INTERVIEW | Bolswarder profwielrenner Jelte Krijnsen: “Mijn grote doel is een monumentale voorjaarsklassieker winnen”

Door: Broer Feenstra 9 jan 2025, 18:30 Sport
Foto: Fotografie Jelly Mellema
Profwielrenner Jelte Krijnsen, Bolsward
Profwielrenner Jelte Krijnsen, Bolsward

BOLSWARD - Pieter Weening, Lieuwe Westra, Maarten Tjallingii, Eddy Schurer, Gerrit de Vries, Johannes Draaijer, Henk Hiddinga en Wiebren Veenstra waren ooit bekende Friese wielrenners die deel uitmaakten van het profpeloton. Aan dit illustere rijtje kan nu de naam van Jelte Krijnsen worden toegevoegd. De 23-jarige Bolswarder tekende een tweejarig profcontract bij het Australische Team Jayco-AlUla en hoopt met name in de komende voorjaarsklassiekers een rol van betekenis te kunnen spelen. Krijnsen is de enige Friese beroepswielrenner die op het allerhoogste niveau, de WorldTour, uitkomt. “Mijn grote doel is om een monumentale voorjaarsklassieker te winnen.”

Voor veel amateurwielrenners is het een droom om ooit profwielrenner te worden. Er zijn echter maar weinigen die deze grote wens in vervulling zien gaan. Jelte Krijnsen, geboren en getogen in Bolsward, voelt zich dan ook bevoorrecht dat hij dit jaar zijn profdebuut mag maken op het allerhoogste niveau in de zogenoemde WorldTour-competitie met onder anderen wereldtoppers zoals Tadej Pogacar, Mathieu van der Poel, Wout van Aert, Jonas Vingegaard als concurrenten.

Liefde voor het wielrennen

Door vorig jaar als semiprof prima te presteren, fietste Jelte Krijnsen zich in de kijker van diverse profteams. Hij koos uiteindelijk voor het Australische Team Jayco-AlUla. Daarmee is de Bolswarder de enige Friese beroepswielrenner die op het allerhoogste niveau uitkomt. Provinciegenoot Hartthijs de Vries uit Kollum is ook wielerprof, maar die rijdt op het een na hoogste niveau (procontinentaal) bij team Tour de Tietema. Krijnsens voorbereiding op het nieuwe wielerseizoen 2025 is al wekenlang in volle gang. Eind december was hij, tussen twee trainingskampen in Spanje door, even thuis in Bolsward en daar zochten we hem op voor een gesprek over zijn profavontuur.


“Hoe is de liefde voor het wielrennen ontstaan?”, willen we als eerste weten. Jelte vertelt: “Ik legde mij in m’n jeugd aanvankelijk vooral toe op schaatsen en deed ook aan wedstrijden mee. Zoals zoveel schaatsers combineerde ik dat met racefietsen. Dat laatste ging mij eigenlijk nog beter af dan het schaatsen. Op mijn vijftiende ben ik toen lid geworden van de Wielervereniging Snits. Een jaar later maakte ik de overstap naar Wielervereniging Drachten en vervolgens naar De Volharding in Utrecht. In die periode kon ik inmiddels goed meekomen op nationaal en internationaal niveau. Vanaf dat moment ben ik mij volledig op het wielrennen gaan toeleggen. Voor je ontwikkeling als wielrenner kun je het beste bij een vereniging in het zuiden van Nederland fietsen waar het niveau hoger ligt en zo kwam ik als tweedejaars junior terecht bij het Brabantse Willebrord Wil Vooruit terecht.”

Parkhotel Valkenburg

Na nog twee wielerverenigingen in respectievelijk Amsterdam en Oosterhout te hebben versleten, kwam Jelte Krijnsen vorig jaar bij de semiprofessionele wielerploeg Parkhotel Valkenburg terecht. Hoe kijkt hij daar op terug?

Ik ben geen klimmer en dus geen klassementsrenner voor de grote Ronden

Jelte: “Dat was een succesvolle periode met een gezellige ploeg. Ik behaalde een paar mooie ereplaatsen in eendaagse en meerdaagse wedstrijden. Halverwege het seizoen werd ik ineens benaderd door een Zwitserse profwielerclub die op het een na hoogste niveau uitkomt. Of ik bij hen stage wilde lopen. Een mooie kans, die ik niet wilde laten schieten. In augustus won ik namens Parkhotel Valkenburg nog de vierde etappe van de Ronde van Denemarken, mijn eerste profzege in een sterk deelnemersveld met WorldTour-teams. En een week later pakte ik meteen mijn tweede profzege in de Druivenkoers in het Belgische Overijse, debuterend in het tenue van de Zwitserse 36.5 Pro Cycling-ploeg. In oktober won ik ook nog een etappe én het eindklassement van de Chinese rittenkoers Tour of Taihu Lake.”

Daarna stonden de WorldTour-profteams voor je in de rij?

“Ja. Zeven van die ploegen wilden mij graag onder contract nemen in 2025, waaronder Team Visma | Lease a Bike en Alpecin-Deceuninck. Een keuze maken was best moeilijk. Ik heb - in nauw overleg met mijn zaakwaarnemer - uiteindelijk gekozen voor Team Jayco-AlUla omdat ik bij deze ploeg veel vrijheid krijg om in bepaalde koersen voor mijn eigen winstkansen te gaan, in plaats van volledig in dienst van een teamgenoot te moeten rijden. Ik mag ook enkele grote voorjaarsklassiekers rijden en daar ben ik blij mee. Langere eendaagse wedstrijden liggen mij namelijk het best en dan heb ik het over koersen die richting de vijf uur of langer gaan.


