‘Ontworteld – Een familiekroniek van drie generaties Klein’: Herinneringen van een Joodse onderduiker raakt Bolsward diep
BOLSWARD - Het is donderdagmiddag 26 maart 2026 en er hangt in De Tiid in Bolsward een bijzondere stilte. Geen uitbundige drukte, maar een aandachtige rust. Alsof iedereen voelt dat het hier om meer gaat dan een boekpresentatie. Rond de presentatie van ‘Ontworteld – Een familiekroniek van drie generaties Klein’ komen geschiedenis, herinnering en dankbaarheid samen. Dat heeft alles te maken met Gerard Klein (89), die als Joods kind in de oorlog in Bolsward ondergedoken zat en nu, zoveel jaren later, zijn verhaal terug brengt naar diezelfde stad.
Schrijver en uitgever Eddy van der Noord opent de middag met een hartelijk welkom. Hij spreekt in het Nederlands en het Fries en noemt de familiekroniek direct een “bijzondere boek.” De auteur en uitgever verwijst naar een eerdere presentatie in Hilversum, maar benadrukt het belang van deze plek: “Vandaag zijn we hier in Bolsward en gaan we er ook een bijzondere middag van maken.”

Een warm en persoonlijk begin
Van der Noord vertelt hoe het boek ontstond, bijna toevallig, na een telefoontje van oud-Bolswarder Gerard Frijling uit Grou. “Op dinsdag 3 januari 2023 wandelde ik het leven van Gerard Klein binnen”, vertelt hij. “Wat volgde waren lange gesprekken waarin Klein mij meenam door zijn leven. We stuiterden van Gorlice via Wenen, Hilversum en Amsterdam naar Bolsward.”
![]()
Overhandiging ‘Ontworteld...’ - Foto Henk van der Veer
Met warmte en lichte humor schetst Van der Noord Gerard Klein als een man van verhalen, die soms onverwacht van richting veranderden. “Op het ene moment stelde ik hem een vraag… en vervolgens stapte hij midden in een zin ineens over op een anekdote.” De zaal glimlacht, maar voelt ook de ernst die daaronder ligt. Van der Noord benoemt die kern scherp: “Dat gevoel van nergens echt thuis horen is de rode draad in zijn familiegeschiedenis.”
Het verhaal krijgt een gezicht
Als Gerard Klein zelf naar voren komt wordt het nóg stiller. Hij begint met dankbaarheid. “Drie jaar lang heb ik in alle vertrouwen mijn levensverhaal met jou gedeeld”, zegt hij tegen Eddy van der Noord.
Klein vertelt hoe het boek begon: als een klein familieproject. “Wat klein begon is uiteindelijk veel groter geworden dan ooit de bedoeling was.” Die groei is voelbaar in de zaal, waar persoonlijke herinneringen en grotere geschiedenis in elkaar overvloeien. Langzaam neemt Klein het publiek mee terug in de tijd. Van Oost-Europa naar Wenen, van Wenen naar Nederland. Een beslissend moment kwam bij het geplande vertrek naar Amerika, vertelt hij. “Ons schip, de Veendam, zou op 11 mei vertrekken. Zoals u weet begon de oorlog in Nederland één dag eerder.”
Bolsward als schuilplaats
Vanaf dat moment komt Bolsward centraal te staan. Hier zat Gerard Klein als kind ondergedoken bij de familie Vos. Zijn woorden over hen zijn eenvoudig, maar diep geladen: “Ik heb ongelooflijk veel geluk gehad dat ik door zulke bijzondere mensen ben opgenomen.”
Klein noemt Philippus en Jeltje Vos “een heldhaftig echtpaar” dat hem met gevaar voor eigen leven beschermde. Terwijl hij spreekt, kijkt Gerard Klein de zaal in en herkent gezichten. “Wat fijn dat twee dochters van mijn onderduikzusje Wiesje hier zijn, vandaag”, zegt hij, Daarmee wordt het verleden tastbaar aanwezig.
Zijn herinneringen zijn klein en levendig. Over het schaatsen: “Nou ja, schaatsen, ik schaatste achter een stoel.” En over nachtelijke tochtjes met de melkvaarder: “Wat genoot ik van deze nachtelijke tochtjes!”
Angst en kleine momenten van vrijheid
De dreiging wordt voelbaar in de fragmenten die hij voorleest. “De kelder is nog geen meter diep en ik zit er soms urenlang in het pikkedonker.” En over razzia’s: “Ik houd mij doodstil, want er zit amper twee centimeter hout tussen mijn hoofd en de laarzen van de Duitse soldaten.”
![]()
Stadshistoricus Wim Haanstra laat zijn boek ondertekenen door Gerard Klein - Foto Henk van der Veer
Juist daarom raakt ook een ander detail zo sterk. “Wat ik bijna verheerlijk, is de cultuur van ‘it húske’, dat was mijn gevoel van vrijheid.” In die ene zin zit de beleving van een kind dat, ondanks alles, kleine momenten van licht wist te vinden. Toch blijft het verhaal niet hangen in angst. Steeds keert Klein terug naar dankbaarheid. Voor de mensen die hem hielpen. Hij geeft hun een naam die verder gaat dan helden: “In de Joodse cultuur worden mensen als Philippus en Jeltje Vos ‘tsaddiek’ genoemd: de rechtschapenen.”
Een cirkel die rond wordt gemaakt
Het slot van de middag brengt alles samen. Gerard Klein roept Jellie naar voren, kleindochter van de familie Vos. “Jellie, wil je naar voren komen?” Klein vertelt hoe haar grootouders na de oorlog geen onderscheiding wilden ontvangen. “Ze vonden dat ze hun vanzelfsprekende plicht hadden gedaan.”
Daarna overhandigt hij haar het eerste exemplaar van het boek ‘Ontworteld’. “Met ontzettend veel dank en emotie bied ik jou - als kleinkind van de rechtschapenen die mijn leven hebben gered - het eerste exemplaar aan.” Het is een ingetogen moment, maar juist daardoor des te krachtiger. In De Tiid wordt deze 26ste maart 2026 een middag niet alleen een boek gepresenteerd. Er wordt een verhaal teruggebracht naar de plek waar het zich deels had afgespeeld. Wie erbij is geweest, heeft dat gevoeld...
Tekst en foto’s: Henk van der Veer












