Molenaars Marc Kramer en Arjan Reekers uit Woudsend: “Het is geen hobby, maar pure passie”
WOUDSEND - Binnen in stellingmolen De Jager in Woudsend, tussen het kraken van hout en het ritmische geluid van de zaag, voelen Marc Kramer (26) en Arjan Reekers (34) zich op hun plek. De hele week kijken de twee enthousiaste molenaars van de houtzaagmolen uit naar de zaterdag. Dan mogen ze weer. “Vrijdagmiddag begint het al”, zegt Arjan Reekers. “Dan kijk je naar de weersvoorspelling en hoop je op wind.” Marc Kramer lacht: “En hoe slechter het weer, hoe beter. Als het hard waait en de regen tegen de ramen klettert, dan is het hier echt op zijn mooist.” Reekers: “Dan merk je pas echt waar zo’n molen voor bedoeld is. Dat is geen romantiek, dat is gewoon pure techniek en kracht van de natuur.”

De liefde voor de molen begon voor Marc Kramer met een toevallige keuze. “Ik moest voor de middelbare school een maatschappelijke stage doen en kwam hier terecht”, vertelt hij. “Ik had ook iets heel anders kunnen kiezen, maar dit pakte me meteen.” Wat begon als een verplicht onderdeel van school, groeide uit tot een blijvende passie. “Ik dacht al snel: dit is iets wat bij me past.” Op zijn zestiende begon hij aan de opleiding tot molenaar. “Die duurt ongeveer anderhalf jaar en is vooral praktijkgericht. Je leert omgaan met de molen, maar ook over het weer, houtsoorten en verschillende molentypen.” Voor Arjan Reekers ligt het begin nog verder terug. “Ik kwam hier al toen ik een jaar of vier was”, zegt hij. “Volgens mijn vader zijn we hier één keer geweest en daarna wilde ik elke zaterdag terug.” Als kind liep hij al rond tussen de molenaars. “Eerst gewoon kijken, later kleine dingen doen. En zo groei je erin.” Ook hij volgde uiteindelijk de opleiding tot molenaar. “Je moet het vak echt leren. Niet alleen hoe je de molen bedient, maar ook hoe je het verhaal van de molen vertelt.”
Doordeweeks leiden de twee een totaal ander leven. Kramer werkt als technisch tekenaar. “Ik zit vijf dagen op kantoor”, zegt hij. “Dat is ook techniek, maar heel anders.” Reekers is beleidsadviseur openbare ruimte bij de gemeente Súdwest-Fryslân. “Dat is vooral vergaderen en achter de computer zitten.” Juist daarom is de molen zo’n belangrijk tegenwicht. De afwisseling is voor beiden essentieel. Kramer: “Hier ben je fysiek bezig, je bent buiten, je ruikt het hout; dat maakt het zo mooi. Ik moet er niet aan denken om een dag extra op kantoor te zitten. Het is geen hobby meer, het is echt een passie. Je bent er continu mee bezig, ook als je hier niet bent.”
Het behoud van een ambacht en een stuk geschiedenis
Stellingmolen De Jager is geen museum, maar een werkende houtzaagmolen. Boomstammen worden nog altijd via het water aangevoerd, zoals dat eeuwen geleden ook gebeurde. “Ze komen per vrachtwagen naar de loswal en gaan dan het water in”, legt Reekers uit. “Met de boot halen we ze hierheen.” Het is een proces dat veel mensen niet kennen. “Dat maakt het juist zo leuk om te laten zien”, vindt Kramer. Eenmaal bij de molen begint het echte werk. “Alles draait op windkracht: het zagen, het hijsen, alles.” Bezoekers kijken vaak vol verwondering toe, maar voor de molenaars is het de praktijk. Reekers: “We proberen de molen te gebruiken waarvoor hij gebouwd is, dus echt hout zagen.” Het weer speelt daarin een hoofdrol. “Zonder wind gebeurt er niks. Maar als het goed waait, dan komt alles samen. Dan hoor je het hout, voel je de molen bewegen en weet je: dit klopt.”
Hier ben je fysiek bezig, je bent buiten, je ruikt het hout; dat maakt het zo mooi.
Voor Marc Kramer en Arjan Reekers draait het uiteindelijk om meer dan alleen het werk. Het is ook het behoud van een ambacht en een stuk geschiedenis, meent Arjan Reekers. Tegelijk kijken ze ook naar de toekomst. Reekers: “Deze molen staat hier al meer dan 300 jaar. Dat wij daar nog mee mogen werken, dat is bijzonder.” De twee molenaars zien het als hun taak om die kennis door te geven. Kramer: “We leiden mensen rond, vertellen verhalen en hopen dat anderen ook enthousiast worden.” “We willen misschien vaker open, bijvoorbeeld ook op vrijdagmiddag”, zegt Reekers. “Maar daar heb je wel mensen voor nodig.”
De zaterdag blijft in ieder geval heilig. “Dat is ónze dag”, besluit Marc Kramer. Arjan Reekers glimlacht: “Of het nou prachtig weer is of de regen tegen de ramen slaat, wíj staan hier. En eigenlijk hopen we stiekem altijd op dat laatste.”
Houtzaagmolen De Jager
Woudsend stond bekend om zijn vele scheepswerven. Houtzaagmolen De Jager is gebouwd in 1719. Door de bloeiende economie is er later nóg een houtzaagmolen in Woudsend gebouwd: De Hoop. Deze is rond 1915 weer afgebroken. De Jager heeft tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw op professionele basis gewerkt. Daarna is de molen even in verval geraakt, totdat stichting Zon en Vrijheid de molen kocht en restaureerde in 1975. Vanaf dat moment wordt de molen draaiende gehouden door vrijwillige molenaars. De Jager is een van de drie nog werkende houtzaagmolens in Friesland. De andere twee zijn de De Rat in IJlst en De Zwaluw in Birdaard. Houtzaagmolen De Jager in Woudsend is alle zaterdagen van 9.00 tot 17.00 uur te bezoeken.
Dit artikel is een bijdrage van Ondernemen met Impact.
Tekst en foto’s Richard de Jonge
![]()










