BOLSWARD - Op zaterdag 15 juni gaan ruim twee en een half duizend hardlopers en ongeveer twaalfduizend wandelaars van start voor de zesde editie van de Slachtemarathon, een prachtige marathon over de 42 kilometer lange eeuwenoude ‘Slachtedyk’, die de lopers van de zeedijk bij Oosterbierum naar Raerd voert. Een van de hardloopdeelnemers is de 43-jarige Lieuwe Palstra, ‘hikke en tein’ in Bolsward. Wij vroegen hem het hardloopshirt van het lijf over de Slachte, zijn motivatie en de ‘fun’ van het volbrengen van een marathon.
De eerste editie van de Slachtemarathon werd georganiseerd ter gelegenheid van ‘Simmer 2000’ en was een schot in de roos. Het werd meteen tot ‘icoon van Friesland’ ‘gepromoveerd’, en wordt sindsdien iedere vier jaar gehouden. In 2020 is de marathon niet gehouden vanwege de coronapandemie.
Terpenlandschap
Bij de zesde editie van de Slachtemarathon starten circa 1300 lopers voor de hele marathon in Oosterbierum en de resterende 1300 in Wommels voor de halve marathon; beide groepen finishen in Raerd. De oude voormalige ‘slaperdijk’ (binnendijk ter bescherming van West-Friesland tegen een dijkdoorbraak van de zeedijk - red.) meandert door het fotogenieke afwisselende terpenlandschap van het oude Friese district Westergo en dateert waarschijnlijk al van rond het jaar 1300. Daarnaast leggen ongeveer 12.000 wandelaars op die dag het 42 kilometer lange parcours af.
Wie is Lieuwe Palstra?
Onder de harlopers bevindt zich ook Lieuwe Palstra, een geboren en getogen Bolswarder, 43 jaar oud en getrouwd met Grietje. Ze hebben twee dochters van acht en tien jaar, respectievelijk Britt en Fabiënne. Britt zit net als haar vader op atletiek, A.V. Horror in Sneek, en Fabiënne is majorette. “Ik kom uit een gezin van zes”, vertelt Lieuwe Palstra. “Mijn ouders en vier jongens. Ik was de tweede in rij. Vader was werkzaam bij de koffiebranderij in Bolsward, verantwoordelijk voor de ontvangst van de groene, nog ongebrande, koffie, nam monsters en regelde het transport naar de silo’s. Na de basisschool in Bolsward heb ik het toenmalige Nordwin college (nu Aeres - red.) in Sneek gedaan. Ik kreeg als zestienjarige een vakantiebaantje bij UCC Coffee Benelux, bleef hangen en groeide in de daaropvolgende 27 jaar dankzij een aantal interne bedrijfsopleidingen door van ‘duvelstoejager’ tot procesoperator Branderij/Malerij.”
![]()
Waar komt die liefde voor het hardlopen vandaan?
“Het sporten, waaronder voetbal en tennis zat er al jong in bij mij. Rond mijn vijftiende, zestiende, ontdekte ik via mijn vader, vroeger een goede wielrenner, het fietsen. Aanvankelijk reed ik toertochten, maar na een paar jaar heb ik een wedstrijdlicentie aangevraagd en ging ik wedstrijden rijden bij de amateurs A en B. Toen ik Grietje leerde kennen, die al een paar jaar aan hardlopen deed, en we kinderen kregen, was er minder tijd voor het wielrennen en heb ik de hardloopschoenen aangetrokken en kwam ik via tweevoudig Slachte winnaar Gerrit Kramer bij A.V. Horror.”
Marathon is een sport van leren doseren
Erik Negerman als ‘hardloop mentor’
“Een kameraad van mij, Erik Negerman, net als Gerrit Kramer tweemaal winnaar van de Slachtemarathon, heeft zich de eerste tijd zo’n beetje opgeworpen als mijn hardloop mentor. Hij maakte mij via loopschema’s en advies wegwijs in het hardlopen. Waar je je in een meerdaags wielerevenement wel eens kon ‘verstoppen’ in het peloton en je mee kon laten zuigen, is hardlopen, en dan met name de halve en hele marathon, een sport van leren doseren. Je kunt niet dagen achter elkaar ‘volle bak’ gaan. Zo heb ik gisteravond een pittige baantraining gedaan en heb ik vanmorgen ontspannen een uurtje gelopen, een kilometer of twaalf, dertien als hersteltraining, om het melkzuur uit de benen te lopen. De trainingen van respectievelijk Paul Clement - drie jaar trainen - en Jan Boonstra - vijf jaar trainen - waren wat dat betreft waardevol en erg leerzaam.”
