Algemeen

Face to Face met Rob van der Meer uit Workum: “Tegenwoordig denk ik veel na over de duurzaamheid in onze samenleving”

Door: Anna Boersma

Rob van der Meer {78) woont al twaalf jaar samen met zijn vrouw Lies in Workum. Daarvóór woonden ze in de Randstad. Rob gaat elke ochtend om zeven uur zwemmen in de Diepe Dolte, het kanaal dwars door de stad. Het huis van Rob en Lies staat aan het kanaal; vanuit zijn huis loopt hij naar de zwemtrap die aan de rand van zijn steiger hangt en trotseert hij het koude water. Na het zwemmen, nu in de winter drie slagen heen en dan weer drie slagen terug, loopt hij nog eens zeven à acht kilometer hard. Een indrukwekkende toewijding aan zowel zijn lichamelijk als geestelijk welzijn. Dit alles om fit en gezond ouder te worden. “Al moet ik wel regelmatig wat aan mijn eksterogen doen”, lacht hij.” Die gaan er niet van weg.” 

Rob vd Meer
Rob vd Meer Fotografie Jelly Mellema

Rob van der Meer is tevreden in Friesland. “Er is hier nog tijd voor elkaar, voor een praatje met elkaar maken, elkaar groeten. Dat vind ik erg fijn”, zegt hij vanaf zijn heerlijk zonnig plekje in de serre in hun huis.

Delfts Blauw

Rob groeide op in Delft. “Ik was meestal de kleinste van de klas, maar ook de snelste met hardlopen“, zegt hij lachend. “Ik wist toen al dat ik ingenieur wou worden. Dan kon je later dingen maken en in een bedrijf gaan werken.” En inderdaad: zo gedacht, zo gedaan. Rob ging aan de TU Delft, de technische universiteit, scheikunde studeren. De ouders van Rob stonden achter zijn keuze, maar het was ook duur om te gaan studeren. Robs moeder ging daarom werken op de fabriek waar Delfts Blauw werd gemaakt. “Bij De Porceleyne Fles”, vertelt hij en hij loopt naar de kast en pakt daar een Delfts Blauw kannetje vanaf en laat zien dat het een kannetje is van een A-kwaliteit. “Dat er een streepje door het merkje heen zit is bijna niet te zien, maar het betekent dat er toch een klein foutje in zit wat wij misschien niet kunnen zien, maar door dat kleine foutje is het voorwerp niet door de keuring gekomen.”

Op dit moment zijn het drie rugslagen heen en weer drie schoolslagen terug, maar als het weer wat beter wordt zwem ik langer

Technische Universiteit

Door de ondersteuning van zijn vader, die zelf metaalkundige is, en zijn ook werkende moeder studeert Rob af en vervult daarna zijn militaire diensttijd. Na een paar jaar les te hebben gegeven aan een havo/vwo in verband met een tekort aan industriële banen gaat hij terug naar de TU Delft. Rob: “Daar werkte ik aan de zuivering van afvalwater van suikerfabrieken. Later ging ik me steeds meer richten op innovatie en was ik coördinator van een programma voor biotechnologie van het ministerie van Economische Zaken.” Dat programma leidde tot grote belangrijke ontwikkelingen in de zorg, geneeskunde, betere medicijnen en verbeterde producten in de land- en tuinbouw. Ook aan het ontstaan van jonge bedrijven in binnen- en buitenland. Tot aan zijn pensioen heeft hij met veel plezier nog een aantal jaren lesgegeven in natuurkunde op een havo/vwo-school in Katwijk.

Zwemmen en hardlopen

En nu is hij met pensioen en woont met zijn vrouw Lies in het Friese Workum, waar hij zwemt en hardloopt. “Dit alles om mijn ouder wordende lijf in een goede conditie te houden”, zegt hij. “Tegenwoordig heb ik vrijwel geen last meer van spierpijn of gewrichtspijnen en blijf ik goed op gewicht.” Samen met zijn vrouw doet hij in de serre gymnastische oefeningen. “Onze buurvrouw vertelde al dat ze soms vier benen in de lucht ziet en daarna zwaaiende armen.” Over het zwemmen vertelt hij: “Op dit moment zijn het drie rugslagen heen en weer drie schoolslagen terug, maar als het weer wat beter wordt zwem ik langer. Eerst met je rug erin, dan voelt het wat minder koud aan. En als je teruggaat, dan komt het koudste, namelijk met je hoofd in het water. Maar elke ochtend valt dat weer vreselijk mee. Je denkt, o jee nu komt het, maar je gezicht is gewend aan wisseling van temperatuur dus na die drie slagen sta ik vol energie weer op de kant.” Na het zwemmen, overigens zonder surfpak, gaat hij nog eens hardlopen.

