Face to Face met Jaap Hoeksema: “Hoe gaaf: een trui waarmee je de identiteit van je dorp uitdraagt”
Jaap Hoeksema uit Makkum is 24 jaar. Zijn leven lang woont hij al in hetzelfde huis in de Kerkstraat. Jaap is modeontwerper, schilder, autodidact. Met een onstuitbare drang om dingen te creëren. Eigenwijs. Een Friese kop. We ontmoeten hem in de bovenkamer van de pastorie van de doopsgezinde kerk in Makkum.

Daar is zijn atelier. Hij is er elke dag. Tegen de wanden staan houten meubelpanelen die allemaal beschilderd zijn. Jaap Hoeksema vertelt: “Die panelen zijn voor het project ‘De Kast’. Ze komen van een oude secretaire kast die ik minutieus uit elkaar gehaald heb. De bedoeling is om alle 122 onderdelen apart te beschilderen en er later een expositie mee te maken. Ik ben nu een paar jaar bezig en heb er inmiddels veertig beschilderd. Als je die naast elkaar zet zie je de ontwikkeling die ik als kunstenaar doorgemaakt heb. Ik hou van vloeiende lijnen en harde kleurcontrasten.”
Auto’s en haute couture
“Ik heb altijd al de drive gehad om nieuwe dingen te maken”, vertelt Jaap Hoeksema. “Op mijn twaalfde ging ik mijn eigen auto’s ontwerpen. Ik was gek op auto’s. Herkende ze aan het geluid. Van verre kon ik horen wat voor auto er aan kwam rijden. De details van auto’s uit de zestiger jaren bracht ik terug in de auto’s van nu. Vooral die ronde vormen. Dat zijn vormen die ik vandaag de dag nog steeds gebruik in mijn werk.
Ik had ook een passie voor kleding. Met name voor de haute couture voor mannen. Op YouTube bekeek ik alle grote shows: Christian Dior, Yves Saint Laurent, Jean Paul Gaultier, Maison Margiela, noem maar op. Het meeste vond ik maar matig. Sober, op het saaie af. Ik ging kijken wat ik zelf kon creëren.”
Op mijn twaalfde ging ik mijn eigen auto’s ontwerpen. Ik was gek op auto’s. Herkende ze aan het geluid.
Eigenzinnig
“Na het Marne in Bolsward ben ik fashion design gaan studeren. Van die opleiding heb ik niet zoveel opgestoken; nou ja, ik heb geleerd wat stof is en hoe je met een naaimachine om moet gaan. De rest heb ik mezelf aangeleerd. Ik leerde buiten school meer dan op school. Ik had mijn eigen methode en dat was en andere methode dan de school volgde. Maar dat was voor mij niets nieuws. Van jongs af aan ben ik al autodidact. Vroeger op de lagere school had ik mezelf veel aangeleerd over dieren en historische dingen. Ik wilde alles anders doen dan anderen. Was eigenzinnig.”
Maatpakken en galajurken
“Aan het eind van mijn studie moest ik een half jaar stagelopen. Dat heb ik gedaan in Enschede. Bij Bas van Loo, een van de beste coupeurs van ons land. Het was een moeilijk wereldje. Ik moest maatpakken en galajurken maken. Liep op mijn tenen. Moest concurreren met vrouwen die al dertig jaar in het vak zaten. Dat is me niet in de koude kleren gaan zitten. Maar goed, het is wel de enige tijd in mijn vakopleiding dat ik iets geleerd heb. Het was in de coronatijd; ik zat in een studentenhuis met heel veel mensen om me heen, maar tegelijkertijd voelde ik me alleen. Al die mensen waren alleen maar gefocust op hun studie. Ik kon niet zo goed met hen praten. Was blij toen het erop zat en ik klaar was met school.”
“Daarna heb ik gesolliciteerd bij allerlei ateliers en modehuizen in binnen- en buitenland. Maar ik kreeg steeds te horen: ‘geen werkervaring’. Dus dat schoot niet op. Na vier maanden was ik er helemaal klaar mee. Het is frustrerend als je nergens aangenomen wordt. Je hebt het gevoel dat je stilstaat. Toen ben ik gaan schilderen. Veel van mijn werk heeft een beetje een kijkdoosachtig perspectief. Abstract, met een surrealistische inslag. Ik verkoop het via via en via mijn website jaaphoeksema.nl.”
![]()
Jaap Hoeksema - Fotografie Jelly Mellema
Op zoek naar de Makkumer visserstrui
“Ik werk drie dagen per week bij modewinkel Sipke in Sneek, maar ondertussen ontwerp ik nog steeds kleding. Kleinschalig. Het voordeel van werken bij Sipke is dat ik veel bezig ben met hedendaagse mannenkleding. Praktisch gericht. Gemaakt om veel te gebruiken. Zo ben ik ook op de Makkumer visserstrui gekomen. Dat was afgelopen oktober. Ik kende het fenomeen visserstrui en was benieuwd of Makkum ook ooit zo’n trui had. Een paar jaar geleden heeft Stella Ruhe een boek over visserstruien uitgebracht. Daarin staat Makkum niet genoemd. Ook Otto Gielstra, de wandelende encyclopedie van historisch Makkum, meende dat Makkum nooit een eigen trui heeft gehad.
