grootbolsward-ijsselmeerkust

Oud-rechercheur Aad Voshol en een leven achter het uniform: “Na 71 jaar heb ik nog altijd vragen”

Door: Henk van der Veer

Aad Voshol uit Bolsward zag als politieman kanten van de mens die de meesten nooit zullen zien. Hij verloor zijn zoon, vond houvast in schrijven en muziek en werd milder. In zijn boek ‘De wraak met de schoffel’ kijkt de oud-rechercheur terug op zijn leven als politieman. Voor Groot Bolsward-IJsselmeerkust interviewden we Aad Voshol, de mens achter het uniform.

Aad Voshol
Aad Voshol Foto: Fotografie Jelly Mellema
Fotografie Jelly Mellema

Twee dagen schelen we, Aad Voshol en ik. Aad werd op 26 oktober 1954 geboren in het Zuid-Hollandse Berkel en Rodenrijs, boven Rotterdam. ik twee dagen eerder in Sneek. We zijn generatiegenoten. Misschien helpt juist dát kleine detail om aan de keukentafel snel iets van herkenning te voelen. De verhalenbundel ‘De wraak met de schoffel’ van Aad Voshol is de aanleiding, maar al snel is duidelijk dat dit geen gesprek over alleen een boek wordt. Tegenover mij zit vooral een man die zijn leven lang is blijven kijken, luisteren en vragen is blijven stellen.

Nummer zeven van zestien

Aad is een zoon van Maarten Voshol en Ida van der Heijden en groeit op als nummer zeven in een gezin van zestien kinderen. “Je moet je voorstellen: hier begon de tafel en daar ergens eindigde hij. Twee uitschuiftafels aan elkaar.” Het gereformeerd-vrijgemaakte gezin is druk. Toch vindt Aad zijn eigen wereld. “Ik zat vaak in een hoekje op de bank met De Kameleon. Mijn moeder zette koffie neer en uren later stond die er nog. Ik zat nog steeds te lezen. Helemaal weg. Friesland, het water, dat was mijn andere wereld.”

’Bij de politie? Dat kan ik niet’

Aad is niet alleen die stille dromer. “Ik was ook gangmaker. Humor, je een beetje laten gelden. Dat zit er nog steeds wel in.” En er is iets dat al vroeg zichtbaar wordt: zijn moeite met macht. “Ik heb eigenlijk altijd opgebokst tegen macht. Ik trof mensen die meenden dat ze gezag uitstraalden, maar dat hadden ze niet. Ze hadden macht. Mijn vader had ook macht. Daar had ik moeite mee.”

De ulo maakt Aad niet af. Zijn vader regelt werk in de tomatenkassen, waar hij jarenlang werkt. “Tienduizend vierkante meter tomaten. Zover je keek zag je alleen maar tomaten. Ik vond het heel saai.” De ommekeer komt via een student psychologie die tijdelijk in de kas werkt. Ze praten uren. Op een dag geeft die hem informatie over de politie. “Ik zei: ‘Dat kan ik niet’. Hij zei: ‘Dat kun je wél. Informeer maar’.”

Fotografie Jelly Mellema

Een witte damsteen naar Friesland

Niet veel later zit Aad op de politieschool in Apeldoorn. Daarna bepaalt het lot waar hij terechtkomt. Standplaatsen worden verdeeld met damstenen uit hoge hoeden. “Er zaten twee witte stenen voor Friesland in. Ik zei tegen mijn maatje: ‘Wij pakken die’. En ja hoor. Een witte damsteen heeft bepaald waar mijn leven verderging.”

Zijn eerste Friese standplaats wordt Makkum. Het uniform doet aanvankelijk iets met hem. “Ik voelde me echt wel een mannetje. Een stoere kerel. Dat is later gelukkig helemaal genivelleerd.” Al snel volgen dodelijke ongevallen, zelfdodingen, verdrinkingen en reanimaties. “Ik had een soort patent op dodelijke ongelukken. Collega’s zeiden soms: ‘Ik moet maar eens met jou mee, want ik heb nog nooit een dode gezien’.”

