Jan en Ineke Kooiman-van Homoet - Heilige ijsherinneringen van schaatsend echtpaar

Door: Redactie 20 jan 2024, 20:00 Sport
Foto: Jelly Mellema
Jan en Ineke Kooiman-van Homoet
Jan en Ineke Kooiman-van Homoet

WARNS - Ineke van Homoet heeft in de elf jaar dat ze nu samen met haar man Jan Kooiman in Warns woont al lekker Fries geleerd. Om dat te demonstreren zegt ze ineens: “Tige spítich dat we net yn Fryslân berne binne.” Goed Frysk, maar zit het zo diep? Ja, zo diep zit het. Want het echtpaar Kooiman-van Homoet is zielsblij in en met Fryslân. En dan te bedenken dat Ineke er eerst eigenlijk toch nog wat tegen op zag. Maar haar man Jan wilde graag wat grond om een beetje boer te kunnen spelen. Dat was in de Krimpenerwaard, op de grens van de provincies Zuid-Holland en Utrecht waar ze woonden, financieel niet haalbaar. In het Friese Warns wel. Daar zitten ze intussen diep in de mienskip. Want ze houden van het Friese gevoel voor de sport die ze beiden zonder aarzelen kozen in hun jeugd: schaatsen. Jan en Ineke Kooiman zijn nu zeventig jaar oud, maar hadden zo’n veertig jaar geleden de hoogtepunten in hun imposante bijeen geknokte schaatscarrières. 

Ineke van Homoet werd in 1953 geboren in Alblasserdam. Ze komt uit een arbeidersgezin en werd onderwijzeres in Schoonhoven. Haar vader was een echte toerschaatser. Hij reed de Elfstedentocht in 1947, 1954 en 1956, en moest in 1963 van de organisatie in Franeker van het ijs af. Het was in dát jaar dat Ineke net als haar vader verslaafd raakte aan schaatsen. 

Tige spitich dat we net yn Fryslân berne binne

Lekstreek
De toen negenjarige Ineke was nog te jong om mee te mogen doen met de Molentocht daar, maar deed het stiekem toch. Twintig kilometer! Na dat jaar lieten de winters verstek gaan, dus het bleef wat hangen. Maar toen ze veertien was, mocht ze bij de schaatstrainingsvereniging Lekstreek. Elke zaterdagochtend met een bus naar de Jaap Eden kunstijsbaan in Amsterdam. Ineke stapte altijd als een van de eersten naar binnen. Een van de laatsten was dan ene Jan Kooiman. Die had al een juniorenkampioenschap behaald; z’n foto stond in de krant. “Vriendinnen vonden dat die Jan wel wat voor mij was,” zegt Ineke, “en het werd ook nog wat. Uiteindelijk zijn we in 1976 getrouwd.” 

Die Jan Kooiman was boerenzoon op een kleine boerderij in Ammerstol. Vijftien koeien en wat kleinvee. Het land lag niet achter de woning, dat was nog een eindje fietsen. En dat had Jan al gedaan als hij in de bus stapte; hij moest helpen met melken. Jan Kooiman kon later echter het boerderijtje niet overnemen. Toch had hij daar wel zin aan gehad. Dat kun je wel zien als je nu op het erf van hun kleine boerderijtje in Warns stapt. 

Trots
Dan wordt je namelijk eerst even onthaald in de schuur. Kijken naar de trots van boer Jan. Twee Friese roodbonte koeien staan naast een complete wintervoorraad hooi en stro. Ze kijken uit over de ruim bemeten tuin, waar de gezondheid nog van afstraalt. Jan Kooiman heeft z’n boerderijtje weer terug.

Hij heeft in de Krimpenerwaard allemaal verschillend werk gedaan om de kost te verdienen; was de laatste twintig jaar van z’n werkzame leven schoolconciërge. Dus moest hij, net als z’n vrouw zo nu en dan, een vrije dag vragen, omdat soms het ijs een nog strengere werkgever was. Of nee, hij was er verliefd op. Waarom? Schouderophalend: “… Het zit in je.” Pas toen hij de beschikking over een auto kreeg ging hij echt vooruit, dan kon je immers vaker dan die ene ochtend in de bus naar de baan. Trainen.

Fanatiek
Ineke Kooiman-van Homoet was naast onderwijzeres een fanatieke sporter. Had ze van vader mee gekregen. Ze deed wielrennen, atletiek en zwemmen. En ze schaatste ‘s winters hard op de langebaan. Ineke kwam uiteindelijk in de nationale damesschaatselectie terecht. Ria Visser, Sijtje van der Lende, Annie Borckink; de lichting die na het tijdperk Stien Kaiser en Atje Keulen kwam. Doorzetten, want: “Het vergroot je wereld.”


Ineke werd vierde op het Nederlands kampioenschap allround in het echte succesrijke jaar van het echtpaar Kooiman: 1983. Ze mocht dat jaar ook meedoen aan het Europees kampioenschap in Heerenveen en werd daar veertiende. De echte klassementstop haalde ze niet, want ze was niet begiftigd met een sterke sprint. Pas op de lange afstanden begon ze in te halen, maar dat bleek niet voldoende.

Wereldrecord
Ineke Kooiman had immers een lekkere lange slag; lang voor dames althans. De langste afstand van de dames is nog altijd de vijf kilometer, maar ze reed in Haarlem toch een keer een tien kilometer en zette met 16.56 een officieel wereldrecord dames in de boeken. Dat was in 1984. Eerder had ze al laten zien hoe je echt lang kan doorglijden. In 1982 had ze op de ijsbaan van Den Haag namelijk een werelduurrecord neergezet. Een uur lang rondjes draaien. Ze kwam tot ruim 33 kilometer. Misschien niet interessant voor het publiek, wel voor de rijders onderling. Het was de doorbaak voor haar naar de marathon. Daar zou ze er uiteindelijk 52(!) van winnen.

