Face to Face met Melanie Zwerver uit Koudum: “Mijn doel en droom najagen is wat ik wil”
KOUDUM - Melanie Demi Zwerver (19) is een ambitieuze en gedreven jonge vrouw die zich honderd procent inzet voor haar doelen. Als een van een tweeling blinkt ze uit in sport, is ze sociaal en houdt ze van mensen. Naast haar passie voor volleybal heeft ze net de opleiding onderwijsassistent afgerond en gaat ze nu de pabo doen, de opleiding tot onderwijzer.

Melanie Zwerver groeide samen met haar tweelingzusje op in Koudum. “We zijn totaal verschillend,” zegt ze, “niet alleen qua uiterlijk en dat is alleen maar leuk. Ik blink uit in sport, ben sociaal hou van mensen en mijn zusje kon bijvoorbeeld veel beter leren dan mij.”
Altijd iets om te verbeteren
Melanie: “We kregen niet een hele strenge opvoeding, maar we werden ook niet helemaal losgelaten. Dat vind ik soms wel lastig. Ik wil graag mijn eigen fouten maken. Laat me zélf maar gaan, een stukje risico nemen. Ik ben ambitieus en heb doorzettingsvermogen. Ik zeg altijd: alles is een kans en ontwikkel jezelf zo goed mogelijk en zet een doel. Ik werk met doelen en ik denk dat je dat moet doen, want zonder doelen zou ik niet kunnen leven, anders wordt het een beetje saai. Je moet ernaar uitkijken om je doel te halen. Het kan soms iets positiefs zijn en soms iets minder positief, maar ik vind het heel leuk om hierover met mensen in gesprek te gaan. Hoe los je het op? Wat wil je zelf verbeteren? Reflecteren op jezelf. Zo sta ik in het leven. Waar kan ik me in verbeteren? Hoe doe ik het? Het is bij mij meestal een 9 en nooit een 10. Ik vind altijd nog wel iets om te verbeteren. De lat ligt soms te hoog en daar loop ik ook tegenaan.”
Zeven dagen in de week bezig met volleybal
In Koudum bij Oeverzaluwen begon haar volleybalcarrière. Daar viel haar talent op. Ze werd geselecteerd voor het regionale talententeam. Eén keer per week twee uren trainen bij het RTC, het regionale talentencentrum in Sneek. Vader of moeder reed elke week met haar daarnaartoe. Het tweede jaar nam de intensiteit van de trainingen toe. Twee keer in de week naar Groningen om daar drie uur te trainen en vier keer in de week naar Sneek en nog een wedstrijd spelen. Zeven dagen in de week bezig zijn met volleybal. Melanie noemt een “zeer leerzame tijd.”
Ik zeg altijd: alles is een kans en ontwikkel jezelf zo goed mogelijk en zet een doel
“Ik zorgde wel goed voor mezelf. Ik at goed, ik sliep goed, ging weinig uit, enzovoort. Soms voelde ik me eenzaam. Dacht ik: ‘Waar doe ik het voor?’ Vrienden gingen me niet meer uitnodigen voor een feestje. ‘Nee, want Melanie moet toch volleyballen, die komt toch niet’, dachten ze. Dat vond ik wel jammer, want je kunt het altijd vragen. Nu was het net of bestond ik niet. Met name mijn vader stimuleerde me dan om door te gaan. ‘Je bent nu al zo ver, en je hebt er al zoveel voor gelaten, kom op. De kop ervoor’, zei hij dan. Dan dacht ik later wel: ‘Hij heeft gelijk’. Mijn doel en droom najagen is wat ik wil.”
De jaren op Papendal
Papendal in Arhhem was de volgende stap die kwam. Melanie had daar drie keer getraind en ze hoorde verder niets meer. “Op een dag kreeg ik een e-mailtje dat ik uitgenodigd werd om mee te trainen bij Oranje. Ik geloofde het niet en belde er vervolgens naartoe om te vragen of het e-mailtje wel naar de juiste persoon was gestuurd. ‘Ja,’ zeiden ze, ‘je bent geselecteerd om mee te trainen bij Oranje.’ Nou, ik sprong een gat in de lucht.”
