“De Slappe” strijkt neer in Sneek: Belgische wielervrienden klaar voor Elfstedentocht
SNEEK/BOLSWARD- Bij Bakkerij Korenbloem Schaafsma aan de Galigapromenade was het zaterdagmiddag een vrolijke bedoening. Een groep mannen zat ontspannen aan de koffie met gebak, maar vooral de felgele wielerpetjes trokken direct de aandacht. Op de petjes stond in grote letters: De Slappe. Genoeg reden om even aan te schuiven.

Veertigste keer voor Juul
Al snel bleek dat het gezelschap uit België komt en zich voorbereidt op een bijzondere prestatie: Pinkstermaandag fietsen zij samen de Elfstedentocht. Midden in de groep zit de 75-jarige Juul Daniels, die de tocht dit jaar voor de veertigste keer rijdt.
“Het is elk jaar opnieuw een uitdaging” vertelt Juul. “Maar vooral de beleving blijft bijzonder. Dat je het samen doet, dat maakt het mooi.”
Van twee vrienden naar een hele groep
Wat ooit begon met twee vrienden uit België die in 1984 op de fiets naar Friesland kwamen, groeide uit tot een hechte vriendengroep. “We ontdekten toen de Elfstedentocht en zijn een jaar later officieel gaan meefietsen. Intussen hebben we al honderden Belgen meegenomen die de tocht één of meerdere keren gereden hebben.”
Liefde voor Friesland
De liefde voor Friesland is in al die jaren alleen maar groter geworden. Volgens Juul zit de charme in de ruimte en de rust. “Het landschap, het weidse, de fietspaden… het is hier gewoon prachtig fietsen.”
De Slappe
En dan zijn er natuurlijk nog die opvallende petjes. De naam De Slappe komt uit hun woonplaats, waar een café op een boerderij is gevestigd. Met een knipoog verwijst de naam naar de slappe uiers van koeien. Het woord “uiers” lieten de mannen simpelweg weg. Wat overbleef, werd hun bijnaam én de tekst op de felgele petjes.
In Friesland zorgt dat natuurlijk meteen voor gespreksstof. “De mannen van De Slappe zijn er weer” klinkt het dan al snel.
Klaar voor Pinkstermaandag
Maandag wacht opnieuw die magische ronde langs de Friese elf steden. Voor Juul wordt het zijn veertigste keer, maar aan stoppen denkt hij voorlopig nog niet.
“Vroeger ging het makkelijker, omdat we jonger waren” zegt hij nuchter. “Nu moet je er het hele jaar een beetje voor trainen. Maar zolang het lukt, blijven we komen.”













