Cultuur en uitgaan Ingezonden

Lêzing oer santjinde-iuwske ynpoldering Sinsmar en lânwinning rûnom Blauhûs en Greonterp.

BLAUWHUIS - De Wurkgroep Histoarysk Blauhûs organiseert vrijdag 11 april ‘s avonds 19.45 uur, café De Freonskip in Blauwhuis een lezing over de zeventiende-eeuwse inpoldering en landwinning rondom Blauwhuis en Greonterp.

Afbeelding
Erfgoed gemeente Súdwest-Fryslân

In 1632 verkreeg Frans van Donia van de Staten van Friesland toestemming om het Sensmeer te bedijken en droog te malen, in combinatie met het Atsebuurstermeer. Van Donia ondernam dit project samen met een aantal compagnons. Zij hoopten de investering in dijken, sloten en molens terug te verdienen met ruim 180 hectare nieuw, vruchtbaar cultuurland. Ten oosten van het drooggemaakte Sensmeer ontstond Blauwhuis, naar verluidt een verwijzing naar een polderhuis met een blauw dak. Mark Raat, verbonden aan de Fryske Akademy, verzorgt de lezing, in het Fries, over de geschiedenis van polderprojecten in de vroege zeventiende eeuw. 

De inpoldering van de Sensmeer stond namelijk niet op zichzelf. Rond diezelfde tijd realiseerden vooraanstaande Friezen allerlei landwinningsprojecten, zoals het Workumer Nieuwland, de Staverse Meer, het Wargaastermeer en de Jornahuistermeer. De Staten van Friesland steunden deze projecten met tijdelijke vrijstelling van (grond)belastingen. In 1633 volgde de introductie van een onteigeningsrecht om de realisatie van dijken en sloten te versnellen. Het gewestelijk bestuur putte hoop uit nieuwe polders: de projecten zouden bijdragen aan de ‘publique welvaart’. De praktijk bleek echter weerbarstig. Initiatiefnemers kampten met allerlei financiële tegenvallers, actief verzet van gebruikers van de meren (zoals vissers en schippers) en een weinig vruchtbare bodem. 

Mark Raat deed onderzoek naar deze geschiedenis, als onderdeel van zijn promotieonderzoek naar de historische landschapspolitiek van Friesland. Raat stelt dat, ondanks het geringe succes van de polders, in de zeventiende eeuw belangrijke fundamenten zijn gelegd voor de latere ontwikkelingen. De wens om water te veranderen in cultuurland is tot ver in de twintigste eeuw een drijfveer van het Friese bestuur geweest. Het kleine Sensmeer en andere projecten zijn daarom ook relevant voor ons begrip van het heden. 

De lezing duurt ongeveer vijf kwartier, daarna is er gelegenheid tot het stellen van vragen. Gratis entree.