Face to Face met Roelof Valk: “Music was my first love”
Op een prachtig plekje midden in Hindeloopen woont Roelof Valk, een man die ‘muziek’ ís. Hij praat muziek, hij ademt muziek, hij leeft muziek. Zijn huis hangt vol herinneringen aan optredens, bands, tournees en ontmoetingen. Zodra hij begint te vertellen, neemt hij je vanzelf mee terug naar de tijd van rookmachines, drumsolo’s, tourbusjes en nachten vol rock-’n-roll.

Roelof Valk (Hindeloopen, 1949) woont samen met zijn vrouw in een karakteristiek huis uit 1795. Een huis met een verhaal. Ooit was het een vervallen pand, totdat stichting Stadsherstel het volledig restaureerde. Het was zelfs het eerste huis dat door de stichting werd opgeknapt, weet Roelof. “Een klein authentiek raampje uit 1795 moest koste wat kost behouden blijven, omdat het pand beeldbepalend was voor de stad. Dat raampje mocht er absoluut niet uit”, zegt hij, terwijl hij glimlachend naar buiten kijkt. “Dat hoorde gewoon bij het huis. Het huis straalt warmte en herinneringen uit. Vroeger woonde Roelofs moeder ernaast. Gezellig even samen koffie drinken hoorde bij het dagelijks leven. “Dat was mooi”, zegt hij zacht. “Gewoon even binnenlopen bij elkaar.”
Geen liefdesbaby
Zijn jeugd in Hindeloopen was bijzonder. Zijn ouders woonden vroeger namelijk in het Hidde Nijland Museum, waar zij conservators waren. Verhuizen, omdat ze wat anders wilden, bleek niet eenvoudig. “ Je mocht daar alleen weg als je meer dan twee kinderen had”, vertelt Roelof lachend. “Dus mijn ouders gingen voor nóg een kindje.” Hij grijnst breed. “ Dan zei ik vroeger wel eens tegen mijn moeder: ‘Ik ben helemaal geen liefdesbaby, jullie gebruikten mij alleen maar om weg te kunnen komen.” Zijn moeder ontkende dat uiteraard altijd direct. “Nee hoor jongen, jij bent echt uit liefde geboren”, zei ze dan steevast. De humor klinkt nog steeds door in zijn stem wanneer hij eraan terugdenkt. Roelof werd geboren op de Buorren, in een oude herberg in Hindeloopen. Hij kijkt met veel liefde terug op zijn jeugd. “Fantastisch was het. Echt fantastisch. En muziek speelde daarin vanaf het allereerste begin de hoofdrol. Op mijn vierde was ik al besmet met het drummen.”
Tafels en stoelen als drumstel
Zijn ouders merkten dat al snel. Alles in huis werd gebruikt als drumstel. Tafels, stoelen, pannen, niets was veilig voor de drumstokjes van de jonge Roelof. “Ik sloopte ongeveer het hele interieur”, lacht hij. “Dus toen kreeg ik maar een trommeltje waar ik op mocht oefenen.”
Niet veel later werd muziek meer dan een hobby. Het beroemde badpaviljoen van Hindeloopen speelde daarin een grote rol. Daar traden grote bands op en kwamen bekende artiesten langs. “Daar was de Veronica Drive-In Show, grote dj’s, bekende popgroepen. De Golden Earrings, zoals ze toen nog heetten, trad daar nog op voordat ze écht groot werden.” Zijn ogen beginnen direct te glinsteren zodra hij over die tijd praat. “Muziek, muziek, muziek… heerlijk.”
Brommers
Ook brommers hoorden er helemaal bij die jaren. “Ik had wat geld gespaard en kocht een Puch. Maar ik wilde natuurlijk zo’n hoog stuur.” Zijn vader verklaarde hem voor gek. “Maar mijn moeder zei: ‘Koop jij maar gewoon een hoog stuur, hoor” .Hij schiet opnieuw in de lach. “Mijn moeder was echt een schat van een mens. Doodgoed.”
Ferre Grignard
Na het kleine trommeltje kwam uiteindelijk het echte werk: een drumstel. Samen met zijn oudere broer kocht Roelof Valk zijn eerste set. En niet veel later ontstond de eerste band, Bull of Us, waarin ook Doede Bleeker speelde, op basgitaar. “En er was neef Frits Zweed met gitaar” vertelt Roelof “Helaas is Frits kortgeleden, in februari, overleden”. Ook Doede Bleeker ‘de Staverse misthoorn’, is er niet meer. Doede Bleeker overleed in 2018.
Wat begon met de groep enthousiaste jongens van Bull of Us, met Roelof Valk op drums, groeide al snel uit tot een groter muzikaal avontuur. “We stonden onder contract bij Bouke Algera en toerden door heel Nederland.” Ze speelden op bekende podia en stonden zelfs in voorprogramma’s van grote namen uit die tijd. “In Het Park in Bolsward stonden we in het voorprogramma van Ferre Grignard en The Sweet.” Namen die tegenwoordig misschien minder bekend zijn bij de jongere generatie, maar destijds enorm populair waren. Roelof vertelt een anekdote waar hij nog steeds zichtbaar van geniet.
“De drummer van de band van Ferre Grignard was op een avond zó dronken dat hij niet meer kon spelen. Toen vroegen ze of ik wilde invallen.” Hij lacht hardop. “Dus toen heb ik gewoon met ze mee gedrumd.” Alleen één ding vindt hij nog altijd jammer. “We hebben overal foto’s en opnames van… behalve van dát optreden.”