Ik heb veel duurvermogen en ga daardoor minder snel kapot dan veel andere renners. In de finale heb ik dan meestal iets meer over dan veel concurrenten. Ik ben er inmiddels wel achter dat ik geen klimmer en dus geen klassementsrenner voor de grote Ronden ben. Daarvoor heb ik niet de juiste bouw. Kleinere Ronden zoals die van Denemarken en Engeland liggen mij dan weer beter.”

Jouw voorbereiding op het nieuwe wielerseizoen is eind november al begonnen?

“Klopt. Ik heb daar via Airbnb een appartement gehuurd en eerst een paar weken voor mijzelf getraind. Medio december sloot ik me vervolgens aan bij het eerste trainingskamp van Team Jayco-AlUla. Het was leuk om daar kennis te maken met m’n nieuwe ploeggenoten, waaronder de sprinter en huidig nationaal kampioen Dylan Groenewegen. Ben O’Connor, die in 2021 vierde werd in de Tour de France én een etappe won, was mijn kamergenoot op dat trainingskamp. Hij is onze kopman in de grote Ronden. Leuk is ook dat Pieter Weening uit Harkema een van mijn ploegleiders is. In totaal zat ik vier weken in Spanje en in die periode 112 uur op de racefiets. Daarnaast heb ik nog hardgelopen en krachttraining gedaan. Na de kerstbreak trainen we in januari weer verder in Spanje.”

Veldrijdcrossen? 

Wereldtoppers zoals Mathieu van der Poel en Wout van Aert, maar ook een groot profwielertalent zoals Tibor del Grosso uit Eelde bereiden zich graag voor op het nieuwe wielerseizoen door in de winterperiode deel te nemen aan veldrijdcrossen. Zou dat ook een optie voor Jelte Krijnsen zijn?

De langere eendaagse wedstrijden liggen mij het best

Jelte: “Nee, zij doen daar al van jongs af aan mee en zijn zeer ervaren en bedreven in deze discipline. Ik heb nooit aan veldrijden gedaan en ik begin er daarom ook niet meer aan. Ik vind het prima om mij goed voor te bereiden in Spanje en even geen competitie te hebben. Ook tijdens trainingen kan ik mij helemaal leeg rijden. Waarom een voorbereiding in Spanje zo ideaal is? Uiteraard vanwege het aangenamere weer, maar ook door het hoogteverschil want dat is ideaal voor intervaltraining. De afwisseling in het parcours is sowieso groter. Ook voor de teambuilding is het samen op trainingskamp zijn in het buitenland goed.”

In welke wedstrijden gaan we je dit voorjaar zien?

“Mijn seizoen begint op 25 januari met een wedstrijd in Spanje: de Gran Premio Castellón en een dag later rijd ik een koers in Valencia. Op 1 maart staan we dan aan de start van de eerste Belgische voorjaarsklassieker Omloop Het Nieuwsblad. Een dag later volgt dan de wedstrijd Kuurne-Brussel-Kuurne. De E3 Saxo Classic rijd ik op 28 maart, Gent-Wevelgem op 30 maart en dan komt Dwars door Vlaanderen op 2 april. Vier dagen later rijd ik dan voor het eerst een ‘monument’, de klassieker de Ronde van Vlaanderen en dan op 13 april Parijs-Roubaix. Daar kijk ik erg naar uit. Ik ben onder andere benieuwd hoe het fietsen met de wereldtop over de kasseienstroken mij af zal gaan. Eendaagse wedstrijden met niet teveel hoogtemeters en weinig klimwerk liggen mij het best. Denk onder andere aan De Ronde van Vlaanderen en De Waalse Pijl.”

Ga je dit jaar de Tour de France rijden?

“Nee, waarschijnlijk niet. De ploegleiding kiest dan denk ik voor iets betere klimmers. Misschien doe ik in het najaar mee aan de Ronde van Spanje, maar dat is nu nog niet besloten. Pas na de voorjaarswedstrijden wordt de rest van mijn seizoenprogramma nog ingevuld. De Ronde van Italië komt voor mij sowieso te vroeg, zo vlak na de zware voorjaarsklassiekers.”


Jij doet naast het wielrennen nog een studie?

“Na de vwo-opleiding op het Marne College in Bolsward te hebben afgerond, ben ik de vierjarige hbo-opleiding Levensmiddelentechnologie aan Hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden gaan volgen. Ik zit in het laatste jaar en ben nu bezig met mijn projectstage. Omdat ik door het wielrennen niet stage kan lopen bij een bedrijf, doe ik deze stage nu via het lectoraat van school, waarvan ik een opdracht heb gekregen. Die kan ik volledig in mijn eigen tijd en vanop afstand doen. Tussen het wielrennen door ben ik daar veel mee bezig. Dat is ook de enige manier voor mij om mijn opleiding nog af te ronden. Wat ik ermee ga doen, daar heb ik nog niet echt over nagedacht. Mijn focus ligt de komende jaren volledig op het wielrennen.”

Kom je als wielrenner in je vrije tijd nog aan hobby’s toe?

“Nauwelijks. Wielrennen is mijn grootste hobby en het is mooi dat ik daarvan nu mijn beroep heb kunnen maken. Ik heb er in de voorbije jaren heel veel trainingsarbeid in gestoken om het niveau te bereiken dat ik nu heb. Vorig jaar viel het voor mij allemaal op zijn goede plek met en aantal overwinningen en andere goede klasseringen, waardoor ik in beeld kwam bij profteams. Ooit wilde ik graag langebaanschaatser worden, maar het is nu dus profwielrenner geworden. Dat ik dit nu heb bereikt, vind ik erg mooi! Als wielrenner hoop ik de komende jaren nog door te groeien. Mijn grote doel is om ooit een monumentale voorjaarsklassieker te winnen.”

Foto: Fotografie Jelly Mellema
Tekst: Broer Feenstra