Sikke Roosma, rietsnijder langs de IJsselmeerkust: “Riet maaien is een duurzame vorm van natuurbeheer”
MAKKUM - We zijn in Oudemirdum aangeschoven aan de keukentafel bij rietsnijder Sikke Roosma, één van de Gebroeders Roosma BV, rietdekkers te Makkum. Het weerstation staat pontificaal op de ijskast. Wind, regen, temperatuur, in het maaiseizoen wordt alles minutieus bijgehouden, want als rietsnijder ben je totaal afhankelijk van het weer. Van 1 december tot 1 april werk je buiten. In weer en wind, zes dagen in de week. Zeven zelfs, als er ook in Oostenrijk gemaaid wordt.

Rietsnijden is een eeuwenoud beroep. Een ultieme vorm van natuurbeheer. Het levert een prachtig product op. Duurzamer kan niet. En de natuur vaart er wel bij. “Riet maaien is belangrijk voor het behoud van het landschap”, vertelt Sikke Roosma (62). “Rietland dat niet gemaaid wordt, ‘verlandt’ binnen een paar jaar. Eerst wordt het wilgenbos en daarna komen er ook berken en andere bomen bij. Dus maaien is noodzakelijk als je bosgroei tegen wilt gaan. Rietsnijders zijn eigenlijk een soort natuurbeheerders.”
Derde generatie
“Zo nat als het vorig jaar was, zo droog is het nu”, merkt Roosma lachend op, “Dus we schieten lekker op. We hebben tot 1 april de tijd. Daarna begint het broedseizoen. We maaien langs de hele IJsselmeerkust en ook enorme velden in Oostenrijk tegen de Hongaarse grens.”
Wij zijn één van de weinige rietdekkersbedrijven die zelf ook maaien
Sikke Roosma en Peter Roosma zijn de derde generatie Roosma, die ‘in het riet’ zit. Sikke vertelt: “Pake Sikke is in 1924 een rietdekkersbedrijf begonnen in Franeker. Het riet dat hij gebruikte kwam uit Eernewoude. De Afsluitdijk bestond nog niet, IJsselmeer was nog Zuiderzee. Zout water, dus toen groeide er geen riet. In 1932 is de Afsluitdijk gekomen en werd het water zoeter en zoeter. In de loop der jaren zijn er langs de IJsselmeerkust prachtige rietvelden ontstaan. Ik denk dat mijn pake rond 1940 zijn eerste pachtcontract gekregen heeft om op de Noordwaard, een eiland voor Makkum, te maaien, We maaien daar nog steeds. In 1965 hebben mijn heit Jochum en zijn twee broers Roel en Johannes het van pake overgenomen. In 1993 hebben mijn neef Peter en ik het weer van hen overgenomen. Peter is fulltime rietdekker. Ik ben ook rietdekker, maar in de winter maai ik. Wij zijn één van de weinige rietdekkersbedrijven die zelf ook maaien.”
![]()
Maaien in de wintermaanden
“Het is net als bij rijst, voor riet heb je water nodig. In het voorjaar groeit het riet. Dan zijn de blaadjes groen. In de zomer verkleuren ze naar geel en in de herfst zijn ze bruin en sterven ze af. Rond 1 december is het riet klaar om te maaien. De exacte datum dat je kunt beginnen is afhankelijk van het weer. Bij harde wind zijn de rietblaadjes eerder van de stengel geblazen. Dan blijft alleen de steel over. Door de bank genomen kun je rond sinterklaas beginnen.
Riet is natuurlijk een machtig mooi product. Het zorgt voor prima isolatie. Het houdt de warmte vast in de winter en in de zomer zorgt het voor koelte
Het riet dat we in december en januari-februari maaien, is nog nat. We binden het eerst samen in bossen en van die bossen maken we weer balen. Die balen riet laten we een paar maanden drogen in de buitenlucht. Riet dat je in maart maait is over het algemeen al droog. Als de balen droog zijn brengen we ze naar onze opslagloods in Makkum. Daar halen we ze weer uit elkaar om het riet te poetsen. Dat wil zeggen dat we alle ruigte eruit halen. Vervolgens wordt het riet op lengte gesorteerd en in bosjes gebonden. Dan is het klaar om op het dak gebruikt te worden.”
Riet van zandgrond is van prima kwaliteit
“Riet is natuurlijk een machtig mooi product. Het zorgt voor prima isolatie. Het houdt de warmte vast in de winter en in de zomer zorgt het voor koelte. Rieten dakbedekking is ongeveer dertig centimeter dik. Als het dagen achter elkaar regent, bijvoorbeeld in november, wordt toch niet meer dan vijf centimeter nat. Doordat een dak schuin afloopt, loopt het water eraf. Zou je het riet plat op de grond leggen, dan is het binnen twee jaar weg.
![]()
Hoelang een rieten dak meegaat is afhankelijk van de hellingshoek van het dak. Op een molendak, met een hele steile helling, blijft het riet wel tachtig jaar goed. Bij een minder steil dak blijft het zo’n 25 jaar goed. De kwaliteit van het riet is afhankelijk van de grondsoort waarop het groeit. Op grond met weinig voeding, zoals veen of zand, doet het riet er langer over om te groeien. Daardoor krijg je harder riet. Hoe harder, hoe beter. De IJsselmeerkust is zandgrond, dus dat levert een prima kwaliteit op. In Groningen groeit het riet op klei. Daar groeit het sneller, dus is het minder van kwaliteit.
