Algemeen

Face to Face met Caroline Vas Nunes: ‘Carolines reis’

Door: Anna Boersma

WORKUM - Caroline Maria Verschure-Vas Nunes, zoals ze voluit heet, werd op 20 juli 1953 geboren in Den Haag. Ze bracht haar jeugd door in een internationaal huishouden, aangezien haar familie werkzaam was in de diplomatieke dienst en overal ter wereld woonde. Caroline Vas Nunes geniet inmiddels van haar pensioen en woont met haar man Tom Verschure – en hun twee honden – in het waterrijke Workum. Hoe iemand die overal ter wereld heeft gewoond in Friesland terecht komt? Dit is het verhaal van Carolines reis. 

Caroline vas Nunes
Caroline vas Nunes Foto: Fotografie Jelly Mellema

Verpleegster ingehuurd

Volgens haar eigen zeggen groeide Caroline op in een “best wel apart gezin.” Haar ouders hadden elkaar leren kennen in Amerika. Haar vader was Engelandvaarder ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en kreeg in Canada een opleiding bij R.A.F, de Royal Air Force. Op verlof in Washington ontmoette een meisje en de vonk sloeg over. Na de oorlog trouwden ze en haar vader ging werken in diplomatieke dienst. Het jonge paar vertrok naar Joegoslavië, woonde een tijdje in Belgrado en terug in Nederland werd de oudste zoon geboren. Maar de jongen had een niet-werkend maagportier, waardoor hij de borstvoeding niet binnen kon houden. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis. Omdat hij nogal wat zorg nodig had, werd in Eindhoven, waar ze toen woonden, een verpleegster uit dat ziekenhuis ingehuurd om de kleine jongen thuis te verplegen. Die verpleegster heette Joukje van der Werff en was van oorsprong een Friezin.

“Kinderkoeien”

Joukje werd heel belangrijk voor het gezin Vas Nunes. Toen het gezin vertrok naar Ottawa in Canada voor de volgende post van vader, werd Joukje gevraagd om na de geboorte van de tweede zoon óók naar Canada te komen. Die had daar wel oren naar en vond het een avontuur. Na enkele jaren in Canada keerde het gezin terug naar Nederland, ditmaal Den Haag. Hier werd Caroline geboren. Caroline was nog geen half jaar of het gezin vertrok alweer, nu naar Japan. En jawel, Joukje ging mee naar Japan. Joukje was voor de kinderen een tweede moeder. Met veel liefde en warmte omringde ze de kinderen. Caroline: “Had je oorpijn, of andere pijntjes, dan kroop je bij Joukje in bed en dan kwam het allemaal weer goed.” Met een glimlach op haar gezicht vertelt Caroline over haar ‘tweede moeder’. “We gingen ook bij de moeder van Joukje, die wij ‘beppe’ noemden, logeren. Prachtige herinneringen. Ze woonde op de Warme hoek in Gorredijk. Naast haar huis was een boerderij. Ik weet nog dat we kalfjes gingen kijken. We zagen toen de al wat oudere kalfjes. Ik zei: ‘Dat zijn kinderkoeien; ik wil graag kleine kalfjes zien die pas geboren zijn.’ Die kregen we dan ook te zien. Ik kan nóg de tuinbonen met spekjes ruiken die we bij haar kregen . Heerlijk!”

Traumatische ervaring

Vijftien jaar lang is Joukje bij het gezin gebleven. Ook toen er in Japan nog een zusje bij kwam was het haar niet te veel. “Als er cocktailparty’s of diners waren, stonden we met Joukje naar de gasten te kijken die binnen kwamen in de prachtigste avondjurken. Ook mijn moeder zag er altijd schitterend uit. Prachtige lange jurken droeg ze. Het was een heerlijke tijd. Het leek soms wel iets uit een sprookje.”

Had je oorpijn, of andere pijntjes, dan kroop je bij Joukje in bed en dan kwam het allemaal weer goed.

Na Japan kwam er weer een tussenstop in Nederland. Daar verliet vader Vas Nunes de diplomatieke dienst om voor Shell te gaan werken. Er kwam in Tokio een post vrij en het gezin moest wéér naar Japan. De twee oudste broers gingen naar kostschool in Engeland, het jongere zusje en Caroline gingen mee naar Japan. Een opgesplitst gezin. Maar Joukje van der Werff ging dít keer niet meer mee. “Na vijftien jaar koos Joukje ervoor om in Nederland te blijven om voor haar moeder te zorgen”, zegt Caroline, en dat was een enorme traumatische ervaring voor de twee meisjes. De tranen schieten haar nu nog in de ogen. Ze vond het verschrikkelijk om zonder Joukje te moeten. “Die tweede moeder waar je al je pijntjes en verdrietjes, je leuke dingen, je onzekerheden mee deelde. De vrouw waar je met heel je hart van hield. Je Friese moeder.” Caroline schreef er een tijdje terug ook een ontroerend gedicht over. Een Fries gedicht over twee moeders: ‘Bjusterbaarlike Earrebarre’.

