Face to Face Wiebren de Jong: “Wat het bijzonder maakt, is dat we alles in het dorp met elkaar doen”
Wiebren de Jong (56) is geboren en getogen in Tjerkwerd. Hij is betrokken bij tal van activiteiten. Als waardering voor zijn jarenlange, vrijwel constante inzet voor het dorpsleven is hij onlangs uitgeroepen tot winnaar van de Skieppesturt 2025. We gaan langs bij een bescheiden timmerman die tegelijkertijd een supervrijwilliger is. Wiebren de Jong. Alias Kees.

Als we zijn huiskamer in Tjerkwerd binnenstappen valt ons oog meteen op een grote houten constructie. Geen idee wat het is. Het blijkt een opklapbare dartbaan te zijn. De Jong geeft een demonstratie, klapt ‘m open en legt uit: “Dit is een prototype. In het dorpshuis moesten twee dartbanen komen. Liefst zo gemaakt dat je ze na gebruik dicht kon klappen en weg kon rollen. Ik heb toen een beetje uitgedacht hoe dat eruit moest komen te zien en ben toen aan de slag gegaan. Dat uitklapbare gedeelte noem je de okkie. Dat is, zeg maar, de werpbaan. De officiële afstand van de okkie is 2,37 meter. Vanaf daar werp je op het bord. Doordat die okkie verhoogd is kun je er goed met je voet tegenaan gaan staan. Dat zorgt voor een stabiele werppositie. Die verhoging is trouwens ook handig voor kinderen. Die kunnen dan makkelijker hun gegooide pijltjes uit het bord halen. Op basis van dit prototype heb ik die twee banen voor het dorpshuis gebouwd. Deze is hier blijven staan. Ideaal, kan ik thuis oefenen.”
Uit het juryrapport...
Een beter bewijs valt niet te leveren. Het is overduidelijk, Wiebren de Jong is timmerman van beroep. Hij heeft altijd in de omgeving van Tjerkwerd gewerkt. In het onderhoud en de nieuwbouw. Op dit moment werkt hij bij Jorritsma Bouw. Ook zijn eigen huis heeft hij grotendeels zelf gebouwd. Geen wonder dus dat hij manusje-van-alles is in en rond het Waltahûs, het dorpshuis van Tjerkwerd. Maar dat is niet het enige dat het juryrapport vermeldt, er is meer.
In het juryrapport van de Skieppesturt lezen we: “Hij is betrokken bij de organisatie van dorpsfeesten en andere evenementen. Hij springt in waar het nodig is. Als verkeersregelaar of achter de bar, bijvoorbeeld. Juist omdat hij zoveel doet zonder op de voorgrond te treden is hij onmisbaar voor de mienskip”. De jury van de prijs wordt gevormd door de redactieleden van dorpskrant ’t Skieppesturtsje. De prijs bestaat uit een sierlijk gekalligrafeerde oorkonde en een symbolische schapenstaart. In sommige jaren wordt de prijs aan meerdere mensen tegelijk uitgereikt, maar dan krijgt ieder maar een deel van een schapenstaart. Dit jaar was Wiebren de Jong de enige echte winnaar en kreeg hij dus een volwaardige Skieppesturt.
Waar die naam ‘skieppesturt’ vandaan komt? Die verwijst naar een oude bijnaam van het dorp, volgens De Jong, ‘t Skieppesturtsje. “Veel Friese dorpen hebben een bijnaam. Volgens de verhalen moeten de inwoners van Tjerkwerd zich vroeger veel beziggehouden hebben met de schapenhouderij op de terpen en kwelders rondom het dorp. Vroeger was het natuurlijk een soort spotnaam, maar wij dragen hem met trots. Vandaar.”
![]()
Wiebren de Jong - Fotografie Jelly Mellema
Postpaden
Wiebren de Jong is van ‘69. Zijn hele leven woont hij al in Tjerkwerd. Daarvóór woonden er ook al voorouders van hem in Tjerkwerd. “Weet je, Tjerkwerd stamt uit de twaalfde eeuw”, vertelt Wiebren. “Het was vroeger een grote gemeente (Wûnseradiel - red.). Kadastraal is het dat nog steeds. De grens loopt langs Bolsward, Exmorra en Dedgum tot vlak langs Blauwhuis. Een enorm oppervlak. Tot Tjerkwerd behoren ook de buurtschappen Baburen, Eemswoude, Jonkershuizen, Jousterp en Rytseterp. Pake en beppe beheerden vroeger het postkantoor. Elke dag bracht pake de post rond. Op de fiets. Eerst ging hij door het dorp en daarna maakte hij een ronde langs alle buurtschappen. Over postpaden dwars door de weilanden. Soms verhard, soms onverhard.”
