Prikkelverwerking-specialist Jitske Draijer: “Stoppen met veroordelen en beginnen met nieuwsgierig zijn”
Stilzitten komt niet het woordenboek van Jitske Draijer voor, dat is al snel duidelijk. Niet omdat ze zelf zoveel prikkels nodig heeft, maar omdat haar nieuwsgierigheid altijd een stap verder wil. De inwoonster van it Heidenskip verzamelde in haar leven meer petten dan de gemiddelde kapstok kan dragen. Zangpedagoog, muziektherapeut, docent, onderzoeker, projectleider, zangeres en specialist in prikkelverwerking. Wie haar cv leest, zou kunnen denken dat ze telkens een andere afslag nam. Zelf ziet ze het anders. "Voor mij loopt er één rode draad door alles heen. Dat is prikkelverwerking. Daar draait eigenlijk mijn hele leven om." Die fascinatie ontstond niet in een collegezaal of tijdens een wetenschappelijk onderzoek, maar op een gewone werkdag, naast een jonge cliënt die door bijna niemand rustig te krijgen was. Dat moment veranderde alles.

Voordat Draijer het conservatorium binnenstapte, werkte ze vijf jaar als begeleidster op een opvang. Ze genoot van het werken met mensen, maar merkte tegelijkertijd dat muziek steeds harder aan haar mouw trok. "Ik was 25 jaar en dacht: als ik ooit serieus iets met zingen wil doen, dan moet ik het nu doen." Ze schreef zich in aan het conservatorium in Zwolle, waar ze zich onderdompelde in jazz en gospel. "Dat is echt mijn basis. Ella Fitzgerald, jazz-standards, gospel, daar ligt mijn hart." Toch wist ze ook toen al dat ze niet alleen zangeres wilde worden. "Alleen zingen of alleen zangles geven, dat voelde voor mij niet compleet. Ik wilde altijd iets doen waardoor muziek betekenis kreeg voor anderen." Na haar studie keerde ze daarom terug naar de zorg. Ze werd muziektherapeut, volgde later een opleiding muziektherapie en specialiseerde zich vervolgens in sensorische informatieverwerking, de wetenschappelijke naam voor prikkelverwerking. "Achteraf zie ik dat ik steeds dezelfde kant op liep. Alleen wist ik dat toen zelf nog niet."
Zaadje
Het zaadje werd geplant tijdens haar werk met een jonge man met ernstige gedragsproblemen. Een fysiotherapeut keek toe terwijl Draijer voor de cliënt zong. "Na afloop zei hij: ‘Als jij zingt, is hij zó alert. Zo heb ik hem nog nooit gezien.’ Dat was voor mij echt een kantelpunt. Ik dacht: wat gebeurt hier eigenlijk? Komt het doordat ik mooi zing? Is het de structuur van muziek? Is het mijn rust? Of gebeurt er neurologisch iets?" Vanaf dat moment liet de vraag haar niet meer los. Ze begon zich steeds verder te verdiepen in de werking van het brein, de rol van de zintuigen en de invloed van prikkels op gedrag. "Ik wilde begrijpen waarom muziek iets kon bereiken waar woorden of regels soms volledig tekortschoten."
‘Muziek kan echt het verschil maken’
Dat inzicht werd in de praktijk alleen maar sterker. Ze herinnert zich nog goed een cliënt die voortdurend onrustig was. Twee begeleiders waren nodig om hem veilig te begeleiden. Toch ging zij alleen met hem een ruimte binnen. Niet om te praten, maar om te zingen. "Geen liedjes met tekst, maar wat de begeleiders gekscherend ‘pommetjes zingen’ noemden. Gewoon één klank, heel rustig, heel voorspelbaar." Langzaam zag ze de spanning uit zijn lichaam verdwijnen. "Na een tijdje zat hij helemaal ontspannen achterover. Tien minuten lang was hij rustig. Dat lukte verder eigenlijk niemand. Begeleiders kwamen nieuwsgierig kijken, vroegen of ze mochten filmen en begonnen uiteindelijk zelf ook te zingen. Dat was misschien wel het mooiste. Ik heb daar geleerd dat je mensen niet hoeft te vertellen wat ze moeten doen. Je moet het laten zien. Dan ontdekken ze zelf wat werkt." Nog altijd raakt die ervaring haar meer dan een optreden voor een volle zaal. "Ik heb wel voor achthonderd mensen gezongen in diverse concertzalen. Veel complimenten, hartstikke leuk. Maar die tien minuten met één cliënt gaven mij veel meer voldoening. Daar voelde ik dat muziek echt verschil kan maken."
‘Gedrag is een oplossing’
Vanuit die nieuwsgierigheid volgde de ene opleiding na de andere. Ze werd als eerste muziektherapeut toegelaten tot een opleiding sensorische informatieverwerking die eigenlijk bedoeld was voor fysiotherapeuten, ergotherapeuten en logopedisten. Twintig jaar later verzorgt ze zelf die opleiding voor muziektherapeuten. "Dat vind ik eigenlijk wel bijzonder. Toen moest ik nog bewijzen dat muziektherapeuten erbij hoorden. Nu leid ik collega’s op." Ondertussen bleef haar blik steeds scherper worden. Niet het zichtbare gedrag trok haar aandacht, maar wat eraan voorafgaat. "Gedrag is vaak helemaal niet het probleem. Gedrag is een oplossing. Mensen proberen zichzelf te reguleren."