![]()
Melanie glundert nog bij de gedachte. “Dat is toch een hele eer?” En zo ging Melanie er vol voor. Ze gaf alles wat ze had. Haar vader en moeder stimuleerden haar en om de beurt brachten ze Melanie naar Papendal. Als ze niet konden, dan werd ‘ome Jan’ opgetrommeld en die reed dan met haar naar Arnhem. Haar moeder sloot zich aan bij een soort van club van ouders die hun kind op Papendal hadden. “Die gingen met elkaar fietsen of wandelen of wat anders met elkaar doen.”
In die twee jaar heeft Melanie nooit een officiële wedstrijd gespeeld. Alleen maar onderlinge wedstrijden. Na tweeëneenhalf jaar kwam de evaluatie. Ze besloten om toch verder in een ander te investeren en niet langer in Melanie.
Spelverdeler bij Dames 2 Sneek
Daar stond ze dan. “Het voelde als een klap in het gezicht. Ik ontwikkelde mezelf wel, maar niet voldoende, denk ik. Misschien was ik wat te bescheiden. Ik ben dan wel een nuchtere Fries, maar achteraf denk ik: wat zou er zijn gebeurd als ik mijn mond had opengetrokken? Zou het er dan anders uitzien? Zou het anders zijn gelopen? Dit is een leerpunt voor mij om mijn mond wél open te trekken”.
Na mijn opleiding zou ik wel door willen leren voor lichamelijke opvoeding. Och, er zijn allemaal plannen, doelen
Nu traint Melanie bij Sneek 2. Ze spelen in de topdivisie. Als spelverdeler wil ze alles eruit halen wat erin zit en ze gaat voor de volle honderd procent. Ook zijn er andere keuzes die ze moet maken en waar ze voor gaat. Ze heeft net het diploma voor onderwijsassistent in haar zak en gaat de pabo doen. Waar ze die wil doen hangt mede af van hoe het volleyballen eruit gaat zien. Hoe de trainingen gaan. Tegenwoordig hebben ze geen vaste trainer meer en is er een tijdelijke trainer aangesteld. Er spelen vragen als: gaat de training wel door? Er is geen vastigheid meer. Melanie: ‘Hoe het komt met een volgende trainer is ook belangrijk. Ik heb een trainer nodig om me te verbeteren, om me te blijven ontwikkelen. Ook een trainer die me kansen geeft. Ook het team heb ik hierin nodig. Je moet gestimuleerd worden. Samen ervoor gaan en alles geven. Voor volgend jaar weten ze nog niet wie de trainer wordt. Dat zorgt voor veel onzekerheid.”
Voor de klas staan
Het komende jaar wordt dus cruciaal voor Melanie. Welke trainer komt er? Hoe wordt er gekeken naar de training? Melanie wil nieuwe dingen proberen, groeien. “IK geef honderd procent. Toen ik zoveel trainde, zat ik op mijn top. Ik ben nu stabiel. Ik heb drie jaar dezelfde trainer gehad en ik wil spelen. Er komt dan toch een stukje onzekerheid over me, Ben ik niet goed genoeg? Ik moet er dan over nadenken, want ik ben niet een flapuit die het meteen vertelt. Het komende jaar is belangrijk. Ik moet beslissingen nemen over mijn opleiding, maar ook over het volleyballen. Voor de klas staan bij groep 3 en 4 lijkt me precies bij me passen. Ze leren lezen, rekenen en er zit al wat humor in deze leeftijdsgroep. Na deze opleiding zou ik wel door willen leren voor lichamelijke opvoeding. Och, er zijn allemaal plannen, doelen. Ik hoop voor de klas te mogen staan, samen te wonen met mijn vriend. Wat reizen. We zien het wel. Ik ga er in ieder geval voor om met plezier en inzet mijn doelen te bereiken.”
Beeld: Fotografie Jelly Mellema
Tekst: Anna Boersma












