Fierljepper Rutger Haanstra uit It Heidenskip: “Voor een goede sprong moet alles kloppen”
IT HEIDENSKIP - Rutger Haanstra (20) uit It Heidenskip melkt elke ochtend honderdtwintig koeien, hij studeert dier- en veehouderij, verzorgt zijn zwartbles schapen en helpt heit op de pleats. ’s Winters doet hij aan kracht- en looptraining en speelt trombone, ‘s Zomers traint hij op de fierljepschans, gecombineerd met kracht- en looptraining en dan zijn er nog de wedstrijden. Bij alles wat hij doet, is gezelligheid belangrijk.

Elke ochtend melkt Rutger Haanstra bij een boer in de buurt, en als er gekuild moet worden, bellen ze hem ook. Een mooie manier om geld te verdienen en te kijken hoe het op andere bedrijven gaat. In de toekomst wil hij het bedrijf van heit en mem overnemen; nu doen zij daar nog het meeste werk. We spreken Rutger in het huis naast de ouderlijke boerderij, waar hij samenwoont met Rikst.
Samenwonen
“We hebben vier jaar een relatie”, vertelt Rutger. “Voordat we elkaar ontmoetten heeft Rikst botkanker gehad, waardoor haar linkerbeen geamputeerd moest worden. Toen ik haar leerde kennen had ze al een prothese en kon ze weer goed lopen. Inmiddels kan ze ook weer skiën, ze doet aan hardlopen en studeert verpleegkunde. Ze heeft elk jaar controle en het ziet er positief uit. Sinds vier maanden wonen we samen. Een héél huis voor ons beiden, dat is luxe. En het samenwonen gaat zo goed als wat; ik heb niks te klagen.”
Muzikaal gezin
Rutger heeft twee jongere zusjes en een broertje, Reinder. Reinder is dertien, en wil later ook boer worden. Maar hij is nog jong, dus maar kijken of dat over een aantal jaar nog zo is. Het gezin Haanstra is muzikaal: alle gezinsleden spelen of speelden bij Fanfare Studio in het dorp. Rutger zelf speelt trombone, zusje Inger bugel, Reinder trompet, heit waldhoorn en pake bariton. “Muziek maken vind ik leuk, repeteren is heel gezellig en de optredens zijn altijd leuk. Daarom zit ik al meer dan tien jaar bij het korps”, zegt Rutger enthousiast.
![]()
Stille kracht
De jonge Heidenskipster ging in eigen dorp naar de basisschool, totdat de school ophield te bestaan. Groep 8 deed hij in Workum, en daarna ging hij naar het Bogerman in Sneek. Op school was hij naar eigen zeggen “een stille kracht.”
Heit was trainer en dan ga je al snel mee om te kijken en te helpen
Rutger: “Ik zat niet vooraan, stak niet als eerste mijn vinger op en ik had niet het hoogste woord. Ik ben vrij rustig, maar ik houd wel van gezelligheid. Met z’n allen de stad in na schooltijd. Of muziek maken met de big band. Daar heb ik een hechte ploeg maten aan overgehouden. We gaan nog steeds met elkaar op stap of zitten op zaterdagavond bij iemand thuis. De halve finale van het EK voetbal hebben we hier bijvoorbeeld met zijn allen gekeken.”
Efkes fan ‘e pôlle
Rutger studeert hbo dier- en veehouderij in Dronten. Vooral op het gebied van de administratie, boekhouding en regelgeving heeft hij daar veel geleerd.
“Tot die tijd was ik puur met de koeien bezig. Nu houd ik bijvoorbeeld bij wanneer we een stuk land bemesten en maaien. Eerder maaide je als het gras een bepaalde hoogte had. Nu meet je meer wat je doet. Ook hebben we de jongveestal verbouwd, en anders ingericht. De stal is nu praktischer ingedeeld en ingericht om besmetting van koeien naar jongvee te voorkomen. Ik heb drie jaar in Dronten op kamers gezeten. In september begint mijn laatste studiejaar, dan hoef ik minder in de schoolbanken te zitten. Daarom kan ik nu prima hier wonen. Op kamers wonen was ook leuk; een heel ander leven. Wonen in een rijtjeshuis, en om en om eten koken met andere studenten. Dat is andere koek. Maar het was hartstikke gezellig. Ik heb in Dronten een mooie tijd gehad, en ‘efkes fan ‘e pôlle’, daar leer je ook veel van.”
Elke keer beter
Vanuit zijn woonkamer kan Rutger de fierljepschansen van It Heidenskip bijna zien liggen. Zodra hij zijn zwemdiploma had begon hij met fierljeppen, en hij is niet meer gestopt.
“Heit was trainer en dan ga je al snel mee om te kijken en te helpen. Zodra het kon, wilde ik meedoen. Vanaf mijn tiende heb ik aan wedstrijden meegedaan. De eerste jaren won ik natuurlijk ziet zo veel. Maar als je ouder wordt, ga je vooruit en dan kun je meedoen met de prijzen. Ik probeer me elke keer te verbeteren en het uiterste eruit te halen. De aanloop moet steeds beter en krachtiger. Je moet de stok steeds verder het water in krijgen, anders kun je op een gegeven moment niet verder springen, want de stok wordt niet langer.
‘Do rinst achter jonge, wy binne al folle fierder.’ Dat motivearret
Het is de kunst om steeds beter aan te lopen en steeds beter in te springen. De stok verder weg zetten, zonder dat het ten koste gaat van de techniek. Dat is de hele uitdaging. Omdat ik geen grote, zware knaap ben, moet ik het vooral van de techniek en snel klimmen hebben.”