Politiewerk en gezin

In 1982 trouwt Aad met Marja Doosje. Het huwelijk eindigt in 1994, maar over haar spreekt hij niet graag als zijn ‘ex’; liever zegt hij ‘voormalige echtgenote’; de verstandhouding is goed. Samen krijgen ze twee zoons: Frank en Mats. Gezin en politiewerk lopen jarenlang naast elkaar, al komt het werk soms letterlijk mee naar huis.

De duistere kant van de mens

Na jaren op straat en bij de algemene recherche belandt Aad bij de zedenzaken. Daar verandert zijn blik op de mens ingrijpend. “Die hele duistere kant van mensen… Hoe bestaat het dat een vader zijn dochter of zoon misbruikt? Die vraag houdt mij nog steeds bezig. Ik zat tegenover mensen en dacht: ‘Wie ben ik in dit geheel? Wie zit er tegenover mij? Waarom doet iemand dit?’”

Aad ziet van dichtbij wat langdurig misbruik met mensen doet. Toch weigert hij cynisch te worden. “Er zijn zoveel goede mensen op de wereld. Dat heb ik altijd vast kunnen houden. Maar ik ben wel verbaasd geraakt over de mens. Seksueel misbruik loopt van de vuilnisman tot en met de psychiater. Het heeft niets met geloof of intelligentie te maken. Dat heeft mijn inzicht veranderd.”

Sommige zaken komen dichterbij dan andere. Aad herinnert zich een zaak waarin een moeder hem in paniek belde omdat haar kleine zoontje zoek was. Uiteindelijk bleek het jongetje bang in huis verstopt te zitten. Hij dacht door de paniekaanval van z’n moeder dat de misbruiker voor de deur stond. “Toen ik thuiskwam heb ik de halve nacht heen en weer gelopen tussen de kamer en de bedjes van mijn eigen kinderen. Toen werd het persoonlijk. Dan denk je ineens: ‘Dit had míjn kind kunnen zijn’.”

Fotografie Jelly Mellema

Waarheidsvinder met vragen

Die ervaringen brengen Aad Voshol bij een studie toegepaste psychologie. Vooral geheugen en trauma fascineren hem. “Wij zijn als rechercheurs waarheidsvinders. Maar wat is de waarheid? Mensen komen met hún waarheid. En het geheugen is een wonderlijk iets. Het vervormt, kleurt in, reconstrueert.” Door een burn-out rondt hij de studie niet af, maar het zoeken naar waarheid en het waarom stopt niet. “Ik weet het niet na een studie. Ik weet het niet en na 71 jaar heb ik nog altijd vragen.”

Negen jaar lang maakt Aad deel uit van het Friese Bedrijfsopvangteam. Dit team zoekt contact met collega’s die schokkende gebeurtenissen hebben meegemaakt en biedt hen een gesprek aan. Vanuit de gedachte dat laagdrempelige collegiale opvang helpend kan werken.

Na de Dakota-ramp van 1996 begeleidt hij samen met een collega KNRM’ers die met de slachtoffers zijn geconfronteerd. Daaruit groeit ook binnen de KNRM meer aandacht voor collegiale opvang.

‘Alles staat op zijn kop’

Dan volgt het scharnierpunt in zijn leven. Op 4 oktober 2008 overlijdt zijn zoon Frank, twintig jaar oud, aan hartfalen op het voetbalveld. Aad reanimeert zijn eigen zoon en moet toezien dat zijn jongen desondanks overlijdt. De politieman die beroepsmatig zo vaak met dood en verdriet te maken had, staat ineens midden in het verdriet als een vader.

“Dat is alles veranderend”, zegt Aad. “Alles staat op zijn kop. Ik ben milder geworden. Ik geniet meer van het leven. Het zit veel meer in de kleine dingen.” Werken lijkt aanvankelijk totaal onbelangrijk. “Ik dacht: ik ga nooit meer aan het werk, want het boeit me niet meer.” Binnen de politie ervaart hij veel steun. Een geestelijk verzorgster zegt: “We gaan jou niet ziekmelden. Jij bent in de rouw, je bent niet ziek. Je komt maar terug als je eraan toe bent.” Ook collega Wessel blijft langskomen. “Die is zó’n steun geweest. De eerste keer zei hij: ‘Ik kom weer als je er over een jaar nog niet bent. Een week later zat hij er alweer.”