Filosoferen over duurzaamheid

Rob liep in het begin hard en was dan vooral bezig met het hardlopen op zich: met de tijd, hoe snel het ging, hoeveel kilometer hij al had gelopen. Toen besloot hij zijn horloge met de informatie af te doen en gewoon alleen maar te gaan hardlopen. Zijn hoofd was niet meer bezig met allerlei dingen en er kwam ruimte om te ‘filosoferen’, zoals hij het zelf noemt. “Tegenwoordig denk ik veel na over de duurzaamheid in onze samenleving.” Eerder had hij met vijf oude vrienden en collega’s een tweetal essays geschreven over de verduurzaming van de landbouw en deze gepresenteerd aan een landbouworganisatie en aan de regering. Het zou worden doorgestuurd en worden meegenomen in de discussies. “We wachten het af”, zegt Rob. ”Het kan nog jaren duren voordat er wat mee gedaan wordt.” Nu, onder het hardlopen, denkt hij weer veel na over zaken die verbeterd kunnen worden. “Ja, het zou fijn zijn als ons nageslacht en de mensen die hier over honderd jaar wonen ook nog een goed en gezond leven kunnen hebben.” Dit houdt hem erg bezig en hij heeft over een duurzame samenleving in een leefbare wereld ook een heldere visie hoe het zou moeten zijn. “Het is fijn om met mensen hierover te brainstormen.” Hij kijkt serieus voor zich uit. “Nu je ouder wordt en niet meer in het werkproces zit, zijn er toch steeds minder mensen waar je dit mee doet”, zegt hij dan.

‘Experimenteren’ met de jeugd

Op de vraag of hij wel eens commentaar van mensen krijgt tijdens het zwemmen of hardlopen, zegt Rob volmondig: “Nee. Ik krijg alleen maar positieve reacties.” Daar heeft het wonen in Friesland ook mee te maken, volgens hem. “De mensen zijn hier totaal anders dan in het Westen. Hier is nog tijd voor elkaar en mensen staan nog open voor andere mensen. Mensen nemen de tijd nog om een praatje met je te maken.” Hij knikt nog eens een paar keer ter bevestiging en zegt dan: “Ik zal je wat leuks vertellen over deze afgelopen maanden.” Hij vertelt dat hij ‘s ochtends vroeg ook langs het station rent en dat daar dan kinderen fietsen die naar de trein gaan. “Ik dacht, ik begin ‘hoi’ te roepen naar de kinderen. Eerst was het één van de tien, die ‘hoi’ terug riep. Na een tijdje werden het er steeds meer en nu zijn het al negen van de tien kinderen die iets terug roept.” Speciaal voor dit interview heeft hij ze geteld vanmorgen.

 “Het zou fijn zijn als de mensen die hier over honderd jaar wonen ook nog een goed en gezond leven kunnen hebben”

Bij een ander ‘experiment’ met de jeugd ging Rob de kinderen zonder licht op de fiets erop wijzen, dat het fietsen zonder licht gevaarlijk was. Hij riep dit dan naar de kinderen onder het hardlopen kreten toe, zoals: “Pas op, hoor! Zonder licht is het gevaarlijk!” Of: “Hee, je hebt geen licht, ik zie je bijna niet.” Lachend vertelt hij dat er vorige week iemand naar hem riep: : Kijk eens, ik heb nu licht, hoor!” Rob glundert als hij me meedeelt dat het toch echt wel helpt als je mensen aanspreekt. “Dat zou ook normaal moeten zijn: elkaar aanspreken op gedrag wat minder wenselijk of gevaarlijk is.”

Face to Face
Rob van der Meer