‘Alles begint bij alertheid’
Juist daarom heeft ze moeite met het woord ‘gedrag’. "We zeggen zo gemakkelijk: iemand heeft lastig gedrag. Maar wat bedoelen we daar eigenlijk mee? Iemand schreeuwt, loopt rond of maakt dingen kapot. Dan vinden wij dat vervelend. Maar die persoon doet dat meestal niet om iemand dwars te zitten. Hij probeert iets op te lossen wat wij niet zien." Volgens Draijer begint alles bij alertheid. "Wij zitten hier nu rustig te praten. We zijn precies alert genoeg om elkaar te volgen. Maar mensen met een verstandelijke beperking of autisme kunnen voortdurend onder- of overalert zijn. Dan beleef je de wereld heel anders." Ze legt uit dat we niet alleen vijf zintuigen hebben, maar tien systemen die voortdurend samenwerken. "Als die balans ontbreekt, ga je compenseren. Dan zoek je meer prikkels of probeer je juist alles buiten te sluiten. Dat zien wij vervolgens als probleemgedrag, terwijl het eigenlijk een noodgreep is."
Van muziektherapeut naar onderzoeker en projectleider
Die visie vormt tegenwoordig de basis van haar werk bij Philadelphia Zorg. Sinds 1 juni is ze niet langer actief als muziektherapeut, maar volledig werkzaam als onderzoeker en projectleider. Tijdens haar master Vaktherapie ontwikkelde ze de AROS (Alertheid, Regulatie en Observatie Schaal, een observatieschaal waarmee begeleiders alertheid en regulatie beter kunnen herkennen. Nu mag ze dat instrument binnen Philadelphia wetenschappelijk valideren en implementeren. "Dat voelt bijna onwerkelijk. Ik heb iets ontwikkeld waarvan de organisatie zegt: ´ga het maar doen´. Ik mocht een team samenstellen met onderzoekers en specialisten. Samen bouwen we aan iets dat straks in de praktijk gebruikt kan worden."
Anders leren kijken
Dat onderzoek blijft nadrukkelijk met beide benen in de praktijk staan. Draijer loopt mee op woongroepen waar begeleiders vastlopen. Niet om kritiek te leveren, maar om anders te leren kijken. Ze vertelt over een achttienjarige cliënt die meerdere keren per dag escaleerde. "Ze zeiden: het gebeurt zomaar. Maar toen ik meeliep zag ik iets anders. Hij zou gaan wandelen, moest tussendoor nog een vuilniszak wegbrengen, er kwamen mensen langs, een auto reed tussen de begeleiders door en ondertussen werd er ook nog gepraat. Dat lijken kleine dingen, maar voor hem was het een opeenstapeling van prikkels. Op een gegeven moment was de emmer vol." Voor haar was het geen onverwachte explosie, maar een logisch gevolg. "Als begeleiders die stapeling leren zien, kunnen ze veel eerder ingrijpen. Dan voorkom je soms een escalatie." Dat is precies waarom ze haar onderzoek doet. "Niet omdat ik zo nodig een wetenschappelijke lijst wil maken, maar omdat ik wil dat mensen anders leren denken."
Prikkels nodig om je te ontwikkelen
Daarbij ziet ze ook een maatschappelijke opdracht. In Zuidwest-Friesland, vindt ze, zijn mensen met een ernstige verstandelijke beperking relatief weinig zichtbaar. Daardoor ontbreekt soms ook het begrip. "We moeten stoppen met veroordelen en beginnen met nieuwsgierig zijn. Waarom schreeuwt iemand? Waarom loopt iemand steeds heen en weer? Wat probeert iemand eigenlijk duidelijk te maken?" Volgens haar geldt dat niet alleen voor professionals. "Eigenlijk voor ons allemaal. Iedereen heeft prikkels nodig om zich te ontwikkelen. De kunst is om de juiste balans te vinden en elkaar niet meteen in een hokje te stoppen."
Klein theaterconcert
Terwijl haar professionele leven in een stroomversnelling zit, merkt ze dat haar eigen zingen jarenlang op een laag pitje heeft gestaan. "Ik kon gewoon niet alles tegelijk. Muziektherapeut, onderzoeker, projectleider, docent, gezin… ergens moest iets wijken." Toch begint het weer te kriebelen. Onlangs tijdens een feest zong ze spontaan een paar liedjes. "Toen dacht ik ineens: misschien moet ik dit weer oppakken. Niet met een grote theatertour of commerciële ambities. Van zingen hoef ik niet te leven. Ik heb een prachtige baan. Maar ik ben wel iemand van de projecten. We hebben hier zo’n mooi kerkje in het dorp. Hoe mooi zou het zijn om daar een klein theaterconcert te organiseren, met een pianist en een paar muzikanten? Gewoon omdat muziek mensen verbindt."
Misschien is dat wel de mooiste cirkel in het verhaal van Jitske Draijer. Ooit bracht een eenvoudig lied een onrustige jongeman tien minuten lang tot rust. Dat ene moment groeide uit tot een loopbaan vol onderzoek, opleidingen en nieuwe inzichten. En terwijl ze nu wetenschappelijke instrumenten ontwikkelt die begeleiders in heel Nederland kunnen helpen, blijft de kern onveranderd. "Ik hoop dat mensen anders leren kijken. Niet meteen oordelen over gedrag, maar nieuwsgierig worden naar wat eronder zit. Als we dat leren, begrijpen we elkaar beter. En misschien zingen we dan af en toe ook weer wat vaker."


