Fijn dorp
“Tjerkwerd is een fijn dorp. In totaal wonen er zo’n 450 mensen. Ook jonge gezinnen. Gelukkig hebben we een eigen lagere school. Wat het voor mij zo bijzonder maakt, is dat we alles in het dorp met elkaar doen. Over vrijwilligers hebben we niet te klagen. Voor het dorpshuis hebben we er zo’n honderd beschikbaar voor bardiensten en de schoonmaak. We organiseren veel met elkaar. Op dinsdagavond hebben we altijd biljarten en klaverjassen. Dan komen ze ook vanuit de buurtschappen hiernaartoe. Op vrijdagavonden zijn we altijd open voor darten en gewoon voor de gezelligheid. Ik ben er zelf ook elke donderdagavond om de bestellingen te doen. Ik doe het graag. Trouwens, de laatste zondag van de maand is het dorpshuis ook open. Dan houden we sjoelwedstrijden, bingo, dat soort dingen. We proberen altijd iets te verzinnen voor de jeugd. Ik vind het belangrijk om jongeren zo vroeg mogelijk bij het dorpshuis te betrekken. Dan weten ze het op latere leeftijd ook te vinden.”
Wat het voor mij zo bijzonder maakt, is dat we alles in het dorp met elkaar doen.
Waltahûs
De Jong heeft zelf vier jaar in het bestuur van het Waltahûs gezeten. Maar ook in andere besturen. Van de Oranjevereniging en de IJsclub. Zo opende hij vijftien jaar geleden de nieuwe ijsbaan van het dorp. In aanwezigheid van alle jeugd knipte hij samen met Sinterklaas het lint door. “Weet je trouwens waar de naam Waltahûs vandaan komt? Dat komt van het Waltaslot. Dat lag hier iets verderop. Rond 1600 werd het bewoond door de adellijke familie Van Cammingha. Zij waren ook Heer van Ameland. Over de vrouw van Watse van Cammingha, Rixt van Donia, is onlangs nog een theaterstuk gemaakt. Op Ameland werd zij ‘Oans mim’ genoemd, ‘Moeder van Ameland’.
Twee Wiebrens
We begrepen dat De Jong in plaats van Wiebren ook wel Kees wordt genoemd. Hoe zit dat? “Ja, dat klopt, ze noemen me ook wel Kees. Dat komt van jaren geleden. In onze vriendenploeg zit nóg een Wiebren, mijn neef. Onze pake heette Wiebren. Vandaar dat we alle twee Wiebren heten. Maar twee Wiebrens in de ploeg is onhandig. Op een gegeven moment sprak een van mijn maten me voor het gemak aan met Kees. Ik was zo dom om daarop te reageren. Sindsdien heet ik onder mijn vrienden Kees. Nou ja, dat dijt zo uit. Na een tijdje noemt het halve dorp je dan Kees. Zo gaat dat.”
![]()
Wiebren de Jong - Fotografie Jelly Mellema
Prachtterras
Als timmerman houdt De Jong zich natuurlijk ook bezig met het onderhoud van het dorpshuis. Na de verbouwing moest er nog van alles aan gebeuren. De puntjes op de i zetten. Maar dat is inmiddels gebeurd. Het volgende project is de uitbreiding van het terras. Het dorpshuis heeft al een prachtig terras aan de trekvaart naar Bolsward, maar het wordt nog mooier, volgens De Jong.
“Dat zit zo: je hebt warmtepompen die op lucht werken, maar je hebt er ook die op water werken. Om het dorpshuis energiezuiniger te maken, krijgen wij een warmtepomp die op water werkt. Daarvoor moet er een buizenconstructie aan de rand van de vaart gemaakt worden. We dachten: weet je wat, als we nu over die constructie heen een vlonder bouwen, dan hebben we helemaal een prachtterras aan het water. Dat gaan we nu dus doen. De gemeente vond het een goed plan, onder de voorwaarde dat er straks geen boten mogen aanleggen, anders blokkeren we de vaart te veel. Nou ja, er is één uitzondering: Sinterklaas mag er wel aanleggen met de pakjesboot. Ideaal toch?”
Beeld: Jelly Mellema fotografie
Tekst: Piebe Piebenga