Makkum had vroeger niet veel vissers, die voor de kust van Makkum visten. Daar lag een grote zandplaat, waar nu een kanaal doorheen gegraven is. Maar er waren in die tijd wel veel Makkumers actief in de loggervaart. Zo’n tachtig man visten begin twintigste eeuw op haring in de Noordzee. Ik ben toen op zoek gegaan naar foto’s uit die loggertijd. Met wat ik gevonden heb ben ik naar Otto Gielstra gegaan. Die herkende een van de mannen op een foto uit 1905 in de Vlaardingse haven. Het was onmiskenbaar Ynze Blom, een geboren en getogen Makkummer. Hij had een visserstrui aan. Diezelfde Ynze Blom bleek ook voor te komen op een andere foto uit 1910. Gemaakt in de haven van Hindeloopen. Ander jaar, andere locatie, maar exact dezelfde trui. Dat móést dan wel de Makkumer visserstrui zijn.”
Ribbelstrepen
“Hoe die trui eruitziet? Het is er een met ribbels. Twee ribbelstrepen onder elkaar, dan een stukje vlak, dan weer twee ribbels. Dat motief herhaalt zich. Het is niet een heel ingewikkeld patroon. Zeker als je het vergelijkt met dat van Hindeloopen. Dat heeft wel 2300 kabeldraaiingen. Je moet van goeden huize komen om dat te kunnen breien. Nu we de Makkumer trui herontdekt hadden leek het me prachtig om hem nieuw leven in te blazen. Ook vanuit het dorp was er veel belangstelling. Hoe gaaf ook: een trui waarmee je de identiteit van je dorp uitdraagt!”
Nu we de Makkumer trui herontdekt hadden leek het me prachtig om hem nieuw leven in te blazen.
Draagcomfort
“Ik heb het patroon uitgetekend en het iets aangepast aan het draagcomfort van deze tijd. Ik heb er een dubbel omgeslagen halsboord aan toegevoegd en de mouwen afgesloten met een dubbel manchet. De armgaten heb ik iets hoger ingezet zodat-ie veel mooier zit.
Met dat patroon ben ik naar verschillende fabrieken gegaan. In Nederland stelden ze voor om de trui met acryl te maken. Dat wilde ik niet, ik wilde honderd procent merinowol. Dat is warm, dat ademt, dat is puur natuur. Super comfortabel. Uiteindelijk kwam ik terecht bij Heinsberg, een fabriek in Duitsland, net over de grens bij Roermond. Zij konden ‘m verfijnd breien met dikker wolgaren. Precies wat ik wilde. Het proefmodel dat ze maakten was zó goed gelukt dat het ook de uiteindelijke trui is geworden.”
Eigen merk
“Volgens mij is het de eerste visserstrui die opnieuw wordt uitgebracht. Inmiddels heb ik de eerste batch binnen. Honderd stuks. Van S tot XXXL. Het is absolute topkwaliteit. Je moet ‘m zo min mogelijk wassen. Alleen in de zomer wat laten uitwaaien. Dan gaat-ie heel lang mee. Ik breng hem op de markt onder de naam Ynze. Als ode aan de visser van weleer. We hebben trouwens een kleinzoon van Ynze Blom gevonden. Die is inmiddels 82. Hij woont in Sneek. Aan hem gaan we officieel een exemplaar overhandigen. Voor alle anderen is de trui te koop in Makkumer winkels.
Voor mij is de trui een startsein. Het is de bedoeling om onder de merknaam Ynze een eigen modelijn te ontwikkelen van authentieke werkkleding. De ontwerpen liggen al klaar. Wat je daarvan mag verwachten? Ambachtelijke kleding met een eigen verhaal. In Europa gefabriceerd en met een snufje haute couture. Een beetje eigenzinnig. Wat had je anders verwacht?”
De functie van visserstruien
Visserstruien zijn traditionele, dichtgebreide wollen truien die tussen ongeveer 1860 en 1930 door Nederlandse vissers werden gedragen als bescherming tegen weer en wind. Rondgebreid zonder naden, vaak in een T-model zodat ze gemakkelijk te drogen waren op een stok. Waterafstotend en warmte-isolerend. Donkerblauw van kleur. Elke vissersplaats had vaak zijn eigen specifieke patronen. Dit diende niet alleen voor de herkenbaarheid van de gemeenschap, maar had ook een praktische reden: mocht een visser verdrinken en aanspoelen, dan kon aan de hand van het motief op zijn trui worden bepaald waar hij vandaan kwam en geïdentificeerd worden.
Beeld: Jelly Mellema
Tekst: Piebe Piebenga