Fotografie Jelly Mellema

’Omdat er liefde is, bestaat er geen voorbij’

Aad schrijft na Franks dood veel. Herinneringen, notities en gedichten. Muziek is een andere vaste waarde. Hij speelt al sinds zijn tienerjaren gitaar, kreeg jarenlang klassiek les. Aad componeert muziek rond het verlies van Frank. “Muziek is een heel groot onderdeel van mijn leven.”

Tijdens ons gesprek lees ik aan de wand een tekst die veel zegt: ‘Omdat er liefde is, bestaat er geen voorbij’. Aad: “We hebben het over zijn naam, dus hij leeft door. In de gedachte, waar dan ook.”

Opa Aad en nieuw leven

En er is Mats, zijn andere zoon. Mats Voshol studeerde slagwerk en jazz aan het conservatorium en is muzikant in de theaterwereld. Aad spreekt met zichtbaar plezier over hem en over zijn schoondochter Anna Raadsveld, die eveneens in het theater werkt. En dan is er hun zoontje, Aads kleinzoon, van drieënhalf, op wie hij één dag per week past.

Zodra het over zijn kleinzoon gaat, gebeurt er iets met opa Aad. Kleinzoon Toon komt binnen, vliegt opa in de armen en gaat dan in het hoekje van de bank zitten: ‘Opa, wat gaan we doen vandaag?’ Ze fietsen, doen boodschappen en luisteren muziek. “Laatst wilde hij geen kindermuziek meer. ‘Grote mensen-muziek’, zei hij. Ik zette iets op en toen zei hij: ‘Opa, dat is Vivaldi’.” Aad lacht. “Het is nieuw leven. Het is weer puur. Eerlijk lachen. Het brengt alleen maar vreugde.”

Bolsward als thuis

Fotografie Jelly Mellema

Bolsward is al decennialang zijn thuis. Sinds enkele jaren woont hij in een grachtenpand dat hij zelf verbouwde. Klussen, houtbewerken, schilderen, tuinieren, sporten en muziek vullen zijn dagen. “Ik kom uit het Wilde Westen, zeg ik wel eens. Als ik daar nu rijd, voel ik die drukte. Híér zijn de mensen, de sfeer, de betrokkenheid. Ik vind Bolsward echt een prachtig stadje.”

‘Een leven achter het uniform’

En dan is er het boek. Op de afdeling zedenzaken had Aad een vaste uitspraak: “Wat ik kan bedenken, gebeurt, en toch kan ik het niet allemaal bedenken.” Jarenlang dacht hij dat hij die ervaringen eigenlijk moest opschrijven. Dat deed hij uiteindelijk in ‘De wraak met de schoffel – Een leven achter het uniform’. Niet om zichzelf als held neer te zetten, maar om te laten zien wat er achter een uniform schuilgaat.

“Mensen denken soms dat politiemensen alleen maar bekeuringen uitdelen. Maar er zit iemand in dat uniform. Iemand die dingen ziet, meemaakt en mee naar huis neemt.”

Misschien is dát de kern van Aad Voshol. Niet alleen de oud-rechercheur, de schrijver, de vader of de opa. Maar de man die na alles wat hij heeft gezien en meegemaakt niet is opgehouden zich te verwonderen. Die zachter werd waar het leven harder toesloeg. Die bleef lezen, schrijven, muziek maken en vragen stellen.

En wanneer ik hem aan het einde van dit interview vraag of hij, na alles wat hij heeft gezien als politieman en meegemaakt als mens, nog steeds gelooft in het goede van de mens, hoeft Aad niet lang na te denken. “Ja,” zegt hij. “Gelukkig wel.”

Aad Voshol
Aad Voshol
Boek geschreven door Aad Voshol