Algemeen

Face to Face met Gerde Lycklama à Nijeholt: “Mentaal ben ik er sterker van geworden”

Door: Henk van der Veer

Op het kaatsveld is Gerde Lycklama à Nijeholt bloedfanatiek. Ze is aanwezig, wil winnen en kan behoorlijk kwaad op zichzelf worden wanneer een bal niet doet wat zij wil. In het Antonius Ziekenhuis in Sneek zien mensen een andere kant van de 22-jarige inwoonster van It Heidenskip. Daar werkt ze als verpleegkundige op de dagverpleging, helpt ze patiënten en probeert ze met humor de spanning wat weg te nemen. “Ik probeer altijd wel een lach op iemands gezicht te krijgen.”

Afbeelding
Fotografie Jelly Mellema

Kaatsen speelt een grote rol in het leven van Gerde Lycklama à Nijeholt. In 2024 won ze onder meer de Frouljus PC, het NK Dames en met Makkum opnieuw de Jong Famme Partij. De PC-zege leverde haar bovendien haar vierde wimpel op. Maar in mei 2025 kwam alles abrupt tot stilstand. Haar voorste kruisband scheurde en een lange revalidatie volgde. Bijna een jaar lang was winnen niet het belangrijkste. Eerst moest ze weer leren vertrouwen op haar eigen lichaam.

Wie is Gerde Lycklama à Nijeholt als we het kaatsen even helemaal weglaten?

“Dan ben ik vooral iemand die veel aan het werk en met sport bezig is. Mijn collega’s zouden denk ik zeggen dat ik direct ben, maar ook heel behulpzaam en dat ik voor anderen klaarsta. Op het kaatsveld ben ik heel aanwezig. Buiten het veld ben ik wel wat rustiger. Daar zit echt verschil in.” Naast haar werk en het kaatsen is er ook nog het volleybal bij VC Sneek. Stilzitten lijkt sowieso niet helemaal bij Gerde te passen.

Waarom wilde je verpleegkundige worden?

“Eigenlijk wilde ik dat al van jongs af aan. Dat komt misschien ook doordat mijn mem in de zorg werkt en mijn zus ook. Ik vond het ziekenhuis altijd heel interessant. Mensen kunnen helpen en iets voor iemand kunnen doen, dat vind ik het allerbelangrijkste.”

Juist op de dagverpleging ontmoet Gerde mensen op een moment waarop spanning en onzekerheid een grote rol kunnen spelen. “Ik probeer altijd wel een lach op iemands gezicht te krijgen. Met humor vooral. Natuurlijk moet je kijken naar de situatie en naar wat wel en niet kan. Iedereen is anders, maar je probeert iets te vinden waardoor je aansluiting krijgt bij iemand.”

Maakt het werken in een ziekenhuis de sport ook betrekkelijk?

“Het is hier natuurlijk meer de realiteit. Kaatsen is in die zin bijzaak. Hier werk je met de gezondheid van mensen.”

Dat betekent niet dat een verloren kaatspartij haar plotseling niets meer doet. “Je kunt echt wel balen van een mindere wedstrijd. Dan kun je denken: er zijn altijd ergere dingen. Maar ik wil ook gewoon beter spelen. Je wilt de volgende wedstrijd weer goed zijn, dus je gaat analyseren. Je kunt er écht wel van balen.”

Wat voor kaatster ben jij eigenlijk?

“Bloedfanatiek. Absoluut! Ik probeer niet boos te worden op mijn maten, maar ik kan me wel heel erg frustreren over mezelf. Dat is dan écht frustratie omdat ik weet dat iets beter kan.”

Er is één onderdeel waarvan haar gezicht tijdens het gesprek onmiddellijk lijkt op te klaren: de bovenslag. “Die bovenslagen, daar kan ik echt van genieten. Als je achterin staat en zo’n bal gaat eroverheen… Dat is gewoon een lekker gevoel.”

En dan scheurt in mei 2025 ineens je kruisband. Wat gebeurde er

“Ik sloeg op en voelde iets in mijn knie. Bij het uitstappen voelde het als een soort verrekking. Ik voelde ook wel iets knappen, maar ik dacht eigenlijk: het zal wel wat meevallen.”

Dat deed het niet. De pijn werd erger, maar aanvankelijk was niet duidelijk hoe ernstig de blessure was. Ze liep op krukken, bezocht fysiotherapeuten en probeerde weer op te bouwen. De knie bleef echter problemen geven. “Op een gegeven moment werd mijn knie hartstikke dik en pijnlijk. Toen dacht ik wel: er klopt toch iets niet. Uiteindelijk kwam ik bij de sportarts. Die kon eigenlijk heel snel vertellen dat mijn kruisband weg was.”

Een MRI bevestigde het slechte nieuws. Een operatie en een lange revalidatie waren onvermijdelijk.

Je bent gewend je lichaam te pushen. Hoe moeilijk was het ineens om juist naar dat lichaam te luisteren?

