Algemeen

Ik, zorgrobot (een sci-fi kerstsprookje)

Door: Redactie

Het is 2057. Op de eerste verdieping in haar moderne wooncomplex is Suzanne eindelijk in slaap gevallen. Ze had de hele middag in de oude fotoboeken zitten bladeren, die Rosey voor haar gepakt had. En daarbij kwamen zóveel herinneringen naar boven, dat ze ’s avonds de slaap niet had kunnen vatten. De laatste dagen is Suzanne veel aan vroeger aan het denken. Zeker nu het winter is en de avonden lang en donker zijn, komt het verleden gemakkelijk tot leven. Over een week is het kerst en Suzanne droomt hoe er vroeger thuis bij haar ouders een echte kerstboom in de kamer stond, met engelenhaar en een grote glimmende piek in de top en met echte brandende kaarsjes. Urenlang kon ze er als kind naar kijken.

Afbeelding
Foto: Pexels

Vroeger… Suzanne had de tijd nog meegemaakt dat er met kerst winkels in de stad waren met feestelijke etalages. Winkels, waar je je schoenen en kleren kocht en je boodschappen deed. Ze denkt nog vaak terug aan de restaurantjes, waar je gezamenlijk gezellig kon eten. Aan de cafeetjes waar je elkaar op vrijdagmiddag na een werkweek ontmoette. Kom daar nu nog maar eens om; het is allemaal grotendeels verdwenen. Nu worden zelfs de zaterdagse supermarktboodschappen via de computer besteld en nog dezelfde middag bij je thuis afgeleverd. Je hoeft de deur ook niet meer uit voor de nieuwste films en concerten, want de streamingsdienst brengt het gewoon in je huiskamer. En wie nog werkt, kan dat meestal óók vanuit eigen huis doen. Trouwens, wie werkt er nou nog echt? Het meeste werk wordt immers door robots gedaan.

In de wijk waar ze woont staat - zoals in elke moderne wijk - een Centrale Ontmoetingsruimte. Vier ochtenden in de week krijgen kinderen hier digitaal programmeeronderwijs. Niet van een juf of meester voor de klas, zoals bij Suzanne vroeger, maar van een virtuele leraar die de kinderen vanaf een videoscherm lesgeeft. ’s Middags en ’s avonds biedt de ontmoetingsruimte plek aan volwassenen en ouderen. Voor bewegings- en bezigheidstherapie. Suzanne zou er eigenlijk ook vaker naartoe moeten gaan; zeker nu ze al twee keer met de fiets is gevallen, toen ze haar kinderen in de wijk verderop had willen bezoeken. Sinds die laatste val zit ze veel thuis. Gelukkig is Rosey er nog. En ze heeft elke dag gezelschap van de kat. Ze is nooit echt alleen.

“Goedemorgen, Suzanne, het is zeven uur dertig, tijd om op te staan”, klinkt een vriendelijke vrouwenstem door de slaapkamer, nadat een zacht sluimerend muziekje is gestart dat steeds luider is gaan klinken. Na tien minuten klinkt de stem opnieuw, iets harder nu. “Goedemorgen, Suzanne, het is zeven uur veertig, tijd om op te staan.” Het dringt vaag tot haar door, maar ze is te ver weg in haar dromen om echt wakker te worden. “Mevrouw Roggeveen, het is acht uur”, klinkt het nu, nog steeds vriendelijk, maar luid en beslist. “U moet uw medicijnen uit de dispenser pakken.” Suzanne draait zich nog eens om. Ze wil nog eventjes blijven liggen en dromen van de kaarsjes in de kerstboom. Misschien moet ze Rosey morgen vragen de kunstboom uit de berging beneden te halen. Dan gaat er een alarm af.

“Ik ben Rosey. Ik zit nu bijna vijf jaar bij de Thuiszorgdienst in deze wijk. We hebben het werk in iedere wijk zó georganiseerd, dat ouderen met dezelfde zorgbehoefte, zoals mevrouw Roggeveen, allemaal op dezelfde etage in een wooncomplex wonen. Dat is het meest efficiënt, want zo zijn we snel bij iedereen over de vloer. Mensen zijn kwetsbaar en afhankelijk, dat is hun lot. Wij zijn er om voor hen te zorgen en hen te beschermen. Voor dat doel zijn wij geprogrammeerd.

Ik houd mevrouw Roggeveen dertig minuten per dag gezelschap en voor de rest van de dag hebben we gezorgd dat KatBot er altijd is, een robotpoes die ze op schoot kan nemen om te aaien, als ze zich eenzaam voelt. ‘Goedendag, mevrouw Roggeveen, wat kan ik voor u doen?’, had ik haar die dag gevraagd. ‘Ach, Rosey’, had mevrouw Roggeveen gezegd, ‘ik wil graag de oude fotoboeken nog eens bekijken. Hoe het vroeger met Kerstmis was…’ Ik heb de fotoboeken bekeken, maar ik ken de mensen die op de foto’s staan niet. Ze staan niet in mijn werkgeheugen. Na dertig minuten ben ik dan ook zonder wat te zeggen weggegaan. De volgende ochtend ben ik twee minuten voor acht uur teruggekomen. Mevrouw Roggeveen werd niet wakker om acht uur en dus heb ik de alarmdienst ingeschakeld. Dat is het protocol.

Het hulpverleningsteam bleek uit mensen te bestaan. Mensen die tóch meer weten en kunnen dan wij. Ze hebben mevrouw Roggeveen meegenomen naar het ziekenhuis. Ik weet niet wat ze gedaan hebben, maar een paar dagen later, vlak voor kerstavond, was ze terug. Ze is met Kerstmis weer thuis. ‘Kerstmis’ ken ik wél. Mensen wensen elkaar dan ‘prettige kerstdagen’ en een week later ‘gelukkig Nieuwjaar’. Ze hopen warmte, aandacht en saamhorigheid te vinden in dat nieuwe jaar. Maar zonder ons gaat dat nooit lukken, want mensen zijn niet volmaakt.

Na bijna vijf jaar in dienst bij mevrouw Roggeveen ben ík ook niet meer volmaakt en afgeschreven voor dit werk. Ik ben Rosey, zorgrobot typenummer XB-500. Ik ben een verouderd model, dus ik moet weg. Ik ben nog niet helemáál afgeschreven, en wordt de komende tijd als huishoudrobot ingezet. Geen idee bij wie ik terecht kom…”

HENKUS