, “want oars is it 365 dagen op je bêst wêze wolle.” Zelfs iemand als Sjanet Wijnia vindt enige ontspanning wel een keertje lekker. In no time was ze weer in haar normale ritme bezig.
Een normale kaatstraining in een week met de trainers Sjoerd Tolsma en René Anema is twee keer anderhalf uur om het goede gevoel over het kaatsballetje te krijgen, en wat technische dingen te doen. En natuurlijk nog een uurtje ‘baltsje ferdriuwe’, achter het kanon, of opslaan. Met heit Jappie, die daar ook nog wel wat raadgevingen doorheen strooit. Volleybal is vier keer twee en een half uur trainen onder leiding van Erik Reitsma. “Goeie trainer.” Reitsma geeft zeer gevarieerde trainingen met naast de conditie veel balcontrole en daarna variëren tussen verdedigen en aanvallen. En dan nog eens zes tegen zes spelen, waarbij de verschillende afrondingen speciale punten opleveren.
Druk
Dan heb je met trainingen en wedstrijden de hele week al lekker vol, maar zo zit Sjanet Wijnia niet in elkaar: ze werkt ook nog eens 32 uur in een radiotherapeutisch instituut in Leeuwarden. En in haar werk heeft ze hetzelfde uitgangspunt als in de sport: je uiterste best doen. Dan komt dat woord ‘streberig’ weer om de hoek.
Veel mensen beleven hun sport anders, meer recreatief. Sjanet: “Dy jouwe it te gau op.” Ze trekt er bijna een vies gezicht bij. Want ze kan het zich bijna niet voorstellen. Sjanet is nu 25. Straks als ze veertig, vijftig is, zal ze ongetwijfeld nog aan sport doen. Toch niet meer op dezelfde wijze als nu? Ze aarzelt. En realiseert zich dat je dat dan eigenlijk recreatiever moet doen. Ze hoopt dat ze dat kan. “En eins wol ik ek wer skië, mar dan moat ik wat oan de knibbel dwaan”.
![]()
Kaatster Sjanet Wijnia - Foto: Ynte Dragt
Dat skiën heeft ze tussen de bedrijven door nog wel gedaan, maar ook veel andere ‘gewone’ dingen niet. Er was geen tijd voor. Op vakantie naar Curaçao met de schoonfamilie, nee. Trainen en spelen. En hou daar rekening mee in je voedsel. “Foar sport moat je in soad dwaan. En in soad litte.” Sjanet heeft alle hulp van haar vriend Evert Pieter Tolsma. Hij is wat relaxter. Daardoor ook gingen ze deze zomer op vakantie. Die ontspanning leert ze dus van hem. “En hy leart fan my, dat je sa no en dan ek winne en trochsette moatte.”
“It sit yn my”
Dan kijkt ze weer even in de spiegel. “It sit yn my. It hat my yn wurk, sport en dit hûs ek brocht wêr at ik no bin.” Je kunt je voorstellen dat ze enorm baalt als ze een keertje verliest in de sport. Dat is ook weer niet helemaal zo. “It is even bale, mar ik wurd net segrinich.” Waar ze wé last van heeft is dat ze lang doorgaat met redeneringen waarom je wint of verliest na een wedstrijd. En dat dat napraten na verlies oplevert dat je de volgende keer wint. “Dat neipraten is in nije kâns, je moat it altyd posityf sjen.”
Dat kan ook tijdens de wedstrijd. Op de PC waren Louise Krol, Gerde Lycklama à Nijeholt en Sjanet Wijnia veruit kanshebber, maar maakte hun tegenstanders (Annet de Haan, Jeske Terpstra en Manon Scheepstra) het hen erg lastig. Er werd pas gewonnen op 5-4 6-4. “Ja, dat wie dreech. At wy op ús bêst binne komt der net ien oan.”
“Faak wolle we té graach”
Sjanet Wijnia vond het nu onnodig spannend worden. Want ze hadden ook voor die finale geen last van zenuwen. “We kin sá goed wêze. We moat elke kear in soad wille ha, dat soarget foar de ûntspanning en yn dy omstandichheden bin wy op ús bêst. Faak wolle we té graach.”
Dat heeft Sjanet Wijnia met kaatsen, dat heeft ze ook met Friso Sneek. Een ideale volleybalorganisatie. De grootste volleybalclub voor dames in het noorden. Een ervaren team en alles eromheen is ook goed geregeld. Ze kunnen daardoor vrijuit Europees spelen. Sjanet Wijnia glimlacht. Ze heeft er zin in.
Tekst: Eelke Lok