De week zit wel vol
“In de winter doe ik een keer per week krachttraining, en een keer per week sprinttraining op de atletiekbaan in Heerenveen. Dat is gericht op het verbeteren van de aanloop, van kracht in de benen en het explosieve. In de stal hebben we ook klimpalen en ringen. Daar kan ik ook trainen. In de zomer hebben we drie keer per week techniektraining op de schans. De ene keer gecombineerd met looptraining, de andere keer met krachttraining. Daarnaast springen we twee wedstrijden per week. Dan zit de week wel vol.”
“Wy traine mei in hechte ploech en je ruie elkoar wat op. Ik kin net thús stil sitte, as myn maten oan it trainen binne. As je dan wer komme, sizze se: ‘Do rinst achter jonge, wy binne al folle fierder.’ Dat motivearret.”
In de topklasse
Sinds dit seizoen ljept Rutger Haanstra in de topklasse, bij de senioren. “Nu zit ik tussen de grote mannen. Tot nu toe gaat dat aardig goed. Mijn PR is 20.53 meter, en ik wil dit seizoen 21 meter springen. Ooit hoop ik meer dan 22,21 meter te halen. Dat is moeilijk, want die afstand is nog maar één keer gesprongen. Een goede sprong komt heel precies. Alles moet kloppen. Als één onderdeel niet klopt, is de sprong weg. Dat is het moeilijke. Per wedstrijd kom ik één á twee keer in het water terecht. Dat hoort erbij. Wat ik leuk vind aan fierljeppen? Het hele spelletje: de uitdaging, je wilt altijd verder, de sfeer, een vaste ploeg, de gezelligheid, de wedstrijden. Alles bij elkaar maakt het leuk.”
![]()
Volle bak in It Heidenskip
Zaterdag 3 augustus wordt het een drukte van belang in It Heidenskip. Overdag wordt de Nationale Fierljep Manifestatie (NFM) gehouden. Hieraan doen een paar honderd fierljeppers mee, en er komen wel tweeduizend toeschouwers op af. Na de wedstrijden is er een groot feest in het dorp. Veel feestgangers blijven overnachten op een stuk weiland van Haanstra, dat van donderdag tot en met zondag dient als camping. Het thema van de NFM is dit jaar ‘de oertijd’. Ljeppers en publiek mogen zich uitdossen in alles wat met dat thema te maken heeft. Iedereen is welkom.
Ooit hoop ik meer dan 22,21 meter te halen
“Het is een hele happening”, vertelt Rutger. “Behalve fierljeppen is er allerlei vermaak, waaronder een springkussen voor kinderen. De wedstrijd is anders dan andere wedstrijden. ’s Middags zijn er voorrondes waar de senioren minstens 18,5 meter moeten springen. Je krijgt drie kansen om dat te doen. Als je de limiet haalt, mag je ’s avonds in de finale voor de prijzen springen. Ik vind het één van de leukste wedstrijden van het jaar.”
Zwartbles schaap
Naast zijn studie, de muziek en het fierljeppen heeft Rutger nóg een hobby: zijn zwartbles schapen. Rutger: “Ik wie dêr altyd al wei fan. Ze zijn wat groter dan witte schapen, en staan wat hoger op de poten. Witte schapen zijn vleesschapen; die brengen het meeste op bij de slacht. Zwartbles is geschikter als hobby. Ze hebben minder krachtvoer nodig en zijn wat zelfredzamer, maar economisch minder interessant. Ik ben begonnen met een paar lammetjes, die ik van mijn schoonouders kreeg. Daarna heb ik van een boer uit de buurt nog een paar gekocht, en nu heb ik er tien. Ik vind het een heel mooi ras.”
![]()
Vierde generatie
Ondanks stijgende kosten, dalende inkomsten en uitdagingen als stikstof is het Rutgers droom om de boerderij over te nemen. Hij is de vierde generatie Haanstra op deze plek. “Het wordt steeds lastiger, maar ik heb er nooit over geweifeld”, zegt hij. “Er zijn uitdagingen, maar daar probeer je op in te spelen. Ik ben een doorzetter! En wat mijn toekomst in het fierljeppen betreft: ik hoop hierin zo lang mogelijk actief en fit te blijven. En verder dan 22,21 meter te springen, natuurlijk.”
Fierljeppen voor dummies
Het fierljeppen (polsstokverspringen) is een traditionele Friese sport, waarbij een atleet met behulp van een polsstok een zo groot mogelijke afstand over een sloot te overbruggen. Het maken van een polsstokversprong bestaat uit verschillende onderdelen die gezamenlijk moeten leiden tot een zo groot mogelijke afstand. De sprong begint met het maken van een korte felle sprint van circa dertig meter naar de polsstok, gevolgd door een sprong naar de stok, de insprong, het klimmen naar de top van de polsstok om uiteindelijk met een uitsprong in een zandbed te landen.
De officiële wedstrijden worden georganiseerd door de Polsstokbond Holland (PBH) en het Frysk Ljeppers Boun (FLB). Gezamenlijk vertegenwoordigen zij een groep van ongeveer 600 actieve fierljeppers in Nederland. De overkoepelende sportbond, de Nederlandse Fierljepbond (NFB), organiseert jaarlijks de nationale wedstrijden, de Tweekamp tussen Holland en Friesland en het Nederlands Kampioenschap.
De polsstok is van carbon, licht en sterk materiaal. De maximale lengte van polsstok is 13,25 meter, Het water waar overheen wordt gesprongen is (bij de senioren) dertien meter breed.
Tekst: Lutske Bonsma
Fotografie: Jelly Mellema