Echtgenoot Jan was overigens ook werelduurrecordhouder. Hij deed het aan het einde van dat topseizoen 1983 op de baan van Inzell en reed 38,5 km. Jan Kooiman was toen al een bekend marathonschaatser. Die honderd rondjes op de baan waren in 1978 echt gaan leven met een Nederlands kampioenschap. Kooiman had in de Krimpenerwaard al heel vroeg laten zien dat de marathon precies zijn ding was. Hij zou uiteindelijk drie keer nationaal kampioen worden en in totaal 31 overwinningen boeken. Waaronder ook de langere alternatieve Elfstedentochten in Finland en op de Weissensee. Een felle rijder, die zich er nooit liet afrijden, maar ook aanviel. Hij had misschien niet de meest ideale schaatshouding, maar compenseerde dat door vasthoudendheid. 

Elfstedentocht
Het is midden februari 1985, het tweede wintertje toen. Op zondag wordt de honderd kilometer in Zevenhuizen gereden. Ineke Kooiman wint; Jan is tweede bij de mannen, achter Ruitenberg. Ze rijden zich beiden aan flarden. En ze verwonderen zich erover dat niet iedereen dat doet, dat anderen gewoonweg afstappen. En dan moeten ze nog even naar Jan zijn moeder in het ziekenhuis. Als ze thuis komen, begrijpen ze het ineens: ‘donderdag Elfstedentocht’. Jan en Ineke zijn dan nog niet gek van Fryslân, maar wel van de Elfstedentocht.

Ik wílde dat kruisje halen

Als we het over die Elfstedentocht hebben, praten ze allebei door elkaar. Want hoog in Fryslân blijven die dag Henri Ruitenberg, Jos Niesten, Evert van Benthem en Jan Kooiman over van een stuk of twintig ook niet slechte schaatsers. Zij zijn de sterksten. “Ik had een superdag.” En zo wordt dit de eerste Elfstedentocht met een sprintfinish. Jan: “Ik zat toen bij de Labelloploeg en er moest de dag tevoren gefilmd worden. We hadden geen tijd meer om het eindstuk te verkennen. Dat had wel gemoeten, want we kwamen voor mij veel te vroeg ineens op de Bonke en daar hing het finishdoek al.” Kooiman reed voorop, zette ook als eerste aan, maar moest de andere drie voor laten gaan; Van Benthem won.

Ineke Kooiman reed ook, maar ze had eigenlijk de schurft aan haar eigen man, die zo snel schaatste. Toen moesten de dames namelijk nog gewoon twee uur na de winnaar binnen zijn, anders kregen ze geen kruisje. En dat kruisje vond ze het allerbelangrijkste. Ineke: “Ik wist van niks, hoorde alleen dat er één dame voor me lag. Dat kon me eigenlijk niets schelen, ik wílde dat kruisje halen. Ik reed met een groep mannen, maar die moest ik steeds opjutten, harder, harder. En toen kwam er boven de Dokkumer Ee een helikopter boven ons, en die riep dat als we zó doorgingen, dat we op tijd zouden finishen. Dat lukte. Kruisje. En ook nog tweede dame.”

Een jaar later was er wéér een Elfstedentocht. Ineke was zwanger en deed niet mee. Jan zat al heel vroeg in de kopgroep, investeerde teveel kracht, en werd zesde. Mooi is te zen dat de ogen van Jan en Ineke glanzen, als ze het over de Elfsteden hebben. 


Schaatsmuseum
Die Elfstedentocht in ‘86 verloor Jan al direct zijn stempelkaart. Hij heeft alle stempels op z’n schaatspak laten zetten. Dat pak hangt in het Eerste Friese Schaatsmuseum in Hindeloopen. Toen ze in Warns kwamen wonen, werd Jan voorzitter van de Vriendenclub van het Schaatsmuseum. Ineke is daar intussen de penningmeester van.

Ze zit ook in een koor Koudum, in diverse verenigingen, en maakt het dorpshuis schoon. En op tweede pinksterdag stempelen Jan en Ineke de Elfstedenfietsers in Oudemirdum. Ze zitten helemaal midden in de mienskip, alsof ze hier tóch geboren zijn… 

Dat is de laatste jaren nog intensiever geworden. et De eerste jaren dat ze in Warns woonden, werkten ze namelijk nog in de Krimpenerwaard; reden heen en weer of woonden daar in een caravan of bij familie. Zoon Erik Jan reed professioneel marathon en langebaan en woonde dan in het lege boerderijtje in Warns, om te kunnen trainen in Heerenveen. Hij reed trouwens ook en werelduurrecord. Schaatsen is een familiesport.

Eind november was de ledenvergadering van de Elfstedenvereniging. Daarvoor kwam Evert van Benthem over uit Canada. En ‘s avonds ging Evert, samen met de laatste Elfstedenwinnaar Henk Angenent naar de musical ‘De Tocht’ in Leeuwarden. Daarin schaatsen veel mensen als figurant. En toen zagen Evert en Henk Ineke en Jan Kooiman daartussen schaatsen, dat doen ze soms. Toen zijn Evert en Henk even gaan staan in bewondering voor die twee ‘echte Friezen’. 

Tekst: Eelke Lok
Foto’s: Jelly Mellema

Foto: Jelly Mellema
Tekst: Redactie
Afbeelding
Afbeelding