Hobby, maar geen obsessie
“Hardlopen is voor mij een hele prettige hobby, maar heeft niet, zoals vroeger bij het wielrennen wel het geval was, voorrang op alles. En heeft bovendien als grote voordeel dat het veel minder voorbereiding vergt dan bij het wielrennen het geval was. Loopschoenen aan en wegwezen.
Ik ben best wel competitief. Dat zit in de aard van het beestje en komt uit mijn wielrenperiode, denk ik. Ik vind er niets aan om elke dag een rondje te lopen, maar moet een doel hebben. Je probeert jezelf bij elke training of wedstrijd keer op keer op een hoger plan te brengen door net weer een stukje sneller te gaan dan die keer daarvoor. Dat groeit, want voordat je je aan een halve of hele marathon gaat wagen moet je eerst met duurtrainingen kilometers in de benen zien te krijgen, om daarna je marathontempo te leren ontwikkelen en echt op schema leert lopen. Want, zoals eerder genoemd, is het bij die 42 kilometer lange marathon een kwestie van doseren.
Do’s en don’ts
Uiteraard speelt voeding en voldoende drinken daarbij een belangrijke rol. Ik heb in het begin veel tips van Erik Negerman gehad over de ‘do’s en don’ts’ en heb daar veel voordeel van gehad. Maar iedere loper leert zijn eigen lichaam het beste kennen door zelf een voedingsschema uit te vinden waarbij je lichaam het best functioneert. Moet ik de eerste tien kilometer meer of minder drinken? Wanneer moet ik een ‘gelletje’ nemen? Wanneer en hoeveel moet ik onderweg eten? Enzovoorts. Dat is een kwestie van finetunen.”
Er is een aantal jongens dat rond de 2:30 loopt, zoals Geart Jorritsma die favoriet is
Podiumkansen?
“Haha, ben je gek? Dit is de zesde marathon die ik in wedstrijdverband loop en ik behoor als veteraan in ieder geval niet tot de favorieten. Op basis van mijn ervaringen schat ik in dat ik normaal gesproken bij de eerste vijftien zou moeten finishen en bij de eerste vijf van de klasse boven de veertig jaar. Maar dat is afhankelijk van het deelnemersveld, het weer en de vorm van de dag. Mijn tijd zal rond de twee uren en vijftig minuten en drie uren liggen. Misschien, met een beetje mazzel, wind mee, net daaronder, maar er is een aantal jongens dat rond de 2:30 loopt, zoals Geart Jorritsma die favoriet is. Mijn vrouw Grietje loopt overigens ook mee.”
Berenloop op Terschelling de leukste
“Mijn eerste marathon was die van Amsterdam; dat was een grote ontdekkingsreis want ik had op die afstand nul ervaring. Daarna de Slachtemarathon in 2016, de Marathon van Amstelveen, de Berenloop op Terschelling en afgelopen winter de wintermarathon van Harlingen naar Leeuwarden. De Berenloop vind ik de leukste marathon. De Slachte is ook prachtig maar heeft een wat ander karakter; je loopt van A naar B, zodat je afhankelijk bent van het weer. Je kunt wel het hele stuk tegenwind hebben als het tegenzit. Daarnaast loop je over twee onverharde grasstroken en moet je als loper over twee bruggen. Bij een ‘echte’ marathon loop je rondes, zodat je een stuk voor de wind en een gedeelte in de wind loopt, waardoor je beter op schema kunt lopen.
Acht jaar geleden, tijdens de laatste Slachtemarathon, met heel warm weer, was ik ‘over all’ 26e. Ik hoop eigenlijk mijn PR, dat op 2:51 staat, te kunnen verbeteren, maar dat zal hem op 15 juni naar alle waarschijnlijkheid niet worden. Maar het is een prachtige loop door het mooie Friese landschap en het wordt genieten. Ik heb er in ieder geval zin in.”






