Bij Pim Mulier kaats je nooit alleen: 140-jarige vereniging is diep verweven met Witmarsum
Kaatsvereniging Pim Mulier Witmarsum is één van de oudste kaatsvereniging aangesloten bij de KNKB. Het heeft een rijke geschiedenis en is diep geworteld in de gemeenschap van Witmarsum.

Voorzitter Pepijn Tolsma werd op 28 april 1983 in het ziekenhuis van Harlingen geboren als zoon van Piet Tolsma en Irma Haringsma en groeide op in Witmarsum. Kaatsen hoorde er vanaf jonge leeftijd bij. “As lyts jonkje bin ik by Pim Mulier begûn te keatsen. Earst moast ik fansels de puntetelling leare, mar dêrnei wie ik hast alle wykeinen op it fjild te finen.”
De sport bracht hem niet alleen wedstrijden, maar vooral vriendschappen. “Do bist mei syn trijen en kinst nea allinnich winne. Do moatst gearwurkje, inoar helpe en inoar wat gunne. Dat is foar my de krêft fan it keatsen.”
Hij woont inmiddels in Sneek, maar de band met Witmarsum bleef sterk. “No ha ik eins it bêste fan twa wrâlden. Ik wenje yn in prachtige stêd, mar bin ek sa wer yn Wytmarsum.” Zodra het kaatsseizoen begint, trekt het dorp hem vanzelf terug naar het veld waar hij opgroeide.
De lessen van het kaatsen neemt Tolsma ook mee buiten het veld. In zijn werk stuurt hij een team aan en merkt hij hoe belangrijk het is dat mensen elkaar aanvullen. Omdat een kaatspartuur uit slechts drie spelers bestaat, valt het meteen op wanneer iemand verzaakt. Iedereen moet verantwoordelijkheid nemen en elkaar vertrouwen.
Namen die blijven klinken
De geschiedenis van de vereniging begon in 1886. Rond de club klinken nog altijd namen die onlosmakelijk met het kaatsen in Witmarsum verbonden zijn. Taede Zijlstra geldt als een van de bekendste kaatsers uit het dorp. Ook René Anema, wordt met trots genoemd. Zijlstra was een absolute PC-legende met negen overwinningen (tussen 1918 en 1942) en René Anema won in 2012 verrassend de PC.
Daarnaast leven namen als Haye Rijpma en Pier Elgersma voort in de partijen die naar hen zijn vernoemd. “Sokke minsken ha in soad foar de feriening betsjutten. Troch harren nammen oan in partij te ferbinen, bliuwe de ferhalen trochjûn wurde.”
Ook tweevoudig PC-winnaar Folkert van der Wei, voorzitter van de jeugdcommissie, is voor de vereniging van grote waarde. Als oud-kaatser zet hij zich tegenwoordig in voor de jeugd. Herman Sprik is als penningmeester al jaren een vertrouwd gezicht, terwijl Marjan Elgersma die naast het secretariaat voor haar rekening neemt ook met zeven enthousiaste dames de kantine beheert. Verdere maken Michiel de Jong (materiaalbeheerder), Jari Visser, die de pr voor zijn rekening neemt en algemeen bestuurslid Collin Baarda deel uit van het bestuur. Die combinatie van oude en nieuwe gezichten typeert Pim Mulier.
Een dirigent, geen solist
Tolsma wil van het jubileum nadrukkelijk geen verhaal over één voorzitter maken. De vereniging bestaat dankzij een grote groep mensen die vaak buiten beeld hun werk doet. “Ik bin wol foarsitter, mar eins bin ik allinnich de dirigint fan it orkest. Sûnder de minsken dy’t op de trommel slaan en de trompet blaze, kin ik neat.”
Sommige vrijwilligers zijn al tientallen jaren betrokken. Ze zetten het veld klaar, ontvangen de kaatsers, verzorgen de wedstrijdleiding, maken foto’s of helpen in de kantine. “Dy minsken binne goud wurdich. Se steane der hieltyd wer, sûnder dat se sels op ’e foargrûn hoege.”
Die inzet is niet vanzelfsprekend. Veel vaste krachten worden ouder en nieuwe vrijwilligers staan niet altijd direct klaar. Sommige ervaren helpers kunnen door hun leeftijd bijvoorbeeld niet langer als keurmeester optreden bij snelle hoofdklassewedstrijden. Toch is Tolsma hoopvol: de vereniging heeft een relatief jong bestuur en een actieve jeugdcommissie, waardoor kennis en taken worden doorgegeven.
De club probeert ook in haar keuzes verbindend te zijn. Bij hoofdklassepartijen worden dames en heren gelijk behandeld. “Wy ha bewust it belied dat froulju en manlju itselde krije. Dat heart foar ús gewoan sa.” Waardering betekent voor hem vooral serieus genomen worden en dezelfde aandacht krijgen.
De jeugd aan zet
De toekomst van de vereniging begint bij kinderen die voor het eerst een bal opslaan. Via scholen en laagdrempelige activiteiten probeert Pim Mulier nieuwe jeugd met de sport in aanraking te brengen. “Bern witte net altyd mear fansels wat keatsen is. Dêrom moatte wy it sjen litte en harren de kâns jaan it sels te ûnderfinen.” Dat begint soms met een gekleurd balletje en eenvoudige oefeningen. Presteren is niet het eerste doel. “It hoecht by bern net fuortendaliks om winnen te gean. Earst moatte se wille krije yn it spul.” De club wil voorkomen dat kinderen te vroeg afhaken omdat het niveauverschil te groot wordt.
Op zomeravonden ziet Tolsma waarom die aanpak belangrijk is. “As ik by it fjild kom en it stiet fol mei bern yn allegear ferskillende shirts, dan fyn ik dat prachtich. Dan libbet it.”
Daarbij kijkt de club breder dan alleen talent. Tijdens ledenpartijen en trainingen wordt rekening gehouden met niveauverschillen, zodat beginners niet meteen tegenover veel sterkere kaatsers staan. Voor de jongste kinderen zijn er oefeningen met tennisballen. Zo groeit eerst het vertrouwen, voordat de stap naar federatie- en KNKB-wedstrijden wordt gezet.
Kaatsweekend als dorpsfeest
Tijdens het kaatsweekend komt alles samen. Jongens, dames en heren verschijnen op het veld, terwijl rondom de wedstrijden muziek, kermis en gezelligheid zorgen voor een feestelijke sfeer. Alles speelt zich af op één terrein, zodat publiek en kaatsers elkaar voortdurend ontmoeten. “Yn Wytmarsum is it keatswykein net allinnich sport. It is in doarpsfeest en eins ek in grutte reüny. Do praatst mei dizze, dan wer mei dy, en ûnderwilens wurdt der op it heechste nivo keatst.”
Richting de finales klinkt muziek van het korps Nij Libben en wordt het Fries volkslied gespeeld. Na afloop verplaatst de gezelligheid zich naar de feesttent. “As it waar dan ek noch meiwurket, is dat foar my it moaiste wat der is.”
Na 140 jaar wordt bij Pim Mulier nog altijd gekaatst om de eer, maar minstens zo belangrijk zijn de ontmoeting, de herinneringen en het samen doen. “Keatsen ferbynt. Dat wie eartiids sa en is noch altyd sa!”

