Riet is op en top een natuurproduct. Eigenlijk is alles duurzaam bij ons. Zelfs het sluik, dat is de ruigte die er bij het poetsen in de loods uitgehaald wordt, gaat niet verloren. Het gaat naar een boer in Skuzum die het gebruikt als strooisel voor zijn koeien.”
Mokkebank
“We maaien al decennialang langs de hele Friese IJsselmeerkust. Op de Noordwaard bij Makkum, bij Stoenckherne, tussen Workum en Hindeloopen, bij de Mokkebank, tussen Mirns en Laaxum, en bij Lemmer.
Trouwens, bij de Mokkebank dit jaar niet. Daar is het riet maaien voorbij. Het Fryske Gea heeft daar slenken, zeg maar geulen, gegraven van negentig centimeter diep. De bedoeling is dat daar vissen gaan paaien. Die slenken zijn te diep om met onze machines doorheen te gaan, dus kunnen we daar niet meer maaien. Wij hebben onze bedenkingen bij dat project. Niet maaien betekent dat het verlandingsproces onherroepelijk in gang gezet wordt. In twintig jaar tijd zal het daar één bosschage zijn en zijn ook die slenken dichtgegroeid. In onze ogen is dat kortzichtig beleid. Trouwens, die vissen paaien nu ook al aan de rand van de rietvelden. Dat wordt echt niet meer door die slenken. Achter een bureau kun je niet altijd bedenken wat goed is voor de natuur.”
Hoelang nog?
“De vraag is hoelang we nog langs de IJsselmeerkust zullen maaien. Van dat windmolenpark op het IJsselmeer krijgt het Fryske Gea geld. Dat moet uitgegeven worden. Dus verzinnen ze zo’n slenken-project. Ze willen die slenken straks langs de hele kust graven. Dat betekent dat er geen riet meer gemaaid kan worden. Dus moeten we het straks importeren. Hoe duurzaam is dat? Terwijl het naast de deur staat.
Vroeger was riet het goedkoopste dakdekmiddel. Zo oud als de mensheid. Tegenwoordig is het meer een luxe.
Onze verhouding met het Fryske Gea is matig. Vroeger met de gemeente hadden we zesjarige pachtcontracten. Dat is door het Fryske Gea teruggebracht naar één jaar. Ze nemen ons veel af, terwijl we er niets voor terugkrijgen. We zijn nota bene een natuurbedrijf. Als het Fryske Gea doorzet, zijn we straks onze winterarbeid kwijt. Ik zou het enorm missen. Het buiten zijn, het bezig zijn. Eerst het maaien, dan het poetsen en dan het dak op. Je ziet het eindresultaat. Dat geeft zoveel voldoening.”
Pistenbully’s
“De vraag naar riet is groter dan het aanbod. Nederland kan uit eigen oogst maar ongeveer 30% van de rietdekkersmarkt voorzien. Daarom maaien we ook in Oostenrijk. Daar pachten we velden bij de Neusiedler See. Door de arme grond en het schone bergwater groeit daar kwalitatief goed riet. Alleen het beste riet kan als dakbedekking gebruikt worden.
![]()
We maaien met oude pistenbully’s. We hebben er drie. Met twee werken we. De derde is voor onderdelen. In Zweden en Oostenrijk, waar ze voor de pistes gebruikt werden, hadden ze voor een sneeuwschuiver en achter een frees-installatie. Wij hebben ze omgebouwd. Bij ons zit voor een maaier en achter een laadplateau, de zogenaamde bunker. Zo kunnen we drassige gebieden maaien zonder de ondergrond te vernielen.
Riet moet je op ongeveer op een hoogte van één decimeter afsnijden. Het topje moet boven het water blijven. Want riet, de naam zegt het al, is een soort rietje. Daardoor kan zuurstof naar de wortels gaan. Komt het topje onder water, dan verzuipt het riet.”
Van goedkoop naar luxe
“Vroeger was riet het goedkoopste dakdekmiddel. Zo oud als de mensheid. Tegenwoordig is het meer een luxe. Dat komt door de arbeidskosten. Tot niet zo lang geleden was er zelfs een rietdekkersschool. In Genemuiden. Daar kon je je examen halen. Maar die is gesloten in 2009, tijdens de bouwcrisis. Toen was er geen animo meer voor en istie opgedoekt.”
Hard werken is niet erg
“We werken altijd met ons vieren. Het is hard werk. In de winter zes dagen per week. Om zeven uur beginnen we en we gaan door tot zes uur. ’s Avonds doe ik de administratie. In de weken dat we in Oostenrijk zitten, werken we zeven dagen per week. Dat is aanpakken, ja. Maar weet je, als dat werk je hobby is, dan is hard werken helemaal niet erg. Het is zó mooi als je ’s ochtends met opgaande zon door die rietvelden gaat. Ik zie vaak roerdompen. En blauwe reigers, die lopen met ons mee. Twee meter voor het maaimes. Op die manier vangen ze kikkers en muizen.”
De vierde generatie komt eraan
Inmiddels heeft ook de vierde generatie zijn intrede gedaan. Sinds 1 januari zijn dochter Beitske en schoonzoon Max mede-eigenaren geworden van het bedrijf. “Maar ik denk nog niet aan stoppen, hoor”, zegt Sikke Roosma. “Ik hoop nog een paar jaar volop te genieten. Want van dit werk krijg je altijd een goed humeur.”
Tekst: Piebe Piebenga
Foto’s: Jelly Mellema fotografie
=