“Dat moet je leren. In de periode voordat ik geblesseerd raakte, had ik een heel druk volleybalseizoen en daar kwam het kaatsen alweer overheen. Ik heb zelf wel gedacht dat het misschien allemaal wat te veel was in die periode. Je wilt heel graag. Maar tijdens zo’n herstel leer je echt dat je soms gewoon een rustdag nodig hebt.”

Heb je tijdens de revalidatie gedacht: komt dit nog wel goed

“Natuurlijk. Ik heb ook wel een periode gehad waarin ik even geen motivatie meer had. Dan denk je: hoe gaat dit komen? Maar vervolgens zie je bij de krachttraining en de oefeningen toch weer vooruitgang. Dan krijg je weer hoop.”

Je bent zelf verpleegkundige en werd ineens patiënt. Heeft dat iets veranderd?

“Vooral één ding bleef hangen: hoe belangrijk duidelijke uitleg voor een patiënt is. Vóór mijn eigen operatie wist ik zelf wel ongeveer hoe dingen in een ziekenhuis werken. Maar iemand anders die daar op een bed ligt, wil weten wat er gaat gebeuren, waar die naartoe moet en wat de stappen zijn. Het ziekenhuis is voor de meeste mensen spannend. Daar ben ik me nog bewuster van geworden. Je weet nu toch beter wat iemand doormaakt. En ik heb vooral geleerd dat rust en goede uitleg heel belangrijk zijn.”

Wanneer voelde je: hé, de oude Gerde komt weer terug?

“Je voelt tijdens het kaatsen wel dat het erin zit, maar het kwam er eerst nog niet altijd uit. En dan heb je ineens weer zo’n bovenslag of zo’n actie waarbij je echt naar die bal toe gaat. Dat is gewoon een heerlijk gevoel. Dan denk je: ja, dit is hoe ik altijd was. Fysiek kun je trainen en daar kun je iets aan doen. Maar vooral mentaal ben ik er sterker van geworden.”

Durf je die knie inmiddels weer volledig te vertrouwen?

“Natuurlijk zit het ergens achter in je hoofd. Je kunt het niet voorspellen. Het is mij één keer gebeurd en de kans bestaat dat het nóg een keer gebeurt. Maar iedereen die op dat veld staat kan zoiets krijgen. Ik zou dit natuurlijk niet graag nóg een keer meemaken. Maar je moet uiteindelijk wel weer durven.”

Stel dat je moet kiezen: de PC winnen of hier in het ziekenhuis echt iets voor een patiënt kunnen betekenen. Waar ben je trotser op?

Gerde lacht. Een gemakkelijke keuze vindt ze het niet. “Van een PC geniet je misschien langer na, omdat het zo’n grote happening is en omdat je daar heel veel voor doet. In je werk is mensen helpen onderdeel van wat je iedere dag doet. Maar als een patiënt tegen je zegt dat je goede zorg hebt geleverd, dan waardeer ik dat echt heel erg. Die waardering van patiënten vind ik superleuk.”

Misschien zegt juist dat antwoord veel over haar. De topsporter wil winnen. De verpleegkundige wil iets voor een ander betekenen. De ene Gerde hoeft de andere Gerde niet uit te sluiten.

Heeft het afgelopen jaar veranderd wat je belangrijk vindt?

“Misschien vooral het plezier in de sport. En dat je meer waardeert dat je het iedere dag kúnt doen.”

Het is een nuchter antwoord, precies zoals ze zichzelf gedurende het gesprek vaker omschrijft. Geen grote levensles, geen dramatische woorden. Wel het besef dat iets wat altijd vanzelfsprekend leek, dat ineens niet meer hoeft te zijn.

Waar ben je na alles wat er is gebeurd het meest dankbaar voor?

“Voor de mensen om me heen die mij in die hele periode hebben gesteund. Daar ben ik echt het meest dankbaar voor. Dat is niet altijd vanzelfsprekend. Mijn familie, mijn vrienden bij wie ik mijn verhaal kwijt kon, mijn collega’s die ik dagelijks zag… Die steun is heel belangrijk geweest.”

Naschrift

Bijna een jaar lang moest Gerde Lycklama à Nijeholt leren wat voor een fanatieke sporter misschien wel het moeilijkste is: geduld hebben en opnieuw vertrouwen krijgen in haar lichaam. Een week na dit gesprek kreeg dat herstel op de 50e Frouljus PC in Weidum een bijzonder vervolg.

Samen met Annet de Haan en Jennie Terpstra won ze deze jubileumeditie van de Frouljus PC. In de finale was het trio te sterk voor Anna Ennema, Iris Oosterbaan en Fiera de Vries. Lycklama à Nijeholt sloeg zelf de beslissende bal met een bovenslag , juist het onderdeel waarvan ze in dit interview zegt zo te kunnen genieten.

Daarna volgde nóg een bekroning: de koningscommissie riep haar met zeven punten uit tot koningin van de partij, één punt voor Terpstra. Na haar lange revalidatie noemde ze de winst “de kers op de taart” en “de beste manier om terug te komen.” De woorden uit dit Face to Face-interview krijgen daarmee sneller dan gedacht een tastbare betekenis: mentaal staat Gerde sterker en op het belangrijkste kaatspodium van het jaar stond ze er ook weer.