Oproep-stewardess

In plaats van Joukje ging er een Franse gouvernante mee naar Japan. Handig om Frans te leren. Er was geen klik met deze vrouw en ze bleef ook niet lang. In Japan zat Caroline op school bij Franse nonnen. Vier jaar verbleven ze in Japan voor ze naar Londen vertrokken en daar ging ze naar de internationale Franse school. “Ik vond het heerlijk om te gaan studeren.” Gymnasium B heeft ze gedaan en biologie gestudeerd. “Ik had wel scheikunde willen studeren, maar het werd biologie waar ook veel scheikunde aan te pas kwam. In die tijd, als student, had ik een bijbaantje als oproep-stewardess. In weekenden en op speciale dagen wanneer er invalkrachten nodig waren, vloog ik voor KLM. Ik heb dat er altijd bij gedaan. Naast mijn studie, maar later ook toen ik werkte voor een groot Amerikaans bedrijf wat radioactieve gemerkte verbindingen verkocht aan onderzoekend Nederland. Je wist het toen niet, maar je stond aan de wieg van het ontrafelen van DNA. Het was een heftig bedrijf om voor te werken. Je moest je targets halen en eigenlijk werd het altijd moeten presteren, het méér, méér en nóg meer, me teveel. Mijn eerste huwelijk liep ook stuk en ik vroeg me af: ‘Wat moet ik nu gaan doen?’

 Ik had nooit gedacht dat ik ooit nog zou skiën, maar toch doe ik dat weer.

Via via kwam ik in aanraking met de winkelketen Bennetton. Ik was daar directie-assistent totdat het bedrijf failliet ging. De inkoop, de collectie, de hoeveelheid die ik moest bestellen, ook het financiële stuk, kortom een gehele nieuwe ervaring die twee jaar duurde.” Na die twee jaar heeft Caroline bij TNO meegewerkt aan een promotieonderzoek van een arts, weer totaal wat anders. Toen ze voor uitzendorganisatie Tempo Team een afdeling moest opzetten voor hoger academisch personeel was dat ook niet een probleem. Voor Randstad een filiaal in Parijs opzetten deed ze ook. Binnen negen maanden had ze de boel op de rit. Tussendoor bleef ze vliegen als oproep-stewardess Uiteindelijk koos ze voor een vast contract bij de KLM.

Een ‘fantastisch’ rommeltje 

Tom Verschure leerde ze in die tijd ook kennen. Tom had een technisch handelskantoor en hij vroeg Caroline om de boekhouding te gaan doen. Ze haalde haar praktijkdiploma boekhouden en nam die taak op zich. “In die tijd heb ik weleens naar mijn cv gekeken en gedacht: ‘Wat heb ik nu allemaal gedaan?’ Het is een rommeltje en eigenlijk is het nog niets. Wat moet ik nu. Ik schaam me ook wel dat ik weinig met mijn studie biologie heb gedaan. Het is best een dure investering. Ja, ik betreur dat wel. Om dit nu weer op te pakken is ook niet meer aan de orde. Ik heb er geen zin meer in. Ik ben er nu ook te oud voor.” Caroline kijkt bedachtzaam voor zich uit. Dan lacht ze en zegt: ”Ik heb een fantastisch leven gehad, hoor. Ik ben een gelukkig mens. Een paar jaar terug brak ik mijn rug en godzijdank is alles goed afgelopen. Ik had nooit gedacht dat ik ooit nog zou skiën, maar toch doe ik dat weer. Ook het leven als stewardess is gewoonweg geweldig geweest. De eerste 17 jaar als stand-by stewardess; daarna deeltijd-stewardess in alle functies. Een carrière van 42 jaar bij de KLM.”

Twee moeders

Caroline heeft met haar échte moeder, die later weer in Eindhoven woonde tot het einde toe een goede band gehad. Ze heeft haar op een heel ander niveau leren waarderen. Maar door de liefde voor haar ‘tweede moeder’ woont ze nu met haar man in Friesland, in Workum, in een prachtig huis aan het water. Met twee honden om haar heen, en de boot voor de deur. “Wat wil een mens nog meer?” Haar Friese moeder Joukje zit nog altijd in haar hart. “Vandaar dat ik ook op Friese les zit. Zo blijft ze toch verweven in mijn bestaan.”

Bjusterbaarlike Earrebarre

Wis, twa memmen hie ik sels.
By ien siet ik smûk yn’t liif,
by de oare gleon yn ’t hert.
Búksprekken wie Nederlânsk,
ferskes yn it Frysk fansels.

Doe binne wy ferhuze
nei it fiere bûtenlân.
De skoalle dêr joech ferbaal
les yn’t Ingelsk of yn’t Frânsk.
Wat is no myn memmetaal?

Yn alle talen ha’k dreamd,
wurden binne fersliten
ynbêde yn myn ûnthâld.
Se slomje hast ûnbeneamd
ûnbewust yn myn ferstân.

In soad haw ik fergetten.
Wurden dy’t samar kwine,
ûngemurken ferdwine.
Ynvasive eksoaten
fermoardzje sêft myn sprake.

Ik hearde hja wer dûnsjen
-jeugdoantinkens- springlibben
op muzyk fan ‘e leafde.
Safolle yn myn holle
en allegearre sibben.

Beeld: Jelly Mellema Fotografie
Tekst: Anna Boersma