’Hoe oud wil je eruit zien?’
Twee jaar lang trok de band door Nederland. Daarna volgden verschillende andere bands en optredens, totdat uiteindelijk Wild Power ontstond. “Met Bokke Rijpma, Johan Popma, Johan Jongerius en ik hebben we echt een geweldige tijd gehad.” Roelof was iets ouder dan de rest van de bandleden en voelde zich verantwoordelijk. “Ik moest een beetje op die jongens passen”, zegt hij met een knipoog. Wild Power groeide uit tot een bekende naam in de regio. De band nam in eigen beheer een single op en presenteerde die feestelijk in De 2 Gemeenten in Jirnsum.
Vanaf dat moment ging het hard. Er volgden televisieoptredens, interviews en volle agenda’s. Zo zaten ze een keer in de kleedkamer naast Hans Kazàn. Roelof schiet opnieuw in de lach wanneer hij aan die tijd terugdenkt. “Geweldig was dat. En dan kwam de visagiste naar je toe met de vraag: ‘Hoe oud wil je eruitzien?’” Zijn gezicht straalt wanneer hij vertelt over de jaren van muziek, optredens en vrijheid. “Ja… rock-’n-roll. Dat was wel die tijd.”
Meerdere rollen tegelijk
Roelof zelf bleef opmerkelijk nuchter onder alle hectiek. “Ik heb nooit gerookt. Eén keer geprobeerd, maar ik vond het zó vies dat ik het meteen weer liet.” Ook tijdens optredens bleef hij van de alcohol af. “Dat deed ik pas ná het optreden. Maar een biertje waardeer ik nog steeds heel erg hoor”, zegt hij lachend. Binnen de band had hij meerdere rollen tegelijk. “Ik was drummer, chauffeur, manager, leider én oppasser. Want ondanks alle gezelligheid moest alles wel goed geregeld worden. Je moest afspraken nakomen. Het optreden moest netjes afgehandeld worden. Ik voelde me verantwoordelijk.”
Eigen boekingskantoor
Tien jaar lang leefde Wild Power het muzikantenleven. Maar uiteindelijk begon de sleur toe te slaan. “Steeds dezelfde nummers spelen… het plezier werd minder.” In goed overleg besloot de band ermee te stoppen. Daarmee brak opnieuw een nieuw hoofdstuk aan in het leven van Roelof Valk. Hij besloot samen met een partner een boekingskantoor op te richten. “Als muzikant weet je precies hoe die wereld werkt.” Samen met zijn compagnon Kees begon hij bureau Two Tone. Wat klein begon, groeide uit tot een toonaangevend boekingskantoor in Noord-Holland en in Friesland. “Artiesten, bands, festivals, dorpshuizen, braderieën… ze weten ons allemaal te vinden.”
De muziekindustrie veranderde in de loop der jaren wel enorm. “Vroeger zagen mensen een fotootje en boekten ze je. Tegenwoordig willen ze filmpjes, clips, sociale media.” Roelof haalt zijn schouders op. “Tijden veranderen. Dus wij veranderen mee.” Ook hijzelf ging mee met zijn tijd. “Appen, TikTok, Instagram… het hoort er allemaal bij.” Toch blijft de liefde voor muziek altijd voelbaar aanwezig.
”Biologische freaks”
Ook privé veranderde er het nodige. “We zijn helemaal overgestapt op biologisch eten en drinken.” Hij lacht breed. “We zijn echte biologische freaks geworden.” Waarom precies? Hij haalt opnieuw lachend zijn schouders op. “Geen idee eigenlijk. We doen het gewoon. Zelfs de kat eet biologisch. Die krijgt biologische kattenbrokken.”
”The best years of my life”
Zich zorgen maken doet Roelof nauwelijks. “Ik lig nergens wakker van. Wat de wereld doet, doet de wereld.” Hij kijkt tevreden om zich heen. “Ik heb een fantastisch leven gehad.” Dan wordt hij even stil. “Music was my first love. Rock-’n-roll gave me the best years of my life. Dat zijn de zinnen die mijn leven schetsen”, zegt hij dan “Dat wil ik zó opgeschreven hebben”.
Muziek heeft zijn leven gevormd. Bepaald zelfs. Maar misschien nog belangrijker dan de muziek, is de vrouw naast hem. “Als zij niet altijd achter mij had gestaan, was het allemaal nooit zo gelopen.” Hij zegt het serieus. “In die wereld kon je alles krijgen wat je wilde. Maar ik dacht altijd: ik ga mijn huwelijk niet op het spel zetten voor één nachtje plezier met een fan.” Die nuchterheid typeert hem misschien nog wel het meest. Rock-’n-roll in zijn hart, maar beide benen stevig op de grond. En genieten…, dat doet hij nog steeds. Binnenkort vertrekken hij en zijn vrouw opnieuw naar Liverpool. Voor de vierde keer. “Naar Strawberry Field, Penny Lane, The Cavern Club…” Zijn stem klinkt bijna jongensachtig enthousiast. “We slapen in het Hard Days Night Hotel. Gewoon samen genieten.”
De drummer uit Hindeloopen hoeft allang niet meer op een podium te staan om gelukkig te zijn. Hij heeft zijn muziekverhalen, zijn herinneringen, zijn vrouw naast zich en een leven waar hij met een grote glimlach op terugkijkt. Terwijl buiten het rustige Hindeloopen verder leeft, klinkt binnen in dat huis uit 1795 nog altijd dezelfde soundtrack. Muziek. Altijd muziek.














